Politie en AIVD willen 'internettelefoonboek' PDF Afdrukken E-mailadres
Misdaad - Nieuws
donderdag 21 juli 2005 20:13
Vanaf september 2006 moeten de klantenbestanden van internetproviders
rechtstreeks toegankelijk worden gemaakt voor politie en AIVD. De
regeling bestaat al voor de aanbieders van vaste en mobiele telefonie.
Telefonieaanbieders moeten elke 24 uur al hun klantgegevens
actualiseren in een speciale database die alleen toegankelijk is voor
het CIOT, het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie van
het ministerie van justitie. De aanbieders zien niet hoe vaak die
database wordt geraadpleegd, of door welke opsporingsautoriteit voor
welk doel. Lees verder Laatste Nieuws...........
De klantenbestanden van de telefonieaanbieders bevatten niet alleen
naam, adres en woonplaats van de abonnee maar ook informatie over de
soort diensten die de klant gebruikt, de bijbehorende telefoonnummers,
en het bank- of gironummer dat gebruikt wordt voor het betalen van de
factuur. Politie en AIVD hebben al langer de bevoegdheid om
klantgegevens op te vragen maar sinds september 2004 zijn de drempels
hiervoor verlaagd. De politie maakt zeer gretig gebruik van de
anonieme toegang tot het CIOT; het ministerie van justitie gaat in de
begroting voor dit jaar uit van 1 miljoen opvragingen. Drie jaar
geleden was dit nog 248.000. Sinds de inwerkingtreding van de wet
vorderen gegevens telecom op 1 september 2004 zijn er in totaal 44
opsporingsdiensten die toegang hebben tot de klantenbestanden van 25
telefonieaanbieders. De AIVD valt buiten deze cijfers. De aanbieders
krijgen een vergoeding van 26 euro per dag voor het aanleveren van hun
totale klantenbestand en de dagelijkse update daarvan.

In een artikel in het Algemeen Dagblad kondigt justitie aan dat ook de
klantgegevens van internetproviders in het CIOT ondergebracht gaan
worden. Volgens justitie is dit noodzakelijk voor de bestrijding van
kinderpornografie en terrorisme. Maar gezien de schaal waarop de
klantgegevens bij telefoonaanbieders worden opgevraagd, lijkt de
bevoegdheid toch vooral een algemeen instrument voor de opsporing.

Bij internetproviders zijn de klantgegevens niet zo eenvoudig aan
nummers te koppelen als bij telefoonaanbieders. Een internetprovider
moet daarvoor naam, adres en woonplaats van een klant verbinden met
een loginnaam, e-mail adressen en IP-nummers. Zo'n bestand is zeer
veranderlijk omdat veel internetproviders de mogelijkheid bieden aan
klanten om zelf e-mail aliassen aan te maken en te wijzigen. Bovendien
hebben veel internetgebruikers geen constant IP-nummer. Internet
toegang via het klassieke inbellen maar ook veel breedbanddiensten
maken nog gebruik van dynamisch IP waarbij de klant tijdens iedere
inbelsessie een ander IP-nummer krijgt toegewezen. Om een verband
tussen identiteit en IP-nummer vast te stellen, zouden daarom
historische verkeersgegevens geanalyseerd moeten worden. Het
raadplegen van zo'n 'internettelefoonboek' lijkt daarom meer op het
opvragen van verkeersgegevens waarvoor op dit moment de bevoegdheid
bij de officier van justitie ligt en niet bij een individuele
opsporingsambtenaar. Omdat de gegevens van internetproviders zo
veranderlijk zijn, is de kans op fouten groter. Wanneer justitie blind
vaart op deze informatie wordt de kans groter dat de politie een inval
doet op het verkeerde adres.

Volgens het Algemeen Dagblad draait bij enkele internetproviders al
een technische proef met het systeem. Onduidelijk is of de kopie van
de klantenbestanden bij het CIOT onder verantwoordelijkheid van
justitie of van de aanbieders valt. Vooral de aansprakelijkheid voor
onjuiste of verouderde informatie is daarbij een belangrijke kwestie.

Kamerlid De Wit (SP) heeft hierover vragen gesteld aan minister
Donner. De Wit wil weten hoe de bevoegdheden liggen bij het opvragen
van historische verkeersgegevens en hoe de minister gaat voorkomen dat
op basis van snel wisselende informatie de verkeerde persoon als dader
wordt aangewezen.