Nalatige Openbaar Ministerie en de criminele organisatie van het liquidatieproces PDF Afdrukken E-mailadres
Crimesite - Dossier
maandag 25 januari 2010 20:58
Vandaag werd in de Bunker in Osdorp de deelneming aan de criminele organisatie, strafbaar gesteld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, gedeeltelijk behandeld. In de loop van deze week zal aan deze zaak verder aandacht worden besteed. De verdachten in deze zaak, zijn de heren: Fred R., Jesse R, Sjaak B., en Ali A. De laatste twee heren waren vandaag niet aanwezig ter terechtzitting. Ali A. zit in een rouwperiode, omdat hij een dierbare heeft verloren. Namens het hele team van Crimesite wensen we hem ook erg veel sterkte in deze moeilijke periode, en hopen hem snel weer te zien. Verdachte Sjaak B. was vandaag ook niet aanwezig, samen met zijn advocaat mr. Werff heeft hij besloten vandaag niet te verschijnen. Dat schrijft Sacha Barends voor Crimesite vandaag.


Nadat de rechtbank een ieder welkom heette, kreeg het OM het woord, en kwam met de tenlastelegging. In de tenlastelegging worden de vier verdachten gedagvaard voor het deel uitmaken van een criminele organisatie. Net als bij de vorige keer, zie het verslag van 7 januari over wapenhandel en Sjaak B. (zaak Bilbao), heeft het OM weer dezelfde fout gemaakt in de tenlastelegging. De wetsartikelen uit de Wet Wapens en Munitie, waren weer niet opgenomen. De vorige keer vroeg het OM om de tenlastelegging te wijzigen, nadat de rechtbank een fout in een wetsartikel had geconstateerd. De rechtbank liet de wijziging toe, maar vandaag had het OM weer dezelfde fout gemaakt, en vroeg weer om een wijziging. Men zou haast denken dat het OM erg nalatig is op dit gebied. Bij zo een grote zaak verwacht men wel enige zorgvuldigheid. Misschien komt het gewoon puur om het feit dat de rechtbank bijna altijd wel een wijziging toelaat.. Dus vandaag weer.

Het onderwerp van vandaag richtte zich vandaag op het structureel samenwerkingsverband van de verdachten. In het dossier bevinden zich met name de auditu verklaringen van Peter La S = de van horen zeggen verklaringen. Kort gezegd kwam het erop neer dat in de periode van 1 januari 2001 tot en met 1 januari 2008, dus gedurende zeven jaren, door de verdachten is deelgenomen aan een criminele organisatie.
Wat vandaag een probleem was tijdens de behandeling van het proces, was dat La S. niet aanwezig was tijdens de zitting. Hierdoor hadden de raadslieden niet de mogelijkheid, om gelijk vandaag, de betrouwbaarheid van La S. te toetsen. De raadslieden krijgen morgen, 26 januari 2010, de gelegenheid om La S. aan de tand te voelen. Donderdagochtend, 28 januari 2010, zal de verdediging van Ali A., mr. Meijering, La S. ondervragen, omdat hij morgen tijdens de zitting niet aanwezig kan zijn.

Een ander probleem vandaag was, was dat de verdediging niet over stukken beschikken, waar het OM wel over beschikt, en dan heb ik het over stukken uit verklaringen van La S. Volgens het OM kunnen ze niet alle stukken in het dossier stoppen, omdat er dan de kans bestaat, dat de hele zaak dan kapot gaat. Wat ik mezelf dan afvraag, maar niet verder diep op in ga, is dan hoe zal de waarheid dan binnen de kortste keer boven water komen? Het OM kan niet continu stukken achter houden, dat is gelijk in strijd met een belangrijk rechtsbeginsel, en dan denk ik zelf aan het recht op een eerlijk proces. Want hoe wil de verdediging zich voorbereiden, zonder enig inzicht te hebben op de stukken in het dossier die achterwege worden gehouden?

Vervolgens kwam de rechtbank met een stuk uit het dossier, waarin de verklaringen van La S. waren opgenomen, deze stukken zijn trouwens wel bekend bij de raadslieden. La S. heeft voor de rechter commissaris verklaard dat binnen de criminele organisatie een zekere hiërarchie bestond. Dino S. stond boven, vervolgens Ali A. Zij gaven de liquidatieopdrachten aan Fred R. en Jesse R. Dus Fred R. en Jesse R. waren de uitvoerders van de liquidaties. Voordat ik hieraan voorbij ga, wil ik nog wel het volgende opmerken. De verklaringen uit het dossier, zijn gissingen, vermoedens en veronderstellingen van La S. En in beginsel is dat in ons Nederlands strafproces uitgesloten. Dus in hoeverre de rechtbank in de loop van het proces waarde zal hechten aan deze verklaringen is volstrekt onduidelijk.

Aan het einde van de middag kreeg Fred R. het woord. Hij is sinds zijn aanhouding wel vier keer overgeplaatst, naar verschillende gevangenissen. Hierdoor heeft hij geen zicht meer in zijn eigen dossiers, want op het moment dat hij wordt overgeplaatst, krijgt hij niet alles mee, en kan hij zich niet goed voorbereiden voor zijn eigen processen. Hij verzocht het OM, via een verzoek in te dienen aan de rechtbank, om hier wat aan te doen.
Het Openbaar Ministerie, zal hieraan werken.

Morgen, 26 januari 2010, zal om 9.30 uur het proces weer van start gaan, en krijgen de raadslieden 11:00 de gelegenheid om La S. te ondervragen.