Proef: veel fouten bij dna-testen in Verenigde Staten

Proef: veel fouten bij dna-testen in Verenigde Staten

In de Verenigde Staten is er een groot risico dat dna-testen van mengprofielen verkeerde personen aanwijzen als de dader. In een nieuwe studie van het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology (NIST) blijkt dat dat 74 van de 108 laboratoria een onschuldige persoon impliceerden bij een hypothetische bankoverval.

Verontrustend

Dat schrijft een hoogleraar biologie in de New York Times. Onderzoekers van het NIST gaven hetzelfde dna-mengsel aan ongeveer 105 Amerikaanse laboratoria en drie Canadese laboratoria en vroegen hen om het te vergelijken met dna van drie zogenaamde verdachten van een overval.

Het dna van de eerste twee verdachten maakte inderdaad deel uit van het mengsel en de meeste labs maakte een correcte match met hun dna en dat in het bewijsmateriaal.

74 labs zeiden echter ten onrechte dat het dna-bewijsmateriaal ook dna bevatte van de derde verdachte. Maar dat was een onschuldige persoon die van het hypothetische misdrijf had moeten worden vrijgesproken. Zijn dna zat niet in het mengprofiel dat zogenaamd gevonden was op de plaats delict.

Onterecht veroordeeld

Lab-fouten komen geregeld voor in strafzaken in de VS. Zo bracht Dwayne Jackson uit Las Vegas bijna vier jaar door in een gevangenis in Nevada voor een misdaad die hij niet beging. Hij zou in 2001 een vrouw en haar twee dochter in hun huis hebben overvallen en hebben ontvoerd. Een laboratorium had zijn dna per ongeluk verwisseld met de buis van een andere verdachte. Het lab verontschuldigde zich later voor de fout en Jackson werd vrijgelaten.

Moeilijker te detecteren

Maar sommige laboratoriumfouten zijn echter veel moeilijker te detecteren. Het is bijvoorbeeld complex om dna-mengprofielen van drie of meer mensen te interpreteren. Omdat dna-testen gevoeliger zijn geworden, zijn de meeste laboratoria nu in staat om profielen te maken van iedereen die een object licht heeft aangeraakt. Het resultaat is dat dna-mengprofielen gebruikelijker zijn geworden, goed voor ongeveer 15% van alle bewijsmonsters.

Match

Om te beoordelen hoe laboratoria het doen met deze mengsels, hebben de onderzoekers van het instituut de afgelopen twee decennia verschillende nationale onderzoeken uitgevoerd. Zo gaven ze dna van “misdaadlabs” van verschillende mensen, evenals dna van nep-misdaadscènes. Ze vroegen de laboratoria of verdachten overeenkwamen met het bewijsmateriaal. Als de labs een match hadden gevonden, moesten ze een matchstatistiek rapporteren. Deze statistiek geeft de kans aan of de match toevallig of onschuldig is.

Verschillende statistieken

Een schokkend resultaat van de nieuwe NIST-studie is dat laboratoria die hetzelfde bewijsmateriaal analyseerden, enorm verschillende statistieken berekenden. Onder de 108 misdaadlabs in het onderzoek varieerden de statistieken meer dan 100 biljoen maal. Deze statistieken zijn belangrijk omdat ze door justitie, jury’s (en in Nederland door rechtbanken) worden gebruikt om te af te wegen in hoeverre een dna-match toevallig is.