Psychiatrische behandeling Van der Graaf ten einde

Psychiatrische behandeling Van der Graaf ten einde

De moordenaar van Pim Fortuyn hoeft zich niet verder verplicht psychiatrisch te laten behandelen. Het gerechtshof Den Haag stelde Volkert van der Graaf in een procedure hierover in het gelijk.

Drie zaken

Van der Graaf is door het gerechtshof in Amsterdam op 18 juli 2003 veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaar voor de moord op Pim Fortuyn. Hij is met ingang van 2 mei 2014 voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

Het hof moest arrest wijzen in drie zaken tussen Volkert van der Graaf en de Staat. In alle drie de zaken ging het geschil over de inhoud van de voorwaarden waaraan Van der Graaf zich moet houden tijdens zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling. Het hof heeft, net als de rechtbank, Van der Graaf in één zaak gelijk en in twee zaken ongelijk gegeven.

Psychiater

Van der Graaf heeft zich laten begeleiden door een psychiater, totdat de psychiater concludeerde dat verdere begeleiding niet langer nodig was. De Staat vindt dat Van der Graaf zich verder moet laten begeleiden door een psycholoog, maar Van der G. weigerde dat. Het hof vindt dat omdat de psychiater van mening is dat verdere begeleiding niet zinvol is de opgelegde voorwaarde geen ruimte biedt voor verdere begeleiding door een psycholoog.

Evaluatie

De andere zaken verloor Van der Graaf.

De periodieke evaluatie van de voorwaarden die aan Van der Graaf zijn opgelegd – en die hij beëindigd wilde zien – moet worden voortgezet zo bepaalt het gerechtshof verder. Het hof is van oordeel dat de re-integratie van Van der Graaf in de maatschappij wordt bevorderd als de voorwaarden worden aangepast, indien daar aanleiding toe is. Zijn persoonlijke omstandigheden kunnen bijvoorbeeld veranderen. Van der Graaf moet dus meewerken aan periodieke evaluaties, vindt het hof.

Meldplicht bij reclassering

Van der Graaf moet zich periodiek melden bij de reclassering. De Staat is van mening dat Van der Graaf verplicht is een inhoudelijk gesprek aan te gaan en vragen te beantwoorden over zijn situatie. Van der Graaf wil dat niet meer. ‘Hier ben ik. Tot ziens’, is volgens hem voldoende. Het hof is het niet met hem eens en heeft bepaald dat Van der Graaf wel degelijk verplicht is om vragen van de reclassering te beantwoorden en inzicht te geven in zijn situatie en plannen.

De Staat en Van der Graaf kunnen tegen het arrest van het gerechtshof in cassatie gaan bij de Hoge Raad.

Eerdere berichten over de voorwaardelijke invrijheidstelling van Volkert:

De riskante zet van Volkert

OM wil reclassering niet vervolgen

Volkert van der Graaf eist vervolging reclassering