Proces Ali B. kan een keerpunt worden (COLUMN)

Proces Ali B. kan een keerpunt worden (COLUMN)

Met verbazing en verwondering heb ik, net zoals half Nederland, de geruchtmakende strafzaak tegen Ali B. gevolgd. Net als het Oranje-EK trekt deze gevoelige strafzaak veel media-aandacht. Veel aspecten springen in het oog.

Door Michel van Stratum

Ali B. is een bekende Nederlander. Veelzijdig en getalenteerd. Begonnen als stand-upcomedian, vervolgens rapper, tv-presentator, jurylid en coach. Met name door veel jongeren bewonderd en op een voetstuk geplaatst. De media kwalificeerden hem al snel als sympathieke nationale ‘knuffel-Marokkaan’.

Van nationale ‘knuffel’ tot zedenverdachte. Meerdere aangiftes en mutaties van ernstig en vergaand overschrijdend seksueel gedrag. En dan kan het rap gaan en val je als BN-er van de hoge toren. Het ‘knuffelige’ is er nu wel vanaf, nadat zijn zedenzaak bijna live vanuit de zittingzaal en via praatprogramma’s breed kon worden gevolgd. In Nederland is dat vrij uniek voor een strafzaak in het algemeen, en een gevoelige zedenzaak in het bijzonder.

De indringendheid van de zaak en gevoelige privacy-aspecten vlogen je om de oren. Zowel de verdachte als sommige slachtoffers hadden er kennelijk geen enkele moeite mee dat nagenoeg alles live te volgen was, inclusief alle opmerkelijke intieme details en seksuele voorkeuren.

Als advocaat in strafzaken dien je je eigen cliënt echter tegen zichzelf in bescherming te nemen, zowel de advocaat van een verdachte als de slachtofferadvocaat. Ook als de eigen cliënt er anders over denkt en de openbaarheid niet schuwt.

De rechtbank en het OM dienen echter ook kwetsbare procesdeelnemers tegen zichzelf in bescherming te nemen. Opmerkelijk dat op dit punt de rechterlijke macht passief bleef. Dat klemt temeer, daar ook Ali B. een kwetsbare verdachte is, ook al ziet hij dat zelf mogelijk anders. Hij is weliswaar bekend en heeft veel media-ervaring, maar van dat laatste was weinig te merken.

Zelfs het opvallende optreden van zijn eigen ‘media-advocaat’, die aan het verdedigingsteam was toegevoegd, riep publieke reacties op. Het opmerkelijke, soms stuitende optreden en ogenschijnlijke gestuntel in en buiten de zittingzaal van Ali B. sprong echter het meest in het oog. Iedere advocaat van een verdachte in een zedenzaak wijst erop, dat je er niet teveel met gestrekt been in moet gaan en blijk moet geven van enig inlevingsvermogen bij aangevers en slachtoffers. Zij hebben de zaak anders ervaren en beleefd en zijn vaak kwetsbaar en beschadigd.

Ali B. zag dat heel anders. Hij was slachtoffer, had jarenlang moeten wachten en was doodmoe. En de slachtoffers dan? Ali B. had zijn eigen werkelijkheid en zijn eigen verhaal. Dat mag, maar de vraag was of zijn optreden en presentatie in en buiten de zittingszaal altijd slim en passend was. Ali B. gelooft oprecht in zijn eigen gelijk en werkelijkheid. Of acteert hij, zoals hij dat geleerd heeft? Het kwam op momenten over, of zijn vroegere verslaving weer was teruggekeerd. En dan heb ik het niet over zijn kennelijke seksverslaving.

Hij vertelt als verdachte een verhaal. De vraag is of rechters dat geloofwaardig vinden. In een zedenzaak gaat het erom, wie het beste verhaal op de zitting vertelt: de verdediging of de slachtoffers en het OM? Vaak is het bewijs in zedenzaken niet overvloedig en betreft het een zogenoemd ‘één op één-verhaal’, zonder ooggetuigen. De uitkomst is dus geen uitgemaakte zaak.

Over een aantal weken wordt een onafhankelijk oordeel door de rechtbank geveld. Als buitenstaander zonder dossierkennis viel me wel het een en ander op. Ali B. denkt zijn eigen verdediging te kunnen voeren in en buiten de rechtszaal. Breedsprakig, veel emotie, weinig zelfreflectie en niet altijd even tactvol. Dat soort cliënten zijn gevaarlijk en schieten zichzelf al snel in de eigen voet.

Om me heen hoor ik dat veel buitenstaanders denken, dat hij en zijn verdediging vrouwen als hoeren neerzetten en bijzondere opvattingen over de omgang met dames hebben. Prominente ‘public figures’ wanen zich vaak onaantastbaar, omdat ze macht hebben. In de zaak Ali B. gaat het ook om al dan niet grensoverschrijdend gedrag op en buiten de werkvloer. Zijn entourage heeft hem kennelijk nooit tegengesproken. Dat zie je wel vaker met BN-ers, internationale popsterren en filmhelden.

Als advocaat in strafzaken met zo’n markante cliënt, met een eigen zienswijze, dien je echter niet te veel je oren te laten hangen. Als advocaat heb je de regie, maar je kunt niet alles controleren. Zoals bijvoorbeeld het laatste woord van Ali B., met een openlijk en opmerkelijk gebed voor de aangeefsters. Of als je je eigen cliënt na afloop van de zitting tegen journalisten hoort zeggen, opgelucht te zijn over de milde strafeis. Als rechter zou je kunnen denken: ‘In dat geval doen we er nog wat bij’. Rechters lezen kranten en kijken RTL, ook al geven ze dat nooit openlijk toe.

De zaak Ali B. kan een keerpunt zijn voor strafzaken. Openbaarheid in de rechtspraak is belangrijk. Maar zodanige openbaarheid als in de zaak Ali B. en in toekomstige zedenzaken lijkt me niet wenselijk. De zaak Ali B. kent tot nu toe enkel verliezers. De echte winnaars lijken vooralsnog de media met hoge kijkcijfers.

Michel van Stratum is strafadvocaat.