Hulzen weg, bloedspatten op de muur

‘Het was weer eens een langdurige zitting donderdag in de Bunker te Osdorp. Het liquidatieproces Passage wordt er niet eenvoudiger op. Soms hoor je dat mensen de draad al lang kwijt zijn. Er gebeurt ook veel. Wat dat betreft is het begrijpelijk. Zo kwam Jesse R. vandaag pas rond 13:00 de rechtszaal binnen wandelen. Er stond toch op de planning dat hij in de ochtend gehoord zou worden in verband met de afspraak bij het AC-Restaurant Lage Weide waar Peerke S. gisteren zo uitgebreid over had verklaard?’ Dat schrijft Bondtehond.

‘De uitleg van Jesse’s advocaat Mr. Paul Waarts was simpel. Jesse had het vanwege erge vermoeidheid niet op kunnen brengen weer om vier uur op te moeten staan en in alle vroegte op het gebruikelijke speciale transport te worden gezet met het BOT-team. Later zou hij daar zelf een verklaring voor geven aan de rechtbank.

Mr. Nico Meijering was net 20 minuten op weg met een betoog van meer dan 2 uur, waarin de raadsman de noodklok luidde ivm ‘kennelijk spelende mechanismen waardoor het de verdediging praktisch onmogelijk wordt gemaakt cliĆ«nt Dino Soerel goed te kunnen verdedigen’. De rechtbank vond het echter zinvol om eerst Jesse R. te gaan horen volgens de eigenlijke planning die er lag. De jongste rechter vroeg of Mr. Meijering, omdat hij toch nog aan het begin van zijn betoog was, even wilde wachten. Dat kon, zei de raadsman van Dino Soerel: Ik ben nog maar in de opwarmingsfase.

De rechter richtte zich tot Jesse R.
Rechter: U bent toch gekomen?
Jesse: Dat klopt.
Rechter: We wilden het hebben over de verklaringen van S. We hadden begrepen dat u geen vragen van La Serpe wilde beantwoorden?
Jesse: Dat zou ik wel kunnen, echter niet rechtsteeks.
Rechter: Ik geef het openbaar ministerie gelegenheid vragen te stellen.
Officier van justitie Mr. Hans Oppe: Mijnheer R., wij hebben een aantal vragen in verband met de heer Peter S. Waar heeft u de heer S. voor het eerst ontmoet?
Jesse: Ik kan het uitleggen. Kaale sr. had Joegoslaven geactiveerd om geld terug te krijgen van La Serpe en mij. Ik heb dat een tijd kunnen uitstellen. Totdat het te dichtbij kwam. Ik zei tegen La Serpe dat ik via bepaalde mensen die joegoslaven op andere gedachten wilde brengen. S. heeft de naam al genoemd. Ik sprak de heer Charles Zwolsman. S. kon er niets aan doen. Hij kende ze niet. Een ander heeft het zo gebracht: Wie heeft dat geld nou gegeven, van Kaale of van jullie? Ja, nee, dat is zo, dus die Joegoslaven trokken zich terug. Dat was mooi, want ze dreigden echt met de dood.
Mr.Oppe: U noemt dat niet zakelijk?
Jesse: Nee, niet echt. Ik wil niet andere namen noemen. Ik heb er verder niet over door gesproken.
Mr.Oppe: Dan zit u in welke tijdspanne?
Jesse: Ongeveer in Juni 2002, denk ik.
Mr.Oppe: Kunt u aangeven waar en hoe vaak u de heer S heeft ontmoet?
Jesse: Nou, niet zo vaak. Minder dan 10 keer. Hooguit 6 a 7 keer.
Mr.Oppe: Heeft u telefoongesprekken gehad?
Jesse: Ja. (…)’

Lees verder Bondtehond.