“Moord” in Lelystad #5: schuldig of niet?

De Lelystadse moordzaak is er zo één waar de werkelijkheid dermate bizar is dat het allemaal verzonnen lijkt. Waarom laat een echtgenote de slaapkamer die op slot is een week lang gesloten, terwijl haar man vermist is? En er een geurtje in huis hangt. Dinsdag was het gerechtshof in Leeuwarden ermee aan de slag in een pro forma-zitting. Zoals uit de voorgaande berichten bleek (hier deel één) was er voor het Openbaar Ministerie (moord) en de rechtbank (doodslag) geen twijfel. Hoe is de rechtbank tot de conclusie van doodslag gekomen? Hieronder alle bizarre feiten op een rij en ook de argumenten uit het vonnis van de rechtbank.

Oordeel zelf.

 

Door Wim van de Pol

Op 20 oktober 2008 werd in Lelystad het lichaam van Jenno Van Zwietering gevonden in zijn slaapkamer. De deur was op slot.

Tien dagen eerder was hij voor het laatst gezien door zijn vrouw en één van zijn vijf kinderen. Anita slaapt vanaf 10 oktober, omdat de deur van de slaapkamer gesloten was, tien dagen lang bij haar dochter, totdat ze elders in het thuis een sleutel vond op de ochtend van 20 oktober.

Er lagen negen sleutels in de afgesloten slaapkamer. Die zijn niet onderzocht. Evenmin de laptop en de kleren van het slachtoffer.

De politie arresteerde Anita op 8 januari 2009. Zij werd in juli 2009 veroordeeld tot twaalf jaar voor doodslag, politie en rechtbank gaan uit van een uit de hand gelopen SM-spel.

Een getuige houdt stellig vol dat hij met het slachtoffer heeft getelefoneerd toen die volgens het OM al overleden was. Volgens het OM zijn de telefoniegegevens hierover onvindbaar.

Aan de verdediging zijn tal van stukken onthouden. Pas een maand voor de inhoudelijke zitting op 25 juni 2009 kwam het NFI-rapport over de doodsoorzaak bij de verdediging. Daags voor de zitting kreeg de advocaat nog zes ordners met stukken van direct na de vondst van het lichaam in oktober 2008.

Nog altijd zijn er computers en andere eigendommen spoorloos of niet teruggegeven. Van Zwietering had met zijn bedrijf onkraakbare cryptosoftware ontwikkeld. Maar een relatie tussen de zaak en die software is nooit vastgesteld.

Op de ochtend van de ontdekking van het levenloze lichaam van Jenno heeft een mysterieuze doorzoeking plaatsgevonden, in het kader van artikel 552n Strafvordering, een zogenaamd diplomatiek rechtshulpverzoek uit het buitenland. Dit gebeurde vóórdat de technische recherche het onderzoek naar de doodsoorzaak aanvatte.

De rechtbank is gekomen tot een veroordeling voor doodslag in de zaak door het uitsluiten van mogelijkheden, niet door bewijs.

De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer in bed moet zijn omgebracht en dat er geen sprake is van een natuurlijke dood, dan wel zelfmoord of een overlijden al dan niet voorafgegaan door automutilatie. Dat lijkt inmiddels op zijn minst aan twijfel onderhevig gezien de getuigen die zich na het vonnis over de zaak hebben uitgelaten. Het lijkt wel degelijk op een geval van zelfverminking. 

De rechtbank sluit verminking door een in bed gevonden radeermesje uit. Maar voor de rechtbank staat vast dat het slachtoffer door opzettelijk geweld is doodgegaan. Ook daaraan kan inmiddels worden getwijfeld.

De rechtbank gaat ervan uit op grond van bloed en veegsporen dat het slachtoffer is vastgebonden geweest. Voorts is zijn hals bedekt geweest met vermoedelijk huishoudfolie. Maar huishoudfolie is, volgens deskundigen, een gebruikelijk hulpmiddel bij wurgseks.

De rechtbank stelt vast dat er sprake is van hulpmiddelen die zouden kunnen dienen om SM-seks te bedrijven. Maar dat is geen aanwijzing voor moord. Dat er op het slachtoffer en in het bed overvloedig DNA van de verdachte aanwezig was kan duiden op seks en op het slapen in bed, maar wijst niet op doodslag.

De rechtbank gaat ervan uit dat de het slachtoffer in de nacht van donderdag op vrijdag (9 op 10 oktober) is omgebracht. Maar er is een getuige die vertelt de politie dat hij op vrijdagavond nog met het slachtoffer heeft gesproken. De telefoongegevens zijn volgens de officier van justitie bij de KPN niet meer te vinden.

Verder is de deur van de echtelijke slaapkamer tussen 10 en 20 oktober niet geopend geweest volgens de verklaringen van de gezinsleden van verdachte omdat na terugkeer op 10 oktober de sleutel zoek zou zijn en verdachte die hele periode bij haar dochter op de kamer heeft geslapen.

De conclusie uit bovenstaande feiten is dat ‘niet anders kan zijn dan dat het slachtoffer op de bewuste donderdagavond 9 oktober, dan wel de daarop volgende ochtend 10 oktober door verdachte op gewelddadige wijze in het echtelijke bed om het leven is gebracht.’

Er is geen bewijs. Alleen de redenering: dat het niet anders kan dan dat Anita van Zwietering schuldig is aan doodslag. Is dat genoeg? Het gerechtshof in Leeuwarden moet nu over die vraag oordelen.

Lees verder:

Hof: nieuw onderzoek “moord” Lelystad