Moordenaar van Manon moet in de buurt hebben gewoond

Moordenaar van Manon moet in de buurt hebben gewoond

Het in 1995 verdwenen Helmondse meisje Manon Seijkens is waarschijnlijk op de dag van haar verdwijning seksueel misbruikt en om het leven gebracht, zo denkt de politie. De dader moet de omgeving van de plek waar ze een half jaar later gevonden is goed kennen. De politie brengt zaterdag informatie over de cold case naar buiten in de hoop dat er nog getuigen naar voren komen.

Drie verdachten

Op donderdag 10 augustus 1995 is de 8-jarige Manon Seijkens spoorloos verdwenen. Ze verliet donderdagmiddag rond half vier haar ouderlijk huis aan de Marslaan in Helmond en is daarna niet meer gezien.

Pas in februari 1996 is haar lichaam van gevonden in dichte bosschages, niet ver van haar huis. Er zijn in de loop der tijd drie verdachten aangehouden en één van hen is zelfs in eerste aanleg door de rechtbank veroordeeld. In hoger beroep volgde vrijspraak. ‘Terecht’, zegt teamleider Jeroen Snellen van het coldcase team van de politie Oost-Brabant nu. ‘Geen van de drie aangehouden mannen heeft het gedaan’.

Oost-Aziatische donor

Er zijn verschillende opvallende elementen in het onderzoek. Al eerder was bekend dat er op het stoffelijk overschot van Manon een lange, zwarte haar was aangetroffen. Die haar is kennelijk niet in verband te brengen met één van de eerder gearresteerde verdachten.

Het is een haar van 27 centimeter lang. Doordat er geen haarzakje aanzat kon die destijds niet op dna worden onderzocht. Met nieuwe technieken kan er nu zogenaamd mytochondriaal dna worden geïdentificeerd. Dat soort dna geeft informatie over de afkomst van de donor en wordt in de moederlijn overgedragen. Specialisten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) hebben vastgesteld dat de haar kenmerken heeft die het meest frequent voorkomen in oostelijk deel van Azië. De donor komt daar dus vandaan of heeft daar aan moeders kant zijn of haar roots liggen. (tekst gaat verder na reclame)

Getuige

De haar kan van de dader zijn maar ook zijn meegedragen en afkomstig zijn van iemand die dicht bij de dader is geweest, zoals bijvoorbeeld een partner of een ander gezelschap. De haar kan ook van heel iemand anders zijn waarmee Manon kort voor haar dood nog contact had.

De haar kan dus ook een spoor naar een belangrijke getuige zijn.

Route

Het onderzoeksteam gaat er van uit dat het meisje is vermoord op de plek waar ze is gevonden: een dichtbegroeide bosschage bij een kanaal. Teamleider Jeroen Snellen noemt het een onplezierige plek om op een warme zomerdag te vertoeven, met braamstruiken en veel steekvliegen en muggen.

Op de bewuste plek is destijds niet gezocht omdat een lid van de zoekploeg van de ME zijn been brak en de zoekactie voortijdig werd gestaakt. De plek is wel vanuit een vliegtuigje bekeken.

De politie is ervan overtuigd dat de dader de omgeving goed moet hebben gekend. De route om op de plek te komen is via een soort sluisje. Wie niet door het water wil moet met die weg bekend zijn. De dader moet volgens de politie in de buurt hebben gewoond, iemand die niet opviel in het dagelijkse straatbeeld. De politie denkt ook dat de dader na de verdwijning van Manon uit de buurt is vertrokken.

Damespumps

Een andere vreemde omstandigheid is dat het meisje damespumps droeg toen ze werd aangetroffen. Volgens haar moeder was ze van thuis blootsvoets weggegaan. De pumps moet ze dus die dag van iemand anders hebben gekregen. Het zijn bontgekleurde damespumps, van merk Marie-Claire, met extra gaatjes in de riempjes om ze voor een kindervoet passend te maken.