IJmuidenaar moet 3,5 miljoen betalen

IJmuidenaar moet 3,5 miljoen betalen

De rechtbank in Haarlem heeft vrijdag bepaald dat de hoofdverdachte in het cocaïne-onderzoek Vista ongeveer 3,5 miljoen euro ontnemingsvordering aan de Staat moet betalen. Hij heeft dat volgens de rechtbank van 2004 tot en met medio 2010 met drugshandel verdiend.

Polen

De rechtbank borduurt in deze beslissing voort op de bewezenverklaring in de strafzaak tegen De K. door het gerechtshof in Amsterdam van mei 2015. De K. is veroordeeld voor medeplegen van voorbereidingshandelingen van de aankoop van cocaïne in Polen in 2009, de uitvoer van xtc-pillen naar Litouwen in 2004 en diverse leveringen van cocaïnebollen in januari 2010 en medeplichtigheid aan de uitvoer van amfetamine naar Duitsland in 2010 en het kweken van wiet.

De veroordeling door het gerechtshof was bijzonder omdat tijdens het proces was aangetoond dat het Openbaar Ministerie aantoonbaar onwaar had gerapporteerd over het begin van het onderzoek en over de verboden inzet van een criminele burgerinfiltrant van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA). Zie onder.

Rapportage

Er is door het Openbaar Ministerie een rapportage gemaakt van de vermoede contante geldstromen. Aan de hand van de bankopnames van de diverse bankrekeningen, het aangetroffen geld tijdens de doorzoeking in de woning van De K. en aangetroffen documenten heeft de rechtbank vastgesteld welk bedrag De K. aan legale inkomsten heeft gehad, van hoeveel contant geld er sprake is geweest en wat er contant is uitgegeven. Dit alles leidt tot de conclusie dat De K. van 2004 tot en met medio 2010 voor ongeveer 3,5 miljoen euro aan voordeel uit criminele activiteiten heeft gehad. Dit bedrag komt overeen met het bedrag dat het Openbaar Ministerie heeft gevorderd.

Draagkracht

De verdediging heeft gesteld dat er helemaal geen sprake was van wederrechtelijk verkregen voordeel voor De K.. Want bij de berekening van het voordeel is uitgegaan van een onjuist beginsaldo, zijn er meer legale inkomsten ontvangen en minder contante uitgaven gedaan. Al deze verweren zijn door de rechtbank verworpen. De stelling was volgens het vonnis onvoldoende onderbouwd met feiten en met niet geloofwaardige verklaringen. De rechtbank acht aannemelijk dat De K.voldoende financiële draagkracht beschikt om te betalen.

Lees meer:

DEA-zaak loopt voor OM met sisser af

Hof wil DEA-infiltrant horen

Beslag bij coke-verdachte

Haarlemse rechter wijst DEA-getuigen toe