Droombekentenis in oude moordzaak houdt geen stand

Droombekentenis in oude moordzaak houdt geen stand

Een 59-jarige Duitse man is woensdag door het gerechtshof in Den Haag vrijgesproken van een moord uit 1994, op een camping in het Noord-Hollandse Petten. Zijn bekentenis in die tijd was afgedwongen door de politie en er was geen ondersteunend bewijs van zijn schuld. De zaak werd eerder terugverwezen door de Hoge Raad.

Door Joost van der Wegen

Beeld is ter illustratie

Moord

De zaak draait om de moord op de 41-jarige Peter Teschke, op een camping in Petten, op 2 juli 1994. Het slachtoffer wordt met een mes meerdere keren in het hart gestoken, waarna hij sterft. De moord vindt plaats tijdens een vakantie van een aantal Duitse familieleden en vrienden, nadat er op een avond flink is gedronken.

Mes

Getuigen zien ’s nachts een man bij de wc’s die naakt is, verward, en een mes in zijn handen heeft, en er zijn bloedsporen. De man zou volgens de getuigen mank hebben gelopen. Een oom, die mee was op de vakantie, verklaart later dat hij mank loopt, omdat zijn benen als gevolg van een auto-ongeluk niet meer even lang zijn.

Droom

De oom wordt als eerste gearresteerd. Maar de politie verdenkt daarna de 31-jarige schoonzoon van het slachtoffer. Hij verklaart in de loop van 19 verhoren, in de meeste gevallen zonder advocaat, dat hij in dezelfde nacht heeft gedroomd dat hij met een mes op zijn schoonvader zou zijn gevallen. De politie komt dit te weten, omdat de oom dit van hem heeft gehoord, en dit door heeft gegeven aan de politie.

De oom ontkent dat hij zijn aan de verdachte uitgeleende mes later van hem terugkreeg. Een schoonmaker vindt in de bewuste nacht een mes, dat later kwijtraakt, bij de wc’s.

Veroordeeld

De verdachte werd tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld, voor moord, door het hof, hoewel hij voor de rechtbank eerder was vrijgesproken. Destijds vond het hof dat er geen ‘ongeoorloofde druk’ was uitgeoefend op de verdachte.

Onschuldig

Na een herzieningsverzoek besloot het hof in Den Haag woensdag, na terugverwijzing in 2021 door de Hoge Raad, dat de man onschuldig is. Zijn valse bekentenis was afgedwongen door de lange verhoren en bevatte geen daderkennis. De kennis die hij had, was hem waarschijnlijk vertelt door de rechercheurs.

Verder was er veel te weinig onderzoek gedaan naar mogelijke bloedsporen op de verdachte. Ook deed men niet genoeg onderzoek naar een gevonden shirt van de oom, en zijn verdwenen horloge en mes.

Dit valt terug te lezen in de uitspraak.