Nachtclub hoofdrol in moordzaak Afdrukken E-mail
Nieuws - Rechtszaak
Gepubliceerd op dinsdag 26 oktober 2010 22:30

De Rotterdamse Baja in de hoofdrol van de toch zo Amsterdamse liquidatiezaak. Het Rotterdamse uitgaansleven had in 2005 een grote aantrekkingskracht op sommige Amsterdamse kringen. Willem Holleeder, Dino Soerel en Ali A. gingen er stappen. Niet alleen stappen: in nachtclub de 'Baja' zouden - zo zeggen getuigen Peter la S. en de anonieme Q5 - moordopdrachten zijn gedistribueerd.

Door Wim van de Pol

Die kernboodschap is één van de hoofdpunten in het bewijs tegen Ali A. Jesse R. en Dino Soerel. De Amsterdamse rechtbank gaat zich binnenkort concentreren op de vraag in hoeverre het verhaal over moordopdrachten in de Baja kan kloppen en wat dat tot gevolg heeft voor de hechtenis van Ali A. Advocaat van Ali A., Nico Meijering, toonde maandag aan dat Peter la S. helemaal niet spreekt over de Baja maar over club BED, een club die gevestigd is in een pand waar tot 1995 de Baja was gehuisvest. En getuige Q5 spreekt over de nieuwe Baja, heel ergens anders in het centrum van Rotterdam.

Vandaag zei het Openbaar Minsterie dat Meijering 'een uitgebreid en helder betoog' had gehouden en op het punt van de Baja 'zeker een punt heeft.'

Hoe zit het nu?

Peter la S. spreekt over de opdracht om mensen te vermoorden en over nieuwe namen die Jesse R. kreeg in de oude, of kleine, Baja in Rotterdam. Hij hoorde van Jesse R. dat Ali A. en Dino Soerel daar binnen waren terwijl hij buiten wachtte. Inmiddels staat vast dat hij eigenlijk spreekt over de club BED.

De anonieme Q5 spreekt over een reeks momenten waarop in de tegenwoordige Baja, de grote Baja, over deze moorden is gesproken door Holleeder, Soerel, en Ali A (foto). Ali zou hebben 'geknikt' maar niks gezegd toen het over een moord ging. Deze grote Baja is gelegen op een andere lokatie in Rotterdam.

Daar ligt een probleem in het bewijs. Want het lijkt alsof de twee verhalen over de twee clubs elkaar overlappen maar dat is niet zo. Het OM betoogde steeds dat Q5 de summiere verklaring van La S. zou bevestigen, maar nee. De plaats van handeling klopt niet en ook de beschrijving van de gebeurtenissen verschilt geheel. Volgens het Openbaar Ministerie liggen de twee verklaringen 'in elkaars verlengde'. En het gezelschap Holleeder, Soerel en Ali A. is wel degelijk gezien in verschillende Rotterdamse horeca-gelegenheden. En er is elders in het dossier nog voldoende bewijs te vinden die de getuigenverklaringen ondersteunen, maar de officieren noemden dat bewijs niet.

Maar ja, dat vonden de heren misschien hip. Dat laatste feit zegt niets over moordopdrachten, vindt Meijering.

Meijering heeft het thema van de conflicterende getuigen Q5 en La S. aan de orde gesteld omdat zijn cliënt Ali A. mede op basis van deze verklaringen in een voorlopige hechtenis zit die ruim drie jaar duurt en deze verklaringen zijn het voornaamste bewijs die de hechtenis ondersteunen. Meijering vraagt nu opheffing van die hechtenis. A. is verdachte in meerdere moordzaken maar er is nu alleen nog genoeg bewijs om hem vast te houden op grond van voorbereiding van één liquidatie en lidmaatschap van een criminele organisatie.

Hij zei ook het 'niet eerlijk' te vinden dat het Openbaar Ministerie kennelijk al wist dat de Baja van La S. niet de Baja van Q5 was, en daar jarenlang over zweeg in de verhoren.

Maar dat ontkende het Openbaar Ministerie. Pas de 'afgelopen weken' was het besef over die tweestrijdigheid tussen Q5 en La S. (foto) bij het OM ontstaan, zei officier van justitie Betty WInd.

'Ons plan was om La S. daar op een geschikt moment nog eens nader naar te vragen,' zei ze.

De rechtbank zei donderdag rond het middaguur dat er 'een onevenwichtigheid' was ontstaan: het 'indrukwekkende' betoog van Meijering over de Baja en de voorlopige hechtenis van Ali A. stond tegenover de beknopte visie erover van het OM. De rechtbank vroeg het OM om haar visie met meer details te omlijsten, onder meer over de Baja-kwestie.

De officieren van justitie zeiden daar veel tijd voor nodig te hebben. Pas op 22 november kan er een antwoord komen van het OM en pas daarna een besluit over het opheffingsverzoek van de voorlopige hechtenis van Ali A.

De kwestie over het Amsterdamse stappen in de Rotterdamse Baja zet het Amsterdamse moordproces onder druk.

Lees ook:

Club Baja was club Baja niet