| Demmink: 'Het recht moet zijn loop hebben' |
|
|
|
| Nieuws - Rechtszaak |
| woensdag 28 september 2011 11:23 |
|
De vraag aan Demmink: was er bemoeienis geweest, zijnerzijds of van de zijde van zijn ministerie met de vervanging van de drie rechters? Had hij soms contact gehad met rechters of met het bestuur van gerechten over deze opmerkelijke wisseling, of over de Chipshol-zaak? 'Nee', was het antwoord op de meeste vragen. Demmink had natuurlijk wel presidenten van rechtbanken ontmoet, maar nooit over Chipshol gesproken. Ook op het jaarlijkse diner dat hij als secretaris-generaal pleegt te geven voor de presidenten van alle gerechten, was 'aan zijn tafel' nooit iets besproken over de affaire. Laat staan dat hij iets zou weten over de vervanging van de drie rechters. In geen overleg waar Demmink bij was geweest was de Chipshol-zaak ten departemente besproken. Hij kent de Chipshol-zaak dus 'als krantenlezer', hield hij het hof voor. Maar daar sprak hij zichzelf wel een beetje tegen. Want Demmink vertelde ook dat in de zogenoemde ministerstaf wél was gesproken over de paginagrote advertenties die Jan Poot van Chipshol over de malverserende rechters in de dagbladen pleegde te plaatsen. Aan deze wekelijkse ministerstaf nemen onder meer de minister en staatssecretaris, Demmink en alle directeuren-generaal van het departement deel. In dat overleg was soms 'verbazing' geuit, zei Demmink, over deze advertenties.
Kortom: wat vond de top van het ministerie van Justitie - bijeen in de ministerstaf - daarvan? Demmink zei dat de directeur Beveiliging burgerluchtvaart zich zelfs 'boos' had gemaakt over alle aantijgingen van Chipshol. Waarom heeft het departement nooit gereageerd? Niet op valse aantijgingen en ook niet op inmiddels bewezen malversaties van rechters? 'Die vraag was soms wel aan de orde', zei Demmink, 'maar steeds was er hetzelfde antwoord: reageren dient geen nuttig doel'. Hij zei verder dat de Raad voor de rechtspraak, die inhoudelijk verantwoordelijk is voor de gang van zaken op rechtbanken, advies had ingewonnen bij de landsadvocaat over eventuele stappen. Maar daar was geen actie uit voortgekomen. 'In het repertoire aan mogelijkheden was er geen die ons dienstig voorkwam.' En de aantijgingen van verkrachting en pedofilie die door Jan Poot in een krantenadvertentie aan Demmink's persoonlijke adres waren gedaan? De aangifte van twee Turkse mannen wegens seksueel misbruik? Het in twijfel trekken van de integriteit van zijn persoon en dus van zijn ministerie? Het viel eigenlijk buiten de afgesproken orde maar de raadsheer stond toch een paar vragen hierover toe. Demmink: 'met actie ten aanzien van aantijgingen aan mij persoonlijk heb ik mij op het ministerie helemaal nooit bemoeid.' Maar hij wist wel te vertellen dat er ook in deze kwestie overleg is gevoerd door de juridische top-adviseur van het ministerie van Justitie met de landsadvocaat. Maar besloten was geen actie te ondernemen. Hoe kunt al die beschuldigingen aan de rechterlijke macht en aan uw persoonlijk adres en aan de integriteit van de top van uw ministerie afdoen als een een bagatel en er niet op reageren, riep de 87-jarige Jan Poot uit. 'Dat kan toch niet?' Demmink: 'Dat kan heel goed. Er liepen op zeker moment zoveel verschillende procedures dat het ons niet verstandig voorkwam om te reageren. Zo dat al had gekund. Het recht moet zijn loop hebben.'
|


In 2010 Nederland zijn in Nederland 22.006 machtigingen voor een telefoontap afgegeven. Dat blijkt uit een studie van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie Justitie. Nederland is daarmee nog steeds - waarschijnlijk naast Italië - in absolute zin één van de koplopers in de wereld. Maar het WODC concludeert dat de netto winst van al dat tappen af aan het nemen is: het levert zelden direct bewijs op en verdachten weten steeds beter alternatieve "veilige" communicatie te vinden.


De veel besproken hoogste man van het ministerie van Justitie moest onder ede getuigen in een zaak waarin vaststaat dat verschillende rechters ambtsmisbruik pleegden en mogelijk zelfs
Maar, die advertenties gingen toch over bijzonder ernstige feiten,