4,5 jaar geëist voor synthetische cocaïne (UPDATE)

4,5 jaar geëist voor synthetische cocaïne (UPDATE)

De officier van justitie in Amsterdam heeft maandag tussen zes maanden en 4,5 jaar cel geëist tegen zes mannen en één vrouw vanwege het runnen van een professioneel drugslaboratorium.

Synthetische cocaïne

De zeven worden verdacht van lidmaatschap van een criminele organisatie die in een professioneel laboratorium cocaïne verwerkte en synthetische cocaïne produceerde. Bij de productie van synthetische cocaïne worden geen cocablaadjes als grondstof gebruikt maar alleen chemicaliën. In totaal zijn er in het onderzoek veertien personen voor de rechter gebracht. Ook vorige week stonden er in deze zaak al zeven verdachten voor de rechter, tegen hen eiste de officier toen vijf keer vier jaar cel, zes maanden en vrijspraak (eenmaal).

Eigen rol

Naar de mening van het OM is er in deze zaak duidelijk sprake van een criminele organisatie omdat het opzetten van een laboratorium kennis, geld en planning vereist: ‘Er moet een ruimte gehuurd worden, de juiste chemicaliën moeten worden ingekocht. Mensen met kennis zijn naar Nederland gehaald. Hieruit spreekt een gestructureerd, duurzaam en crimineel samenwerkingsverband.’ Uit het dossier blijkt volgens het Openbaar Ministerie duidelijk dat iedere verdachte zijn eigen rol in de organisatie had.

Abcoude

De verdachten werden aangehouden in Amsterdam, Amstelveen en Abcoude. Het drugslaboratorium was ondergebracht in een boerderij in Abcoude. De politie dacht daar op 23 juni vorig jaar grote geldbedragen aan te treffen. Toen de politie binnentrad roken ze een vreemde, penetrante lucht. In de kelder van de woning werden blauwe vaten, werktafels en instrumenten aangetroffen. Die dag werden dertien verdachten aangehouden, de veertiende volgde de dag erop.

Discriminatie?

Advocaat Michel van Stratum vindt het zeer opmerkelijk dat er tegen de Nederlandse verdachten lage straffen zijn geëist en tegen de verdachten van Colombiaanse en Oost-Europese herkomst de hoogste straffen. Van Stratum: ‘Dat wordt door de verdachten toch als discriminatie ervaren’.

Zijn client zou met een andere Oost-Europeaan een rol hebben gespeeld bij de bewaking van het laboratorium maar volgens Van Stratum is er buiten zijn aanwezigheid op het moment van binnentreden van de politie geen bewijs voor zijn betrokkenheid bij het lab in de kelder. Zo komen de twee niet voor op foto’s van andere verdachten en ook niet op telefoontaps.