Hoge Raad akkoord met opleggen levenslang

Hoge Raad akkoord met opleggen levenslang

De Hoge Raad vindt dat het opleggen van een levenslange straf mogelijk is omdat er nu een een reële mogelijkheid is tot herbeoordeling, verkorting en en (voorwaardelijke) invrijheidstelling. Daarmee is levenslang volgens de Hoge Raad voldaan aan de eisen van het Europese Hof voor de Rechten van Mens.

Herbeoordeling

De Hoge Raad moest oordelen over de cassatie van Faig B. die door het Haagse gerechtshof is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens meervoudige moord, doodslag en een poging tot doodslag.

Levenslange gevangenisstraf mag in Nederland daadwerkelijk levenslang duren. Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, het EVRM, staat daaraan niet in de weg, vindt de Hoge Raad. Na verloop van tijd moet echter wel een reële mogelijkheid tot herbeoordeling van de levenslange gevangenisstraf bestaan, die kan leiden tot verkorting van de straf en (voorwaardelijke) invrijheidstelling. Zo’n regeling heeft de staatssecretaris van Justitie deze zomer ingesteld.

Resocialiseren

Ook is een Adviescollege levenslanggestraften in het leven geroepen. Het eerste advies door het Adviescollege levenslanggestraften over mogelijke re-integratieactiviteiten, waaronder eventueel ook re-integratieverlof, vindt na 25 jaar plaats. Voor die tijd moet de veroordeelde binnen de inrichting kunnen resocialiseren bijvoorbeeld door arbeid en scholing. Ook zal hem waar nodig passende (medische of psychiatrische) zorg worden geboden. Verder bestaat uiterlijk na 27 jaar na aanvang van de detentie bestaat de mogelijkheid van gratieverlening.

Het recht op een herbeoordeling betekent overigens niet dat een levenslanggestrafte ook automatisch zal vrijkomen.

De Hoge Raad oordeelde op 5 juli 2016 dat de oplegging van levenslang op dat moment in strijd was met het EVRM, maar dat een door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in het vooruitzicht gestelde regeling aan die strijdigheid mogelijk een einde zou kunnen maken.

Eerder vond de advocaat-generaal bij de Hoge Raad dat dit was gebeurd. De Hoge Raad concludeert nu in lijn hiermee.