Minder coca, meer cocaïne, door betere productie

Minder coca, meer cocaïne, door betere productie

De hoeveelheid cocablaadjes die in Colombia wordt geoogst neemt af maar er wordt in het land toch meer cocaïne gemaakt. Dat blijkt uit een rapport van de VN-drugsorganisatie UNODC. Voor het derde achtereenvolgende jaar is de oogst van de grondstof voor cocaïne gedaald.

1.228 ton

De UNODC monitort met satellieten permanent de oppervlakte die met cocastruiken is beplant in de bronlanden Colombia, Peru en Bolivia. Daarnaast verzamelt de UNDOC gegevens in de landen zelf. Er was in 2020 in Colombia 143.000 hectare beplant met coca, een daling van zeven procent ten opzichte van 2019. In 2020 werd er in Colombia 1.228 ton cocaïne geproduceerd, acht procent meer dan de 1.136 ton van 2019.

Mega-labs

De in Colombia gebaseerde website InsightCrime stelt dat er drie factoren zijn die veroorzaken dat er meer cocaïne uit minder coca-areaal wordt gemaakt: grotere productiefaciliteiten, betere zaaitechnieken en een hogere extractie van cocaïne uit de cocabladeren. Ook worden er coca-variëteiten die meer cocaïne bevatten ingezet.

In Colombia maakten voorheen vooral cocaboeren op vele locaties zelf cocapasta van hun blaadjes waarna die naar kleine cocaïnefabriekjes werd gebracht waar halffabrikaat cocaïnepasta of snuifbare cocaïne-hydrochloride werd gemaakt. De faciliteiten waren zo klein mogelijk, en goed verstopt in de jungle, om ontdekking te voorkomen.

De afgelopen twee jaar zijn er opvallend grote cocaïnelaboratoria door de Colombiaanse autoriteiten ontmanteld. In dergelijke mega-labs is soms de productie van cocapasta, cocaïnepasta en productie van cocaïne-poeder samengebracht. Een van de ontdekte faciliteiten was in staat om tot vijf ton cocaïne per maand te produceren.

Concentratie

De laatste jaren heeft de productie van cocablad zich geconcentreerd in het grensgebied met Ecuador in het zuiden en in het oosten langs de grens met Venezuela. In die gebieden opereert de laatst overgebleven guerrillabeweging in Colombia, de ELN. Deze groep heeft een groot deel van de cocaïneproductie overgenomen van de guerrillagroep FARC die in 2016 zijn gedemobiliseerd nadat ze tot een vredesakkoord met de regering kwamen. De grensregio’s zijn moeilijk toegankelijk en politie en krijgsmacht kunnen er slecht toezicht houden.

Coke & co

In de zesdelige serie over cocaïnehandel Coke & co, die Follow the Money deze zomer publiceerde, valt te lezen dat precies hetzelfde effect zich voordeed tussen 2000 en 2006 nadat de Verenigde Staten en Colombia samen ruim 7 miljard dollar investeerden om met het “Plan Colombia” coca- en cocaïneproductie te proberen terug te dringen.

Toen daalde de cocaproductie enige tijd (en groeide tegelijk in Peru) maar steeg uiteindelijk zowel de productie van cocaïne als van coca. Verbeterde productietechnieken waren de oorzaak voor de stijging van de hoeveelheid cocaïne.

Ook rond 2005 deed zich een concentratie voor van zowel de productie van coca als die van cocaïne in steeds kleinere en meer afgelegen gebieden.