OM: dodelijk schot in Utrecht was noodweer (UPDATE)

OM: dodelijk schot in Utrecht was noodweer (UPDATE)

De schietpartij vorig jaar in Utrecht waarbij Utrechter Mohammed “James” Daouaki (44) om het leven kwam was het gevolg van een ruzie over een schuld over hasj. Donderdag eiste het Openbaar Ministerie de rechtbank in Utrecht geen straf tegen verdachte Imad E.A. (36) uit Amersfoort omdat hij volgens de officier van justitie uit noodweer had geschoten.

Bekenden

De schietpartij was donderdagavond 30 mei in de Kanaalstraat in Lombok. De verdachte vluchtte maar werd later aangehouden. Slachtoffer en verdachte waren bekenden van elkaar. Eerder op de dag hadden de twee op straat ruzie gehad. Imad zou volgens getuigen een vinger langs zijn keel hebben gehaald, iets dat hij ontkent. E. A. geeft wel toe het fatale schot te hebben gelost. Hij benadrukt dat hij absoluut niet die intentie op voorhand had. Volgens hem ging alles ‘in een flits’ toen Daouaki met een mes een auto uitstapte en op hem afrende. Hij zegt in paniek geraakt te zijn. Advocaat Arthur van der Biezen had betoogd dat het schieten noodweer was geweest.

Ook het OM vindt dat er voor de verdachte een ‘onmiddellijk dreigend gevaar’ bestond. Er was geen tijd om te vluchten of alleen met het wapen te dreigen. Ook volgens de officier van justitie was er sprake van noodweer.

Telefoongegevens

Telefoongegevens laten zien dat die telefoon tussen de eerste en de tweede confrontatie tussen Utrecht en Amersfoort op en neer ging. Justitie denkt dat E. A. toen een wapen heeft opgehaald. E. A. ontkent dat hij die dag deze telefoon in gebruik heeft gehad. Maar een neef heeft gezegd dat E. A. in de tijd tussen de twee incidenten in Amersfoort was.

Het Openbaar Ministerie gaat er niet van uit dat De verdachte een vooropgezet plan had om Daouaki te doden. Hij is wel schuldig aan doodslag maar daarvoor wordt dus geen straf geëist. De officier van justitie eist wel een jaar celstraf voor verboden wapenbezit.

Imad E. A. is onder voorwaarden geschorst na 103 dagen in voorlopige hechtenis te hebben gezeten.