Betalen na een wietkwekerij? Niet altijd (COLUMN)

Betalen na een wietkwekerij? Niet altijd (COLUMN)

Een strafzaak voor het kweken van marihuana wordt vrij standaard gevolgd door een ontnemingsprocedure. Dit zijn vaak lastige procedures, want het Openbaar Ministerie gaat ervan uit dat het kweken van wietplanten per definitie leidt tot een succesvolle oogst en dus ook een zak met geld oplevert. Het OM vraagt de rechter vervolgens om de opbrengt van deze oogst als ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ van iemand te mogen afpakken.

Door Jillis Roelse

Om het bedrag van dit wederrechtelijk verkregen voordeel te berekenen, moet eerst worden vastgesteld of er eerder is geoogst. Vaak gebruikt de rechter hiervoor de verklaring van een verdachte. Als een verdachte in zijn verhoor bij de politie heeft verklaard dat hij inderdaad thuis planten heeft gekweekt en dat dit tot een oogst heeft geleid, kan de rechter het voordeel vrij gemakkelijk op basis van deze verklaring van de verdachte vaststellen.

De meeste discussies in wietzaken vinden echter plaats in zaken bij een ontkennende verdachte, dus iemand die bij de politie aangeeft dat er juist níet eerder is geoogst.

Het vermoeden van een eerdere oogst wordt in zulke situaties gebaseerd op zogeheten ‘indicatoren eerdere oogst(en)’. Agenten, vaak gespecialiseerd in wietzaken, kijken dan in de aangetroffen kwekerij naar bepaalde omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van hennepafval in de woning, gebruikte grond in aangetroffen vuilniszakken, vervuiling op koolstoffilters, de aanwezigheid van stof op groeilampen, stof op ventilatoren en stof op luchtfilters of bijvoorbeeld gevonden kalkresten in een gebruikte waterton. Ook groene aanslag op een gevonden snoeimesje wordt gezien als een indicator voor een eerdere oogst.

Veel rechters volgen op basis van dit soort indicatoren vaak de stelling van het Openbaar Ministerie, dat er gezien alle gevonden afvalresten, het stof en de kalkresten wel eerder móet zijn geoogst. Een hoog ontnemingsbedrag moet dan vervolgens worden terugbetaald.

In een opvallende uitspraak in hoger beroep was het gerechtshof in Arnhem vorige week echter zeer kritisch op deze snelle praktijk van indicatoren. De verdachte was eerder door de rechtbank veroordeeld tot het terugbetalen van de opbrengst van ‘minimaal vijf eerdere oogsten’ tot een bedrag van ongeveer 198.000 euro. De verdachte was tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan. Vanaf het allereerste moment in het politieonderzoek had de verdachte namelijk heel concreet aangegeven, dat er om verschillende redenen van een oogst nooit sprake was geweest. Uit zijn financiën bleek ook niet, dat hij in de periode van de kwekerij ineens veel geld zou hebben gehad. Bovendien had hij alle goederen tweede- én derdehands gekocht. Om die reden zagen de kweekspullen er ook flink gebruikt en vervuild uit, maar stof op een lampenkamp en groene smurrie op een snoeimesje betekenen niet automatisch dat er ‘dus’ is geoogst. Het betekent alleen dat er stof op een lampenkap zit en groene smurrie op een snoeimesje.

Het verweer voor mijn cliënt trof doel. Het gerechtshof oordeelde in hoger beroep totaal anders dan de rechtbank. Het hof overwoog:

De op vele punten verifieerbare verklaring van betrokkene met betrekking tot zijn financiële situatie in de periode rondom het tenlastegelegde, maakt dat nader onderzoek naar de vraag of betrokkene daadwerkelijk financieel voordeel heeft genoten in de rede had gelegen. Het hof acht op grond van de thans voorhanden zijnde stukken niet wettig en overtuigend bewezen dat eventuele opbrengsten van eerdere oogsten daadwerkelijk bij verdachte terecht zijn gekomen, zodat het hof niet kan vaststellen of en zo ja, welk voordeel betrokkene als gevolg van zijn handelen heeft genoten.

Het hof verwees daarmee de hele ontnemingsvordering resoluut af, mijn cliënt hoefde alsnog niets te betalen.

Kortom, ook in ontnemingszaken in wietzaken loont het de moeite om niet zomaar akkoord te gaan met de berekening door de politie en hiertegen over een goed onderbouwd en ook te checken verweer te zetten. Om de beroemde en vroegere hoogleraar strafrecht Frits Rüter te citeren: ‘Zet de rechter aan het werk!’

Jillis Roelse is strafrechtadvocaat in Amsterdam