Jacht op de laatste super-capo
De Cosa Nostra uit Sicilië heeft de laatste decennia terrein verloren, na de arrestatie van de capo's Bernardo Provenzano en Totò Riina en het verzet dat de Siciliaanse bevolking hier en daar vertoont tegen afpersingspraktijken. Er is nog één super-capo over. Hij behoort tot 's werelds meest gezochte boeven: Matteo Messina Denaro (51), op de vlucht sinds 1993 en in Italië bekend sinds L'Espresso hem in 2001 tot bekende Italiaan bombardeerde.
Kunstkenner
Matteo Messina Denaro komt uit de provincie Trapani, in westelijk Sicilië. Zijn vader was capo mandamento in het plaatsje Castelvetrano en hoofd van de Mafia in Trapani. Hij leerde Matteo schieten toen deze 14 jaar oud was. Toen Matteo 18 was had hij zijn eerste moord gepleegd. Justitie verdenkt hem van rond de 50 liquidaties. Hij wordt ook verdacht een van de organisatoren te zijn van de bommen-campagne van de Cosa Nostra in 1993. Na de arrestatie van Totò Riina ontploften in onder meer Milan, Florence en Rome bommen waarbij 10 doden vielen en 93 mensen gewond raakten. Als kunstkenner plande hij de aanslag op het Uffizi museum in Florence waar schilderijen van onder meer Rubens en Giotto werden vernietigd.