Rechtbank toe aan wat sterkers

Advocaat kwijt. Conflict met Getuigenbescherming. Gladjes ging het niet. Toch: over een paar dingen wilde La S. donderdagmiddag nog wel wat zeggen. Verdiepen wilde hij zijn hervonden herinneringen over de ‘ontoelaatbare handelwijze’ van het Openbaar Ministerie niet. Wel verbreden, zoals over de hasj en de whisky die hij kocht ‘tegen de verveling’ en al eerder over had verteld. Die hasj en die whisky stonden ook (‘volmondig ja’) in direct verband met de ‘onrechtmatigheden‘ van het OM. Ja, maar hoe dan, was de vraag.

 

Het was in de periode dat hij in een safe house van de CIE verbleef en nog niet was aangehouden en gedetineerd.

‘Dat een CIE’er met u whisky gaat kopen, hoe heeft dat uw verklaring beïnvloed?’, vroeg de officier van justitie. ‘Gingen de CIE’ers de hasj en de whisky kopen?’

Nee, daar kon La S. toch allemaal echt niks meer over zeggen. ‘Omdat dat voor mij consequenties heeft’. Hij bedoelde van dat nare Team Getuigenbescherming.

‘Nee, dat is niet zo’, zei de officier van justitie. ‘U kunt ongestraft daarover spreken’. Ze sprak voor het gehele OM, zei ze.

Herhaling van zetten.

‘Het niveau van uw antwoorden gaat nu toch wel beneden alle peil’, sprak de voorzitter van het Passage-proces, Frits Lauwaars, op zeker moment geërgerd.

Oudste rechter pakte een vraag van officier Betty Wind verboog hem een beetje en legde hem weer aan La S. voor:

‘Had u anders verklaard als u geen hasj en whisky had kunnen kopen?’

‘Oei, ja dat is interessant’, zei de voorzitter. Hij lachte weer.

La S. gaf geen krimp. Hij wilde nog wel het “stapverhaal” over de toenmalige strafadvocaat wat verbreden. Al bekend was dat deze – zei La S. – met CIE’ers op stap was geweest in café The Corner van Ruud H. in Amsterdam. Deze H. was dezelfde die op de liquidatielijst stond waarover La S. de CIE’ers in zijn kluisverklaring had verteld.

‘Ze waren gaan vieren dat er een deal tussen mij en het OM was gesloten’, zei La S. Het was ergens tussen 2 en 15 februari 2007, La S. was uit het safe house in detentie getreden. ‘Ze waren ook nog gaan eten in Café De Overkant, op de andere hoek van de Scheldestraat.’  

Het was La S. opgevallen dat de politiemensen en zijn advocaat kennelijk ‘heel goed met elkaar omgingen’. Waren er verstrengelde belangen tussen politie en advocaat? ‘Hoe vaak en hoe innig waren de contacten voordat ik een deal gesloten had?’, vroeg hij zich ook nog af. En hoeveel whisky of bier was daarbij gevloeid?

Verderop in de middag vroeg iemand nog aan La S.:

‘Bent u gepusht om te verklaren?’

‘Gepusht? Ja, wat is gepusht. Kunt u mij de definitie van gepusht geven?’, vroeg La S.

Kortom: La S. is er nog niet uit met het Openbaar Ministerie en de getuigenbeschermers. En: hij heeft geen advocaat meer. Misschien komt hij eruit met hulp van zijn toenmalige strafadvocaat die zo ‘innig’ met de CIE omging? 

De oudste rechter verzuchtte dat ze wel toe was aan ‘wat sterkers’.

‘Waarom doen we dat niet gewoon’, zei advocaat Nico Meijering.