Over Dick Vrij en kickbokstrainer Mike Passenier

Over Dick Vrij en kickbokstrainer Mike Passenier

Deze week verscheen het boek Big Mike – Hoe Mike Passenier de bekendste kickbokstrainer van Nederland werd. Het boek schetst het levensverhaal van een Amsterdamse volksjongen die zijn dromen en ambities waarmaakt zonder zijn afkomst te verloochenen. Hieronder een voorpublicatie.

Binnen tien jaar werkte Mike Passenier zich op van een onbekende trainer tot de godfather van het Nederlandse en het internationale kickboksen. Met zijn eerste pupil Joeri Mes stoot teMike door tot de top van het middengewicht kickboksen. Met Melvin Manhoef, Murthel Groenhart en Badr Hari veroverde hij de wereld. Zijn roem als trainer bracht hem naar de Verenigde Staten, Japan en Rusland.

 

 
In Big Mike wordt ook beschreven dat Dick Vrij voor zijn laatste gevecht bij Passenier wilde komen trainen:

‘Het is promotor Simon Rutz die aan Mike meldt dat Dick Vrij bij hem wil komen trainen. Mike hoort het aan en denkt dat Simon hem in de maling neemt, iets wat de promotor wel vaker doet dus vat hij het niet serieus op.

’s Middags gaat de telefoon en Mike neemt op. ‘Ja hallo Mike, met Dick Vrij.’ ‘Ha ha,’ zegt Mike terug, ‘lachen hoor,’ en hangt op. Kort daarna wordt hij gebeld door Simon Rutz die hem geïrriteerd vraagt waarom hij Dick Vrij zo raar te woord heeft gestaan. Het misverstand wordt snel uit de wereld geholpen en Vrij spreekt telefonisch met Mike af dat hij zich voor zijn laatste wedstrijd in het zweet gaat werken onder zijn regime.

Het belooft een spectaculair gevecht te worden in de ArenA. Zijn tegenstander is ‘Tyson’ Barrington Patterson. Een brute Engelsman die aan één oog blind is maar ieder die hij raakt k.o. slaat. Intussen kan Mike aan de bar in zijn sportschool trots melden dat naast Hans Nijman ook Dick Vrij voortaan bij Mike’s Gym komt trainen. Voor iemand die nog steeds niet de reputatie heeft van een groot trainer is het belangrijk nieuws dat vrijwel zeker indruk gaat maken op het vechtsportwereldje. Maar één van de leden van Mike spitst zijn oren als hij de naam Dick Vrij hoort. Vrij heeft een behoorlijke reputatie op het Leidseplein. Geen uitsmijter durft hem tegen te houden en soms pakt hij eigenhandig flessen drank van achter de bar vandaan zonder dat iemand er wat van zegt.

‘Mike,’ zegt het Mike’s Gym lid opgewonden, ‘denk jij nou echt dat de manier waarop jij tegen mensen schreeuwt door iemand als Vrij geaccepteerd wordt? Die gozer maakt je meteen af.’ Mike kijkt hem verbaasd aan en is in eerste instantie geïrriteerd omdat zijn gevoel voor triomf opeens weggenomen wordt. Hij zegt niets terug, maar denkt des te harder. ‘Wat nou als dat inderdaad zo is?’ schiet het door hem heen. ‘Dick Vrij nu nog afzeggen is geen optie.’ Zijn positieve gevoel is spontaan veranderd in een vervelende tweestrijd.

Hij wikt en weegt, maar besluit uiteindelijk dat hij Dick Vrij toch gaat trainen. Wel neemt hij zijn voorzorgsmaatregelen. Hij heeft van een paar oude dumbbells ijzeren stangen over waarmee een behoorlijke klap uitgedeeld kan worden. Knokken met zijn blote handen kan Mike wel, maar hij weet dat Dick Vrij dat net iets beter kan. Als Vrij dreigt hem kort en klein te slaan, pakt hij zo snel mogelijk een van die ijzeren staven, neemt hij zich voor.

Omdat het er bij de training weleens hard aan toe kan gaan, staan er altijd meerdere prullenbakken rondom de trainingsmat. Het gebeurt soms dat vechters moeten overgeven en dan moeten ze geen kilometers hoeven te lopen naar een wc. Daarom verbergt Mike een stuk ijzer in één van de prullenbakken, zodat hij, als de nood aan de man komt, een sprint kan trekken, en het stuk ijzer kan pakken om Vrij van zich af te slaan. Daarna ziet hij wel weer verder.

Maar als Mike eenmaal met Vrij aan de gang gaat, is hij het eigenlijk alweer vergeten. Er wordt hard gebeukt op de pads, getrapt en aan de conditie gewerkt. Eenmaal op de mat behandelt hij Vrij net als elke andere vechter en gaat net zo tegen hem tekeer als hij tegen iedereen doet. Vrij moet nog in wedstrijdconditie komen en heeft het zwaar. Na een lange serie trappen en stoten zegt hij hijgend dat hij moet overgeven en rent razendsnel naar een van de prullenbakken naast de mat. Daar gaat hij luidruchtig over zijn nek. Als hij uitgespuugd is, loopt hij langzaam en zwaar ademhalend terug naar Mike. Terwijl hij grimassen maakt zegt hij opeens: ‘Zeg Mike, ik weet niet of het een probleem is, maar ik heb net over een stuk ijzer heen gekotst.’ Mike kijkt hem stomverbaasd aan en schiet dan zo hard in de lach dat hij niet meer kan stoppen. Hij biecht het hele verhaal op aan Vrij die daarna ondanks zijn vermoeidheid keihard meelacht. ‘Man, wat denk je wel niet van me?’ Vrij mag dan een harde reputatie hebben op straat, maar is in de sportschool is hij op en top professional, zo blijkt.

De eerste Mike’s Gym in Amsterdam-Noord is qua faciliteiten nog niet op het niveau van wat het later zal worden. Het valt Dick na afloop van de training op dat er geen goede geluidsinstallatie is. Hij pakt zijn telefoon en belt een van zijn mensen die van hem meteen een hypermoderne geluidsinstallatie van Dick’s oude sportschool moet brengen en installeren. ‘Vandaag nog,’ sluit Vrij het telefoongesprek af. Het ijs tussen de mannen is definitief gebroken en ze worden goede vrienden. Dick mept ‘Tyson’ na een hard gevecht tegen het canvas in de ArenA en stopt daarna definitief als ringvechter.

Uiteindelijk is er een hele rij namen die van Mike’s Gym hun vaste trainingshonk maakt: Joop van Kasteel, Dick Vrij, Hans Nijman, Peter Verschuren, Alistair en Valentijn Overeem, Andre Tete, Hans Roovers, Sander Thonhauser, Björn Bregy, Remco Pardoel, Lee Murray, Rob van Esdonk en Alex Evans. De aanpak is bij iedereen verschillend, maar de meest voorkomende fout is dat de meeste freefighters het staande gevecht verwaarlozen ten opzicht van het grondgevecht. Mike leert hun stuk voor stuk zoveel mogelijk rendement uit de stoten te halen en vooral combinaties te geven.’

Het boek Big Mike is geschreven door Wilson Boldewijn.