Burgemeester Aboutaleb: ‘Te lang gewacht met aanpak coke in haven’

Burgemeester Aboutaleb: ‘Te lang gewacht met aanpak coke in haven’

Burgemeester Aboutaleb en de hoofdofficier van Justitie in Rotterdam, Hugo Hillenaar, willen tientallen miljoenen euro’s van de regering, om te kunnen investeren in de aanpak van de drugscriminaliteit in de haven.

door Joost van der Wegen

Programma’s

Burgemeester en hoofdofficier verschenen dinsdagavond onafhankelijk van elkaar in respectievelijk de programma’s Beau op RTL4, en Op1 van de NPO, over het probleem van de cocaïne-smokkel in de Rotterdamse haven.

Hillenaar gaf bij Op1 aan dat hij niet weet hoeveel er op de markt in omloop is aan cocaïne, maar hij weet wel dat die markt ‘enorm’ is. De hoofdofficier: ‘Het is de keerzijde van het succes van de logistiek van de haven.’

Hij hoopt dat de nieuwe bij wet vastgelegde gevangenisstraf voor ‘uithalers’ van drugs in de haven zal afschrikken. ‘Maar dat zal niet genoeg bestand zijn tegen het enorme verleidingsmodel van de drugshandel. We zullen het in de volle breedte moeten aanpakken, er is geen “silver bullet”’. We moeten kinderen op school bewust maken door les te geven, weerbaarheidstrainingen geven aan havenmedewerkers, en gebruikmaken van slimme techniek, zoals drones en slimme camera’s. Ook willen we graag ons HARC-team (hit and run container-team, CS) versterken.’

Pasjes

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam gaf bij Beau aan dat maatregelen in de haven te lang zijn uitgebleven. ‘Omdat we met 500 miljoen ton aan goederen, waarmee we Europa voeden, de haven niet wilden criminaliseren, hebben we te lang gewacht. We maken nu wel vorderingen, onder meer door de toegang tot de haven met pasjes te limiteren tot onder werktijd. Ook hebben we een plan van aanpak gemaakt, op basis van een onderzoek van de Erasmus Universiteit. Daar hebben we nu minimaal 35 miljoen euro voor nodig, en maximaal 70.’

De burgemeester verwijst naar de aanpak van de VS: ‘Zij werken in de bronlanden zelf, met ‘dedicated’ ruimtes in bunkers, waar ze beoordelen wat er uit het achterland komt, en waar ze met eigen apparatuur de containers scannen, omdat ze de lokale techniek niet vertrouwen.’