21 jaar cel voor verkrachting en poging doodslag

21 jaar cel voor verkrachting en poging doodslag

Een 51-jarige man uit het Brabantse Steenwijk is veroordeeld tot 21 jaar cel voor het mishandelen en verkrachten van zijn vriendin. Volgens de rechtbank heeft de man in september vorig jaar verschillende keren geprobeerd de vrouw van het leven te beroven. 

De vrouw had de man vorig jaar laten weten dat zij ‘een beetje ruimte’ nodig had in hun relatie. Kort daarna, begin september 2017, hadden de twee hierover in de woning van de verdachte een gesprek. Dat gesprek verliep normaal. Daarna gingen ze samen met vrienden naar een café om wat te drinken. Omstreeks 02.00 vertrokken ze uit het café en liepen naar de auto van de vrouw, die naar huis wilde gaan.

Gedwongen

Eenmaal bij de auto aangekomen die vlakbij de woning van de man was geparkeerd dwong de Steenwijker de vrouw zijn woning binnen te gaan. In de garage moest ze zich uitkleden, daarna werd ze boven in de slaapkamer gedwongen met zichzelf te spelen, terwijl de verdachte alles wilde filmde. Ook verkrachtte hij de vrouw.

Hieronder een deel uit het proces verbaal waarin de vrouw vertelt wat er verder gebeurde. (V is vraag van de politie, A het antwoord van het slachtoffer.)

A: Ineens pakte hij een pistool achter de slaapkamer deur vandaan. Hij richtte het pistool op mijn hoofd en zei vervolgens ”Daar is niet zo moeilijk om aan te komen hoor. Of zal ik eerst xxx doodschieten. Kun je ook verder met je leven.“

(…)

V: Wat gebeurde er toen?

A: Ik had toen net toestemming om in de auto mijn telefoon te zoeken. Ik zag dat hij toen het wapen voor bij zijn shirt in zijn broek deed. Hij zei ook ”je weet het he anders ben je eraan”.

We staan bij de deur om naar beneden te gaan. Hij liep naar de woonkamer. Ik zag hem terugkomen met een groot mes. Hij zei ”Kijk die doen we hier”. Hij deed hem achter zijn rug in zijn broek. Vervolgens zei hij ”Dan weet je het “ Dit hier en dat daar”. Hij wees naar het pistool en het mes.

In de garage heb ik me aangekleed. We liepen naar de auto en hij klikte de auto open.

V: Wat gebeurde er bij de auto?

A: Hij staat daar. Ik weet dat hij dat mes heeft en het vuurwapen.

Ik heb toen mijn telefoon gepakt. Ik wist dat ik weer terug naar binnen moest. Ik had maar 1 kans. Ik heb zo hard gegild en gerend. Ik liep richting een kledingzaak. Hij haalde me daar in. Ik viel op mijn knieën. Hij trok me aan mijn haren omhoog. Hij wilde daar mijn telefoon afpakken. Hij had me nog steeds aan mijn haren vast. Ik heb daar zo gevochten met hem om mijn telefoon te pakken. Hij had me vast aan mijn haren en hij stak me in mijn gezicht en in mijn nek. Ik weet nog dat ik de telefoon in mijn broekzak heb weten te stoppen. Hij sleurde me mee. Ik zag dat het bloed sijpelde. Ik weet niet hoe groot de wond was maar het bloedde hevig. Ik ben gaan gillen. Hij trok mij weer naar binnen en zei dat het nu echt klaar was. Hij stak met zijn hand met daarin het mes in mijn gezicht en rechts in mijn nek. Hij zei dat ik het verpest had. En meekomen. Voor ik het wist had hij me weer meegetrokken de garage in.

Het gegil van de vrouw op straat wordt door verschillende getuigen gehoord, die ook 112 bellen.

Op 2 september 2017 was ik om 06.00 uur opgestaan. Ik hoorde toen hard gegil van een vrouw. Het gegil ging door merg en been. Ik keek via mijn slaapkamerraam de [adres] te [gemeente] in en zag dat een man een vrouw vast hield. De vrouw werd vastgehouden doordat de man met zijn arm rond de borst van de vrouw vast hield. Dit deed hij met zijn linkerarm en met zijn rechterhand hield de man het haar van de vrouw vast. Ik hoorde de vrouw roepen/gillen: “Laat los, stop, stop, stop, niet doen, kijk ik bloed, stop, stop, stop.”

De man sleurde de vrouw via de garage opnieuw zijn woning binnen. Over wat er daar gebeurde verklaarde de vrouw als volgt:

A: Ik zei steeds dat ik gestoken was en smeekte dat hij de dokter of 112 moest bellen.

Hij zei gewoon keihard nee. Hij zei dat we dat niet meer gaan doen. Hij zei “Ik moet je nu wel vermoorden. Het wordt nu afgemaakt”. Toen zei hij ”]e moet me eerst vermoorden”. Hij gaf me het mes. Ik zei nee en zei dat hij dat niet verdiende. Ik smeekte hem weer om 112 te bellen. Weer zei hij “Nee dan komt de politie”. Toen was ik zo bang, zo bang. Ik dacht echt dat ik dood zou gaan. Toen heeft hij me gewurgd een paar keer. Gewoon mijn strot dicht gedaan. Dat is heel eng hoor. Met dat mes ging heel snel maar dat wurgen niet. Dat maak je mee. Dat duurt zo lang.

V: Waar was je toen?

A: Op de overloop. Daar ben ik ook nooit meer vanaf gekomen. Die andere messteken heb ik niet gemerkt. Misschien heeft hij dat gedaan tijdens het wurgen.

V: Hoe is dat wurgen gegaan?

A: Hij pakte met 2 handen op mijn keel en kneep. Eerst stond ik nog. Hij stond toen voor me toen hij me vast pakte. Vanaf dan is het wazig. Ik weet nog dat ik eerst bleef praten maar dat lukte daarna niet meer. Ik voelde me gewoon wegglijden. Ik weet nog dat ik naar de muur keek en in een keer was het klaar. Het voelde zo eng en zo benauwd in mijn hoofd. Hij bleef zelf zo kalm, zo berekenend. Op een gegeven moment kwam ik bij met mijn gezicht in een plas met bloed. Ik voelde dat hij aan mijn benen zat en mijn benen bewoog. Toen hoorde ik “politie politie” en glasgerinkel. Ik lag nog op de grond en vanaf de zijkant voelde ik dat hij mij weer met 2 handen rond mijn nek vastpakte en hard kneep. Ik had geen kracht meer en was op. Ik hoorde de politie roepen of er een vrouw boven was. Ik hoorde dat hij zei ”Ja die heb ik vermoord”. Ik zag dat hij toen naar beneden liep.

De vrouw overleefde de aanslagen ternauwernood.

Geen tbs

Omdat de verdachte niet meewerkte aan psychisch onderzoek hebben de rechters geen tbs op kunnen leggen. Zelf formuleerde de rechtbank dat als volgt: ‘De verdachte werkte niet mee aan een onderzoek van een psychiater en een psycholoog. De rechtbank heeft hierdoor onvoldoende gegevens beschikbaar om te kunnen beoordelen of er sprake is van een stoornis, de toerekeningsvatbaarheid, de kans op recidive en de behandelbaarheid van de verdachte. De rechtbank kan daarom geen tbs opleggen.’

Eerder veroordeeld

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank gelet op het gewelddadige en vernederende karakter van de delicten en de verwoestende gevolgen voor het slachtoffer. Ook is meegewogen dat de verdachte eerder is veroordeeld voor verkrachting en andere geweldsdelicten. Naast de celstraf van 21 jaar moet de verdachte het slachtoffer een schadevergoeding betalen van bijna 63.000 euro.