Gloeiend hete aardappel bij de Hoge Raad

Nog nooit heeft een besluit over een herzieningsverzoek in een strafzaak langer geduurd dan in de zaak van Hüseyin Baybaşin: ruim vijf jaar nu. Waarom duurt dat zo lang? Dertien vragen en antwoorden over de loodzware last die op de schouders rust van Diederik Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad .

Door @Wim van de Pol

Vorige week werd bekend dat het niet ‘voor de zomer’ maar ‘na de zomer‘ gaat worden voordat Aben zijn conclusie af heeft.

Waar draait de zaak precies om?

Baybaşin is in 2002 tot levenslang veroordeeld wegens opdracht geven voor een huurmoord en een poging een andere huurmoord uit te lokken. Het cruciale bewijs zag het gerechtshof in Den Bosch uitsluitend in afgeluisterde telefoongesprekken. De bedoeling is dat de Turkse Koerd Baybaşin (59), die de beschuldigingen te vuur en te zwaard heeft bestreden, in de gevangenis zal sterven.

Waarom doet de advocaat-generaal bij de Hoge Raad zelf onderzoek? De Hoge Raad kijkt toch niet naar de inhoud van een zaak?

Sinds een wetswijziging uit 2012 kan de advocaat-generaal bij de Hoge Raad zelf onderzoek (laten) doen bij een herzieningsverzoek van een advocaat van een veroordeelde. Een herziening wordt toegewezen als er nieuwe feiten in een zaak naar boven zijn gekomen die het veroordelende gerechtshof destijds niet wist, en waardoor het oordeel anders had kunnen uitvallen. Een advocaat-generaal geeft aan de Hoge Raad een inhoudelijk advies (een “conclusie”) dat de Hoge Raad doorgaans overneemt.

Wat onderzoekt Aben precies?

Advocaat Adèle van der Plas heeft een honderdtal nieuwe feiten aangedragen. In grote lijnen vallen die in twee categorieën uitéén: ten eerste sterke aanwijzingen voor manipulatie van de telefoongesprekken en ten tweede aanwijzingen dat politie en Openbaar Ministerie in het strafdossier over het begin van het onderzoek hebben gelogen. Aben heeft in een eerste conclusie geschreven dat hij wil onderzoeken of de door de politie opgeslagen afgeluisterde telefoongesprekken zijn vervalst. Verder zag hij reden te gaan analyseren of de start van het rechercheonderzoek naar Baybaşin wel in overeenstemming is geweest met wat in het dossier aan de rechters is voorgelegd.

Hoe zijn die ruim vijf jaar besteed?

Er is een klein kapitaal uitgegeven aan het honorarium van twee technisch deskundigen, één die is aandragen door het Openbaar Ministerie en één van de verdediging. Verder is een tiental getuigen gehoord door de rechter-commissaris.

En zijn de gesprekken gemanipuleerd?

Een deskundige in de signaal-analyse – die de verdediging had aangebracht – heeft vastgesteld op basis van onderzoek een aantal belastende gesprekken dat deze zijn gemanipuleerd. De deskundige van het Openbaar Ministerie heeft tegen deze algemene conclusie geen argumenten ingebracht. Van een veel groter aantal gesprekken is het zeer waarschijnlijk dat er mee is gerommeld.

En de getuigenverhoren?

Al met al schetsen de getuigen het beeld dat Nederland en Turkije vanaf 1995 samen – in het geheim – plannen maakten om Baybaşin strafrechtelijk te vervolgen. Dat gebeurde op initiatief van de Turken voor wie de Koerd Baybaşin na PKK-leider Abdullah Öcalan zo ongeveer staatsvijand nummer 2 was. Een en ander is geheel in strijd met wat het strafdossier voorspiegelt (en wat door officieren van justitie onder ede is verklaard): namelijk dat het Baybaşin-onderzoek pas in februari 1997 is begonnen, zonder bemoeienis vanuit Turkije.

Duidelijke zaak dus voor Aben?

Dat weten we pas na de zomer. Hij moet naar de feiten kijken en schrijft aan een conclusie die vele honderden pagina’s zal beslaan. Diederik Aben werkt aan de zwaarste zaak die hij ooit in zijn carrière heeft behandeld. Hij heeft veel tijd nodig omdat advocaat Adèle van der Plas dit voorjaar nog een reusachtig aantal aanvullingen op haar verzoek heeft ingediend. Bovendien ligt de ingewikkelde zaak uiterst gevoelig. Aan de ene kant is er de reële kans dat er in Nederland iemand onschuldig tot levenslang is veroordeeld, en die al ruim 18 jaar in de cel zit. Aan de andere kant zal terugverwijzing van de zaak naar een gerechtshof grote commotie veroorzaken en het zal ook flinke schade toebrengen.

Hoezo?

Als Aben concludeert dat er sprake is geweest van een rechterlijke dwaling zal dat een groot gezichtsverlies betekenen voor de Nederlandse rechtspleging en het Openbaar Ministerie. Er zijn namelijk niet slechts grote beoordelingsfouten door rechters en raadsheren gemaakt. Er staat ook vast dat rechters en de Nederlandse bevolking vele jaren lang moedwillig zijn bedrogen door justitie en politie. Ook lijkt het er dan sterk op dat er onder ede is gelogen door officieren van justitie. De coördinerend officier van justitie van destijds is oud-hoofdofficier van justitie Hugo Hillenaar, thans hoofd-advocaat-generaal bij het Openbaar Ministerie. Het zou erop kunnen wijzen dat er ernstige misdrijven zijn gepleegd door leden van het OM. Al met al is dat heel pijnlijk voor een Openbaar Ministerie dat voor alle Nederlanders moet staan en rechtvaardig en onkreukbaarbaar wil zijn.

Ziet Aben nog meer beren op de weg?

Jazeker. Als vast staat dat telefoongesprekken zijn gemanipuleerd dan is de volgende vraag hoe die gesprekken in de tapkamers zijn beland. Nergens ter wereld worden – in absolute zin – zoveel telefoons getapt als in Nederland. Telefoongesprekken en de gespreksgegevens zijn cruciaal in tal van strafzaken, en die mogen natuurlijk niet zomaar door onbekenden kunnen worden gemanipuleerd. Aben heeft zich daarom verdiept in de tapsystemen die destijds zijn gebruikt. Uit de technische analyse van Aben zal ook blijken in hoeverre tapkamers nu nog altijd kwetsbaar zijn. Of: welke tapkamers in het verleden kwetsbaar waren en tot welke datum. Aben zal heel zorgvuldig moeten formuleren om niet een waterval van procedures af te roepen.

Is naar die kwetsbaarheid nooit eerder onderzoek naar gedaan?

Ja, maar dat heeft tot nu toe nooit voor ongerustheid gezorgd. Mede naar aanleiding van de strafzaak tegen Baybaşin heeft de minister van Binnenlandse Zaken aan PriceWaterhouseCoopers (PWC) opdracht gegeven een aantal tapkamers te screenen op de beveiliging. In 2003 is dat rapport, vlak voor Kerst, naar Tweede Kamer geloodst. Het was een ontluisterend rapport, dat echter nooit het nieuws haalde. In sommige tapkamers bleek het voor rechercheurs of zelfs buitenstaanders heel makkelijk te zijn om te rommelen in opgeslagen gesprekken. Het tapsysteem dat de meeste Baybaşin-taps heeft geregistreerd bleek ook lang niet waterdicht te zijn. Dat systeem is door de Hoge Raad opnieuw onder de loep genomen. Op het ministerie van Justitie maakt men zich grote zorgen over wat Aben over de tapkamers gaat publiceren.

Wanneer na 2003 zijn de tapkamers veilig gemaakt? In alle onderzoeken tot die datum zijn de taps in principe mogelijk gecompromitteerd.

Waar blijkt dat uit?

Dat kan niet anders, omdat minister van Justitie Ard van der Steur eerder dit jaar zelf al aan de Kamer heeft geschreven dat er diepgaand onderzoek komt naar het functioneren van het systeem voor afluisteren dat de politie gebruikt. Je zou die brief kunnen zien als een voorschot van de minister op de uitslag van de conclusie in de zaak van Baybaşin.

Zal Baybaşin vrijkomen?

De veroordeling van Baybaşin tot levenslange straf rust vooral op de huurmoord die eind 1997 in Istanbul is uitgevoerd. Juist ten aanzien van die zaak zijn zeer veel twijfels gerezen. Advocaat Van der Plas vindt dat haar client nu al, dus voor het eindarrest van de Hoge Raad, vrij zou moeten komen omdat zij vindt dat iedere snipper bewijs in deze zaak nu door de nieuwe feiten helemaal met de grond gelijk is gemaakt. Met name in deze moordzaak was er al eerder huizenhoge twijfel gerezen over de inhoud van de telefoongesprekken.

Als deze nieuwe feiten en onderzoeksresultaten waar zijn, in hoeverre zou de Hoge Raad hier dan nog omheen kunnen?

Deze optie is voor de Hoge Raad in toenemende mate problematisch. Sommige door advocaat Van der Plas aangedragen argumenten zouden nog kunnen worden beantwoord met tegenargumenten. Maar de technische rapporten over vervalsing – en over hoe die vervalsingen ongemerkt in de tapkamer konden belanden – die zijn niet meer terug te duwen in een diepe lade van een doofpot. Hetzelfde geldt voor de getuigenverhoren die de Hoge Raad heeft laten doen. Alles zal na de conclusie van Aben openbaar worden. In die zin is de geest uit de fles. De Hoge Raad kan deze informatie niet negeren.