Hoge Raad laat veroordeling AIVD-zaak in stand

De Hoge Raad laat de veroordeling van de ex-medewerkster van de AIVD voor het lekken van staatsgeheime informatie naar de Telegraaf in stand. Zij kan zich niet beroepen op het journalistieke bronbeschermingsrecht (ex art. 10 EVRM).

16 maanden

Het hof veroordeelde de medewerker tot 16 maanden gevangenisstraf, haar partner kreeg 8 maanden opgelegd. De zaak gaat over twee publicaties in De Telegraaf in 2009. Eén handelde over de rol van de AIVD in het voorlichten van het kabinet over de aanleiding tot de Irak-oorlog. Het ander over de beveiliging van de Dalai Lama tijdens een bezoek aan Nederland. De AIVD vermoedde dat informatie hierover was gelekt vanuit de AIVD. Telefoons van de betrokken journalisten zijn vervolgens door de AIVD afgeluisterd.

Prima

Eén van de gesprekken die tot het bewijs hoort gaat als volgt. De partner van de AIVD-medewerkster belt met de verslaggever van De Telegraaf:

Bellend nummer: 06-[002]

Gebeld nummer: 06-[001]

Jolande: Met Jolande van der Graaf

[medeverdachte]: Goedemorgen Jolande met [medeverdachte] [medeverdachte]: ‘T is wel even leuker en persoonlijk om eventjes te bellen.

Jolande: Ja dat is het absoluut.

[medeverdachte]: Enne, uhm, en misschien ’s even een keertje af te spreken.

Jolande: Ja ik vind het best joh.

[medeverdachte]: 2 juni, hoe zit je dan?

Jolande: Ja! Vind ik prima.

[medeverdachte]: Uhm, een uur of acht of zo?

Jolande: Ja, prima.

Afgeluisterd

Achteraf oordeelde de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), naar aanleiding van een klacht van De Telegraaf en de betrokken journalisten, dat de inzet van de telefoontaps tegen de journalisten disproportioneel was. De AIVD had groter gewicht moeten toekennen aan het aan de journalist toekomende recht van bronbescherming dan aan het achterhalen van een mogelijk lek. De journalisten werden daarop niet vervolgd voor de schending van staatsgeheime informatie. De AIVD-ambtenaar die de informatie had gelekt en haar partner wel.

Partner

De veroordeling van de partner van de medewerker moet wel terug naar het gerechtshof. De Hoge Raad vindt dat het hof onvoldoende duidelijk heeft gemaakt in hoeverre hij opzettelijk betrokken is geweest bij het geven van de staatsgeheime informatie.

Geen buitengewone omstandigheid

In cassatie ging het onder meer om de vraag of het bewijsmateriaal dat door de AIVD is verkregen door het onrechtmatig afluisteren van journalisten gebruikt mocht worden in de strafzaak tegen de AIVD-medewerkster. Het hof heeft volgens de Hoge Raad terecht geoordeeld dat dit bewijs niet hoefde te worden uitgesloten van de zaak omdat het journalistieke bronbeschermingsrecht voor de medewerker niet geldt. Vanuit haar functie was de medewerker gebonden aan haar geheimhoudingsplicht. Dat het afluisteren van de gesprekken tussen medewerker en journalist een te zwaar middel was volgens de CTIVD, is geen buitengewone omstandigheid die het lekken door de medewerker zou kunnen rechtvaardigen.

Zie het arrest over de AIVD-medewerkster en dat over haar collega.