‘Omdat je die dag niks durfde’

‘Omdat je die dag niks durfde’

Benaouf A. was in de rechtszaal bij vlagen dreigend tegen de verdachten Adil A. en Anouar B.. Hij zegt dat ze hem probeerden te vermoorden. A. gebruikt in zijn beschuldigingen kennis en informatie die hij van ‘vrienden’ van de straat heeft gehoord. Wie dat zijn zegt hij niet.

Door @Wim van de Pol

‘Ik had hem nog nooit gezien’, zei Anouar “Popeye” B. over Benaouf A.. Deze zegt dat hij een keer naast hem in een shisha-café zat toen Popeye aan het vieren was dat hij weer vrij was na een lange straf:

Iemand zei dat is Popeye. Ik hoorde ze praten. (…) Ik weet hij is een bekende jongen omdat hij mensen overhoop schiet.

Grote onzin volgens Anouar B.:

Hij loopt te liegen en te draaien. Hij kent mij niet. Ik heb nooit lang vastgezeten. Ik kom nooit in shisha-cafes. Hij bedreigt mijn familie. Hij mag dat zomaar doen van de politie. Wat heeft mijn familie met hem te maken?

Ballen

Adil A. haalde aan dat hij kort voor de schietpartij nog samen was – en strafbare feiten pleegde – met een naaste kompaan van Benaouf A.. Hoe kan dat dan, als hij in een groep zou zitten die Benaouf naar het leven zou staan, vroeg hij:

Adil: Denk je oprecht dat ik bij deze aanslag aanwezig was?

Benaouf: Dat weet ik wel zeker.

(…)

Adil: Hoe kan het dat we toen op het zelfde verjaardagfeestje waren?

Benaouf: Half crimineel Amsterdam was er ook.

Adil: Ik heb jou gezien.

Benaouf: Ik heb jou niet gezien.

Adil: Waarom is daar niks gebeurd dan?

Benaouf: Omdat je die dag niks durfde.

Adil: Hij is heelhuids thuisgekomen. Als ik hem dood wou hebben, dan had ik personen ingelicht, want er werd op hem gejaagd. Waarom heb ik daar niets gedaan?

Benaouf: Hij weet donders goed dat als hij die dag zou komen het zelfmoord zou zijn. Ik ga niet naar een verjaardagsfeest met lege handen. Hij weet donders goed met wie ik was die dag.

Advocaat Jurriaan de Vries: Hoe weet u dat mijn client niet durfde?

Benaouf (tegen Adil A.): Als je ballen had was je gekomen die dag.

Verschoningsrecht

Advocaat Bénédicte Ficq constateerde dat getuige A. over informatie vertelt die hij heeft van ‘vrienden’, maar dat hij die vrienden niet identificeert. A. zei dat hij dat niet wilde doen omdat hij anders misschien gekoppeld zou worden aan strafbare feiten. Daarom beriep hij zich op zijn verschoningsrecht.

Zie eerdere berichten over het hoger beroep in de zaak van de moorden in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam op 29 december 2012:

Staatsliedenbuurt: het ging om enkele seconden

Grimmige sfeer bij hoger beroep Staatsliedenbuurt