Vragen om creatieve vonnissen loont (COLUMN)

Vragen om creatieve vonnissen loont (COLUMN)

Soms is het in strafzaken beter om de verhoudingen tussen slachtoffer en dader te herstellen en de schade te vergoeden in plaats van alleen te straffen. En als de verdachte de schade niet vergoedt, is er altijd nog de gevangenis. Dat systeem van wedergoedmaking (‘herstelrecht’) paste het gerechtshof in Leeuwarden toe in een van de grootste internetcriminaliteit-zaken van Noord-Nederland. De verdachte toonde oprecht berouw toonde tegenover tientallen slachtoffers van Facebook-fraude en cybercriminaliteit.

Door Jillis Roelse

Waar de rechtbank Leeuwarden nog vier jaar gevangenisstraf oplegde, kwam het gerechtshof in hoger beroep tot oplegging van een bijzondere schadevergoeding naar alle slachtoffers & een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, gekoppeld aan een proeftijd. Daarmee koos het gerechtshof ‘voor een strafmodaliteit die zodanig is dat de verdachte de mogelijkheid heeft te blijven werken, zodat hij in de gelegenheid blijft de door hem veroorzaakte schade te betalen.’

Ondanks een totaal andere en veel zwaardere eis besloot het Openbaar Ministerie om tegen dit bijzondere arrest niet in cassatie te gaan. Een prachtig voorbeeld dat herstelrecht werkt in de rechtspraktijk! Behalve aan mijn cliënt die nu goed kon verder met zijn leven, kwam het gerechtshof de slachtoffers daadwerkelijk tegenmoet. Alle partijen konden daarmee het boek afsluiten en een nieuwe toekomst in.

Onlangs gaf het gerechtshof in Leeuwarden opnieuw blijk van juridische durf. In een fors onderzoek naar wietkwekerijen was de verdachte door de rechtbank in november 2017 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hoger beroep diende echter pas in 2022. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte waren in de tussentijd behoorlijk veranderd: hij had een goedlopend bedrijf, waarmee hij zijn gezin kon onderhouden. Terug naar de gevangenis zou deze positieve ontwikkeling doorkruisen met flinke gevolgen voor de verdachte, zijn bedrijf en zijn gezin. Een werkstraf zou daarom beter zijn, maar bij zo’n grote zaak als deze niet erg waarschijnlijk. De aanklager in hoger beroep kwam al met een eis van 21 maanden, waarvan 7 voorwaardelijk. En de wet stelt dat voor maximaal 240 uur een werkstraf kan worden opgelegd.

De advocaat van de verdachte, Tjalling van der Goot, stelde het gerechtshof echter voor om bij een veroordeling 240 uur werkstraf per feit op te leggen. Ondanks de zwaarte van de zaak volgde het hof dit verzoek. Volgens het hof was voor de betrokkenheid bij kwekerijen, het bezit van wiet en de deelname aan de criminele organisatie in principe een gevangenisstraf gerechtvaardigd. Maar omdat de procedure in hoger beroep lang had geduurd en gezien de positieve ontwikkelingen legde het hof voor de drie bewezen feiten, telkens 240 uur werkstraf op. Een totaal van 720 uur werkstraf dus in plaats van terug naar de gevangenis.

Uitgenodigd door de verdediging kwam het gerechtshof in Leeuwarden daarmee opnieuw met een gedurfde uitspraak, waarbij menselijk strafrecht voorop staat. Het loont dus de moeite voor advocaten om te blijven komen met creatieve en goed onderbouwde voorstellen.

Mr. Jillis Roelse is strafrechtadvocaat in Amsterdam en heeft een landelijke strafrechtpraktijk.