Huren van drugsloods niet genoeg voor veroordeling

Huren van drugsloods niet genoeg voor veroordeling

Eén van de drie verdachten die betrokken zouden zijn geweest bij de vondst van een zeer grote hoeveelheid MDMA (de werkzame stof in xtc-pillen) en andere drugs in het West-Brabantse Nieuwendijk is door de rechtbank in Breda vrijgesproken. Of de drie verdachten de werkelijke eigenaars van de handel waren is niet helemaal duidelijk maar de officier van justitie had de nu vrijgesproken Michel D. wel als de hoofdverdachte gekarakteriseerd. De eis was 2,5 jaar cel en een boete van tienduizend euro.

176 kilo

Op 22 mei 2019 troffen agenten na een anonieme tip in een loods 176 kilo MDMA, 14 kilo amfetamine en een halve kilo cocaine. Van de MDMA hadden tussen de 1 en 1,7 miljoen pillen kunnen worden gemaakt. Drie vrienden uit ’s Gravenmoer van 22 jaar werden ervoor aangehouden. Het bewijs komt vooral uit de WhatsApp-berichten in hun telefoons. Inmiddels geven ze elkaar de schuld van betrokkenheid.

De rechtszaak van Michel D. loopt vooruit op die van de andere twee.

Prijzen van drugs

Justitie zag Michel D. als initiator voor het produceren van drugs en voor het huren van de loods vanaf 2017. Uit de WhatsApp-berichten concludeert de rechtbank ook dat D. de loods wilde huren en dat een medeverdachte de huur zou betalen en dat hij zelf ‘onder het maisveld’ wilde blijven. In zijn woning zijn aantekeningen gevonden over de prijzen van drugs. D. is ook in 2017 door de politie aangehouden (maar uiteindelijk niet veroordeeld) in verband met de vondst van een voorraad xtc-pillen.

Er is in het pand waarschijnlijk drugs geproduceerd en pillen geslagen.

Sterke aanwijzingen

Advocaat Cem Polat eiste vrijspraak voor zijn cliënt omdat er in de loods is geen dna is gevonden van zijn cliënt (en wel van de andere verdachten). Verder is hij zelden of nooit gezien bij de loods. Volgens Polat is er geen bewijs dat hij weet had van de productie of opslag van drugs. In de WhatsApp-berichten wordt er ook niet over gesproken.

De rechtbank ziet wel ‘sterke aanwijzingen’ voor betrokkenheid van D. bij de drugs. Maar de rechtbank erkent dat er geen enkel spoor of bewijs is dat D. in de loods was of betrokken was en spreekt hem daarom vrij.

De rechtszaken tegen de andere verdachten volgen op latere datum.