De 25-jarige zoektocht naar de moordenaar van Milica

De 25-jarige zoektocht naar de moordenaar van Milica

De 19-jarige Milica van Doorn werd in de vroege ochtend van Tweede Pinksterdag 1992 gevonden in het water bij een kerk in Zaandam. Ze was verkracht, haar keel was doorgesneden. Een kwart eeuw later werd Hüseyin A. (foto) aangehouden en lijkt de zaak eindelijk te zijn opgelost. Reconstructie van een 25 jaar durende zoektocht (€).  

Door Timo van der Eng

Op zondagavond 7 juni 1992 zit Milica van Doorn op een bank in een flat aan de Fluitekruidweg in Kogerveld, een na-oorlogse wijk in Zaandam. Ze is aanwezig op een verjaardagsfeestje van een vriend. Het is Eerste Pinksterdag en de scholiere heeft net haar havo-examens achter de rug. Om even voor middernacht vertrekt ze van het feestje. Ze wil de laatste bus van lijn 63 halen, die om vijf over twaalf vertrekt. ‘Dan ga ik maar’ zegt ze tegen de aanwezige vrienden en loopt de betonnen trappen van de flat af, de straat op. Maar bus 63 rijdt die avond op dat tijdstip al niet meer, zo merkt Milica als ze een paar minuten later bij de halte aankomt. Vanwege Pinksteren. Daarop besluit de scholiere te gaan lopen, op weg naar het station, in de hoop daar een bus te vinden om naar huis te kunnen gaan. 

Op de zwaar bewolkte ochtend van Tweede Pinksterdag stapt de dan 62-jarige Jan Broersen zijn pastorie uit. De pastoor van de Jozefkerk ziet wat bloed op het trottoir liggen en een schoen. Maar hij heeft haast. ‘Ik dacht wat vreemd’ herinnert hij zich later. ‘Maar ik moest door, ik had een afspraak. Toen ik rond negen uur terugkwam zag ik over het gras naar het water toe een spoor. En daar dreef Milica in het water, bij de toren. Praktisch helemaal ontbloot. Het was vreselijk om haar daar zo te zien liggen. Ze was behoorlijk toegetakeld. Ik heb de politie gebeld en die hebben alles afgezet. Er was nog een dienst ook, die Tweede Pinksterdag. Er waren mensen zoveel jaar getrouwd, die hadden een dienst om tien uur en moesten via een andere ingang naar binnen. Met een helikopter zijn ze later die dag nog op zoek geweest naar die tweede schoen, maar die hebben ze toen niet gevonden. Naderhand heb ik ook nog met de ouders van Milica gesproken. Over haar toekomstdromen, wat ze wilde worden, wat ze van plan was.’ 

Maar Milica heeft sinds die Tweede Pinksterdag geen toekomst meer. Ze ligt in het water van de Noordervaldeursloot, vlak bij de kerk, zo’n 500 meter van de flat aan de Fluitekruidweg, waar het feestje was. Haar hals is doorgesneden en ze is verkracht. De dood van de blonde scholiere veroorzaakt een golf van ontzetting in de Zaanstreek. In sommige media wordt een verband gelegd met een andere schokkende gebeurtenis in Zaandam: de paskamermoord. Acht jaar voordat het ontzielde lichaam van Milica wordt aangetroffen bij de Sint Jozefkerk, werd de knappe 21-jarige Sandra van Raalte dood gevonden in een paskamer in een kledingboetiek waar ze werkte. Ze was vastgebonden met repen stof en haar keel was doorgesneden. Ten tijde van de moord op Milica is de paskamermoord nog steeds niet opgelost. 

De Noordervaldeursloot waar het lichaam van Milica werd gevonden. Hüseyin A. woonde aan het andere einde van de sloot.

Gegil

In de eerste maanden van het onderzoek krijgen de rechercheurs geen zicht op serieuze verdachten. Buurtonderzoek leert dat verschillende omwonenden geschreeuw en gegil hebben gehoord in de buurt van de kerk. En er zou een zingende man op een fiets gezien zijn, met een wit plastic tasje aan zijn stuur. De fietser zou een Turks uiterlijk hebben. Ook is er het raadsel van de verdwenen schoen. Op Tweede Pinksterdag was door pastoor Broersen op het trottoir bij de kerk alleen de rechterschoen van Milica gevonden. Twee maanden later vindt een dakdekker bij toeval de vermiste linkerschoen. De man is aan het werk op het platte dak van de Sint Jozefkerk en vindt daar de ontbrekende schoen. De vindplaats – die door de rechercheurs aanvankelijk verborgen wordt gehouden – stelt de politie voor raadsels: hoe is die schoen daar terecht gekomen?

De politie hoort verschillende getuigen, zoals een oud-inwoonster van Zaandam die op een feestje een vrouw hoort praten over de zaak Milica, zo valt in het boek Moord in Noord-Holland te lezen: ‘Ik hoorde daar een vrouw vertellen over haar Oost-Europese echtgenoot, die zich raar had gedragen op de avond dat Milica werd vermoord. Hij was patat gaan halen, maar bleef erg lang weg. Toen hij terugkwam was de patat koud. Zijn verklaring luidde dat de kraam bij de vijver dicht was, daarom had hij naar een verder weg gelegen snackbar moeten gaan.Maar de kraam bij de vijver was gewoon open geweest die avond. Er was nog meer vreemds. De volgende ochtend toen de pastoor het lichaam had gevonden, mochten de gordijnen niet open. En hij wist dingen, zoals over de kleur van haar ondergoed. Zijn vrouw raakte later in psychische problemen.’ De vrouw wordt verschillende keren gehoord door de politie, maar de rechercheurs zien de beschreven man uiteindelijk niet als een serieuze verdachte. 

Een jaar na de moord op Milica onderzoekt de Zaanse politie of de 30-jarige Edwin de B. uit Oostzaan betrokken is bij de de dood van de scholiere. De B. heeft bekend dat hij Anita Bührs (24) heeft doodgeschoten, omdat ze nogal lauw had gereageerd op een kadootje dat De B. voor haar had gekocht. Hij had het 3-jarige zoontje van de vrouw vervolgens verdronken in recreatiegebied Spaarnwoude. De B., freelance sportjournalist bij de plaatselijke krant, was na een daderanalyse in beeld gekomen voor mogelijke betrokkenheid bij de moord op Milica, maar de man uit Oostzaan blijft – ondanks stevige verhoren – categorisch ontkennen. 

Zingende man

In de jaren daarna raakt het onderzoek naar de moord en verkrachting van Milica van Doorn langzaamaan in het slop. Er zijn gewoonweg te weinig serieuze aanknopingspunten voor de politie om een verdachte in beeld te krijgen. In 2003, ruim tien jaar na de dood van Milica, trekt een cold case-team van 15 rechercheurs nog eens alle registers open. Na een uitzending van het tv-programma Opsporing Verzocht, waarin bekend gemaakt wordt dat er 20.000 euro wordt uitgeloofd voor de gouden tip, komen ruim vijftig aanwijzingen binnen. In de uitzending zegt de politie ook op zoek te zijn naar een man waarmee Milica een week eerder voor haar dood ruzie heeft gehad, elders in Zaandam. Ook wil het rechercheteam meer informatie over een lichtkleurig bestelbusje dat op de avond van de moord gezien is in de buurt van de plaats delict. Maar alle inspanningen van het cold case-team ten spijt, levert het hernieuwde onderzoek geen concrete aanwijzingen voor een verdachte op. 

Een analyse van het dna uit het sperma dat in het lichaam van Milica is gevonden levert de politie ondertussen informatie op dat de dader waarschijnlijk van Turkse of Noord-Afrikaanse komaf moet zijn. Gecombineerd met de getuigenverklaring dat er op de avond van de moord in de buurt van de plaats delict een zingende man met een Turks uiterlijk is gezien, begint de politie zich meer te focussen op Turkse bewoners in de wijk Kogerveld. 

Dat leidt uiteindelijk in december 2008 tot een grootschalig dna-onderzoek onder Turkse mannen die in juni 1992 in de wijk Kogerveld woonden en toen tussen de 16 en 30 jaar waren. 75 mannen worden opgespoord en gevraagd wangslijm af te staan om hun dna te kunnen vergelijken met dat wat in het lichaam van Milica is aangetroffen. Binnen enkele weken wordt het teleurstellende resultaat bekend gemaakt: er is geen match. 

Maar tegelijkertijd gloort er ook hoop aan de horizon. Dna-onderzoek is inmiddels technisch zo ver ontwikkeld dat via het dna van een familielid ook verdachten kunnen worden opgespoord. Dit zogenaamde dna-verwantschapsonderzoek is in 2008 echter wettelijk nog niet mogelijk. Dat verandert vier jaar later. 

133 Turkse mannen

In 2017 is het dan eindelijk zo ver. Op 7 november ploft er bij 133 Turkse mannen een brief op de mat. Verreweg de meesten wonen in de Zaanstreek. Ze worden gevraagd mee te werken aan een dna-verwantschapsonderzoek (zie kader). Deelname is vrijwillig. Ook de 47-jarige Hüseyin A. ontvangt een uitnodiging. De vader van vier dochters woont in een flat die hij in 2001 heeft gekocht, hemelsbreed nog geen kilometer van de plek waar 25 jaar eerder het stoffelijk overschot van Milica in het water werd gevonden. A. is geboren in Çiçekdağı, diep in het binnenland van Turkije ten oosten van Ankara. Op 16-jarige leeftijd is hij samen met zijn moeder en broer naar Nederland vertrokken, waar zijn vader al woonde en werkte. Hüseyin zelf werkte jarenlang in een grillroom in de Westzijde in Zaandam, waar hij maaltijden bezorgde. Later ging hij aan de slag als metaalarbeider. 

De Turkse mannen die in november 2017 benaderd worden om hun dna af te staan, doen massaal mee met het onderzoek. Maar Hüseyin A. niet. De reden waarom hij weigert mee te doen is niet bekend. Maar zijn weigering is tevergeefs. Op zaterdag 9 december wordt hij aangehouden. De politie is hem op het spoor gekomen doordat een oudere broer van A. zijn dna wel heeft afgestaan. Als het dna van A. zelf vervolgens wordt vergeleken met het spoor dat in het lichaam van Milica is gevonden blijkt er een match. 

De aanhouding van de vader van vier dochters slaat in als een bom. Mensen in zijn omgeving spreken vol lof over de hulpvaardige, hardwerkende huisvader. Ze kunnen niet geloven dat A. verdacht wordt van de 25 jaar oude moord en verkrachting van een Hollands meisje. ‘Hij was altijd behulpzaam’ laat iemand weten. ‘Hij was iemand die ook redelijk goed geïntegreerd leek. Niet heel streng in het geloof, hij dronk soms een biertje, ook wel meer dan een.’ Het was sommigen wel opgevallen dat A. de laatste weken, nadat bekend was geworden dat er een dna-verwantschapsonderzoek zou plaatsvinden, stil en terug getrokken was. De vrouw van A., die naar verluidt ten tijde van de moord op Milica zwanger was van de eerste dochter, stort in na de aanhouding van haar man. Ze kan niet geloven dat ze meer dan 20 jaar met een moordenaar en verkrachter getrouwd is geweest.

‘Ik heb me zelfmoord gedaan’

Tijdens zijn eerste politieverhoor, A. wordt dan nog niet bijgestaan door zijn nieuwe advocaat, maakt de verdachte een verwarde indruk. Hij heeft het onder andere over een ooit ondernomen zelfmoord en een geest die bezit had genomen van zijn lichaam, zo blijkt uit de politiedossiers. ‘Ik had daarvoor psychische problemen. Ik heb me zelfmoord gedaan. In ’91 geloof ik’, zegt hij onder andere. En: ’Ik was dus in een verwaarloosde situatie. Iemand kwam in mijn lichaam en toen heb ik zelfmoord gepleegd. Ik heb eigenlijk de dood gezien toen.’ Ook vertelt hij dat hij dronken op een fiets reed en een meisje tegen kwam: ‘Kom ik haar tegen. Ik weet niet, ik heb haar niet gezien en zo. Die schreeuwde naar mij, heb mij een duwtje gegeven. Toen kwam de geest weer in mijn lichaam. Net als met die zelfmoord weet ik niet hoe het is gegaan. Ik heb me nooit schuldig gevoeld want het lijkt net een droom.’ Tijdens de eerste zitting van zijn proces, 19 november verklaart hij dat hij een geheime seksuele relatie had met Milica. Hij ontkent haar te hebben verkracht en vermoord. 

Jan Broersen, de pastoor die het toegetakelde lichaam van Milica op Tweede Pinksterdag 1992 in het water vond, is inmiddels 87 jaar. Hij heeft de vreselijke gebeurtenis altijd met zich mee gedragen. Zeker als er in de media aandacht werd besteed aan de zaak, dan kwam alles weer terug. ‘Het is nu aan de rechters’ zegt hij, ‘Nee, ik had niet de verwachting dat dit ooit nog opgelost zou worden. Maar wel de hoop natuurlijk.’ Het lijkt er op dat die hoop vervuld gaat worden. 

Hüseyin A. ontsprong eerder de dans

Er is tijdens het onderzoek naar de moord op Milica van Doorn verschillende keren dna-onderzoek gedaan. In eerste instantie gebeurde dat onder direct betrokkenen, denk daarbij aan vrienden, kennissen en familieleden. Vanaf 2004 is in verschillende fasen dna-onderzoek gedaan bij diverse groepen, waarbij gebruik gemaakt werd van steeds meer geavanceerde onderzoekstechnieken. In de eerste fase waren dit mannen in de leeftijd van 16 tot 30 jaar uit de wijk Kogerveld met antecedenten op gewelds- en zedenmisdrijven. In de tweede fase is deze groep breder getrokken naar mannen met overige antecedenten. De derde fase was in 2008 toen aan Turkse mannen die ten tijden van de moord op Milica in Kogerveld woonden, werd gevraagd om hun dna af te staan. Daar werd massaal gehoor aan gegeven. Wie er toen niet meedeed? Hüseyin A., zo wijst onderzoek van de auteur van dit artikel uit. Omdat het afstaan van dna op vrijwillige basis gaat, kon A. in 2008 nog zijn snor drukken. Het Openbaar Ministerie laat desgevraagd weten: ‘Deze weigering was onvoldoende om hem als verdachte te beschouwen. Er was destijds geen aanvullende informatie, op basis waarvan hij als verdachte zou kunnen worden aangemerkt in dit onderzoek.’