Twin Peaks in de Zeeuwse klei: het mysterieuze dubbelleven van Herman Ploegstra

Twin Peaks in de Zeeuwse klei: het mysterieuze dubbelleven van Herman Ploegstra

Het cold case team van de Zeeuwse politie heropent de zaak van de verdwenen kraanmachinist Herman Ploegstra. Eén van de meest mysterieuze verdwijningen van de afgelopen 10 jaar. Een op het oog keurige huisvader blijkt er minnaressen op na te houden en heeft contacten met criminelen. Crimesite kreeg inzage in het vertrouwelijke politiedossier. Wie vermoordde Herman Ploegstra?

Door Vincent Verweij

Een vrolijke, getapte Hollander die door de liefde in het zuidelijkste deel van Zeeland terecht is gekomen. Zo staat Herman Ploegstra al snel bekend in het Zeeuws-Vlaamse dorp IJzendijke wanneer hij daar in 1998 komt wonen. Herman komt oorspronkelijk uit een gereformeerd gezin in Nederhorst ten Berg, maar bij een wedstrijd tractor pulling in 1994 ontmoet hij het Zeeuws meisje Sandra en wordt verliefd. Het duurt nog vier jaar voordat hij haar ten huwelijk vraagt, maar dan neemt hij de stap en vestigt zich definitief in Zeeland. De twee stichten een gezin en krijgen een dochter die ze Anouk noemen. Herman werkt als kraanmachinist voor een aannemer uit Sas van Gent en gaat dagelijks met een broodtrommel naar zijn werk. Op het oog een doodnormaal gezin op het Zeeuwse platteland met Herman als zorgzame en aanhankelijke echtgenoot. ‘Huisje, boompje, beestje’, zegt Sandra.

Dinsdag 26 oktober 2010 lijkt ook zo’n dag als alle dagen te worden. Herman gaat naar zijn werk, zit op zijn kraan, komt ‘s avonds thuis, doet een dutje op de bank, kookt voor het gezin en zet zijn koeltas klaar voor de volgende dag. Om kwart over zeven gaat hij naar de sportschool Way of Life in Breskens, waar hij een bokstraining heeft. Bezoekers van de sportschool zullen later vertellen dat Herman zich normaal gedroeg, maar hij leek wel haast te hebben. Meestal dronk hij nog iets aan de bar, nu was hij snel vertrokken. Om kwart voor tien rijdt hij weg bij de sportschool in zijn grijze bmw, in de richting van zijn woonplaats IJzendijke. Herman draait de Duivelshoekseweg op, een smalle dijkweg langs de Westerschelde en dan gebeurt er iets raadselachtigs. Herman komt niet op de normale tijd thuis, zo tussen tien uur en half elf. Om kwart over elf belt Sandra ongerust naar een vriend, Gerard Tollenaar. Of hij enig idee heeft waar Herman is? Gerard weet het ook niet. Als Herman een uur later nog niet thuis is, besluit Tollenaar te gaan zoeken. Hij speurt de omgeving af langs de route die naar Breskens leidt. Op een inham van de Duivelshoekseweg, bij een terrein van het waterschap, vindt hij de bmw van Herman. Als hij eropaf stapt, ziet hij dat Herman er niet in zit, maar dat er wel een portemonnee op de grond naast de auto ligt en de semafoon van de vrijwillige brandweer, waar Herman lid van is. De sleutel zit nog in het contactslot, de sporttas staat op de bijrijderstoel.

Gerard belt een kennis, die ook bij de vrijwillige brandweer zit en vraagt hem zo snel mogelijk te komen. Samen zoeken de twee in het gebied rondom de auto naar Herman. Ze klimmen ook over de dijk naar de oever van de Westerschelde, waar het op dat moment laag water is. Ze kijken of ze voetstappen zien in de drassige grond. Die zijn er niet. Inmiddels is ook de gealarmeerde politie ter plaatse gekomen. De aanwezigen krijgen allemaal een unheimisch gevoel bij de situatie. Wat zou er met Herman zijn gebeurd? Een brandweercollega heeft een infraroodcamera bij zich, waarop mensen kunnen worden gedetecteerd aan de hand van hun lichaamswarmte. Ook op de camera is er  geen spoor van Herman te bekennen.

De volgende dagen zet de politie Zeeland groot materieel in bij de zoektocht naar Herman Ploegstra. Een helikopter vliegt over het gebied en duikers zoeken in het water van de Westerschelde. De familie schakelt de Stichting Zoekhonden in en er wordt een mogelijk spoor gevolgd als de beesten aanslaan op een geur in de Westerschelde. Maar het blijkt een vals reukspoor, mogelijk gas van rottende veenlagen, want ondanks pogingen met duikers en sleepnetten wordt Herman niet gevonden. Hoewel de politie rekening houdt met zelfmoord, sluit de familie dat al snel uit. Broer Jan: ‘Een zelfmoord, daar was hij de persoon niet naar. Die kan je wegstrepen.’ Ook de manier waarop de auto werd aangetroffen, doet vermoeden dat er een misdrijf is gepleegd. Een zelfmoordenaar zou geen enkele reden hebben om spullen, zoals een portemonnee of pieper, uit zijn auto te gooien. Bovendien lijkt het erop dat de auto tot stilstand is gedwongen, want bij de bocht naar de inham zijn twee wegpaaltjes geraakt. Niet de manier waarop iemand normaal zijn auto parkeert. Ondanks de intensieve zoektocht wordt Herman niet gevonden en is hij tot op de dag van vandaag vermist. Nooit is er meer een levensteken van hem vernomen, zijn bankrekeningen zijn niet meer gebruikt, zijn telefoon zwijgt al bijna acht jaar. Herman lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen.

Vrijwillige verdwijning

Voor dit artikel spraken we met de Zeeuwse recherche, de echtgenote en broers van Herman en kregen we inzage in het politiedossier over zijn vermissing, dat trouwens maar een halve ordner dik is. De spaarzame informatie die daarin staat, maakt de zaak alleen maar raadselachtiger. Zo spreken rechercheurs in de weken na de verdwijning enkele getuigen die op de bewuste avond iets raars hebben gezien op de Duivelshoekseweg. Een getuige zag een donkere Audi A6 die ‘bloedhard’, hij schat zelfs 200 kilometer per uur, over de smalle polderweg reed. Een tweede getuige zag om 21:30 uur (een kwartier voordat Herman bij de sportschool vertrok) een zwarte bmw X5 bij het terrein van het Waterschap staan. Herman reed in een bmw van hetzelfde type, maar dan in een grijze kleur. En een derde getuige zag een man met een rolkoffer langs de weg. Heel vreemd, een man met een koffer om tien uur ‘s avonds op een verlaten B-weg waar geen bus stopt. Was Herman vrijwillig ingestapt bij de Audi A6, of de zwarte bmw en had hij een koffer bij zich? Maar als de politie erachter komt dat er papiergeld is verdwenen uit de portemonnee die op de grond lag en een bankpasje van abn-amro, wordt er ook aan een ander scenario gedacht, namelijk dat van een roofoverval. Als later blijkt dat er bovendien bloedsporen in de grijze bmw van Herman zitten, ondermeer op het stuur, wordt die hypothese sterker. De bloedsporen blijken na dna-onderzoek van Herman te zijn. Maar het zijn geen sporen ‘waaruit blijkt dat er extreem geweld was uitgeoefend’, schrijft de technische recherche en het is ook mogelijk dat ze er al langer zaten. Merkwaardig is ook de manier waarop de portemonnee op de grond ligt. Het lijkt wel of hij is neergelegd, met een paar muntjes iets te keurig ernaast, alsof het in scène is gezet.

De politie houdt er rekening mee dat Herman misschien vrijwillig is verdwenen en het wil laten lijken op een roofoverval. Volgens zijn broer had Herman namelijk weleens gesproken over een emigratie naar de Antillen. ‘Als de grond te heet wordt, vertrek ik naar Aruba’, zei hij tegen zijn broer. Hij was op duikvakanties geweest naar de Antillen en dat was hem bijzonder goed bevallen. Hij had Sandra ten huwelijk gevraagd op Aruba en weleens tegen haar gezegd dat het hem mooi leek om daar bij de brandweer te werken. De recherche heeft de Nederlandse politie-liaison op de Antillen ingeschakeld en foto’s van Herman gestuurd. Maar op de overzeese eilanden is hij nooit meer gesignaleerd. Ook de familie schakelde contacten in op Aruba maar vonden geen enkel spoor. Hermans paspoort lag trouwens gewoon thuis en zijn rijbewijs zat in de gevonden portemonnee. Zaken die iemand die vrijwillig wil verdwijnen normaal gesproken zou meenemen. Zijn vrouw en broers sluiten evenzeer uit dat Herman zijn dochtertje, waar hij dol op was, zo maar in de steek zou laten.

Crime passionelle

Als de politie het spoor volgt van een mogelijk conflict in de dorpsgemeenschap van IJzendijke, wordt het verhaal interessanter. IJzendijke mag dan ogenschijnlijk een saai plattelandsdorp in Zeeland zijn, waar nooit iets gebeurt en alleen maar brave mensen wonen. In werkelijkheid blijken er echter de nodige intriges te spelen. Een broeierige sfeer, vol verlangen en achterdocht, een soort Twin Peaks in de Zeeuwse klei. Als de politie in het verleden van Herman Ploegstra duikt, blijkt hij er een spannend dubbelleven op na te houden. Herman was een ware rokkenjager, een liefhebber van vrouwelijk schoon en volgens zijn schoonmoeder zelfs een ‘seksverslaafde’. In de elf jaar dat hij met Sandra getrouwd was had Herman minstens drie buitenechtelijke relaties. Met Miranda, Joyce en tijdens zijn verdwijning nog met Suzanne, een kapster uit het gehucht Spui, vlakbij Terneuzen. In het dorp had hij de bijnaam ‘Herman Poepstra’, omdat hij – zoals de Vlamingen zeggen – de vrouwtjes poepte, dus veelvuldig seks met ze had. Verschillende dorpsgenoten en collega’s van Herman melden zich bij de politie om te vertellen welke verhalen ze allemaal over hem hebben gehoord.

Sandra kende de geruchten, maar als ze ernaar vroeg ontkende Herman altijd. Hij zei dat er over hem geroddeld werd in het dorp omdat hij zo open en joviaal was. Maar de verhalen klopten wel degelijk. Zijn vrienden bij de vrijwillige brandweer wisten het en hielpen Herman regelmatig aan smoesjes en alibi’s. In IJzendijke is het publiek geheim dat meerdere mannen van de vrijwillige brandweer buitenechtelijke escapades hebben en men elkaar uit de wind houdt bij de leugens die thuis verteld worden. Zo was Herman regelmatig te vinden bij een duiktraining van de brandweer, terwijl hij in werkelijkheid niet het water, maar het bed indook met zijn maîtresse. Met zijn laatste vriendin, Suzanne, hield Herman contact via een prepaid gsm, die hij speciaal hiervoor had aangeschaft en in zijn bouwkraan bewaarde. De recherche heeft gezocht naar het mobieltje, maar het is nooit gevonden.

Al snel blijkt in het onderzoek dat de buitenechtelijke relatie met Suzanne mogelijk een aanwijzing bevat in de richting van een verdachte. Suzanne is namelijk net als Herman getrouwd en waar Herman de nodige voorzorgsmaatregelen nam om ontdekking te voorkomen, deed Suzanne minder geheimzinnig. Han, de vriend van Suzanne werkt net als Herman bij het bouwbedrijf H4A in Sas van Gent. Herman en Suzanne hadden elkaar op een personeelsuitje leren kennen. Ze gebruikte haar normale mobieltje om afspraken met Herman te maken. Op een dag ziet haar echtgenoot Han een verdacht sms’je op haar telefoon binnenkomen met de tekst: ‘Ook al zit je in Milaan, ik zal altijd van je houden.’

Hij vertrouwt het niet en besluit haar gespecificeerde telefoonrekeningen te controleren, waarop hij een nummer aantreft dat wel erg vaak gebeld wordt en dat hij niet thuis kan brengen. Om erachter te komen wie het is, belt hij het nummer en krijgt tot zijn ontzetting zijn collega Herman aan de lijn. Hij hangt snel op zonder iets te zeggen. Als Han zijn vrouw confronteert met zijn bevindingen, geeft Suzanne de verhouding toe en beëindigt Han zijn relatie met haar. Hij stuurt bovendien een anoniem sms’je naar Sandra, de vrouw van Herman, met de tekst: ‘Ik weet zeker dat Herman een verhouding heeft met die kapster uit Terneuzen. Haar man weet ervan. Doe geen domme dingen. Ik bel je nog wel’. Sandra confronteert Herman ermee, maar die ontkent zoals gebruikelijk. Geschrokken van de ontdekking overweegt Herman de verhouding met Suzanne te verbreken. Althans, dat is wat de recherche opmaakt uit de doordruk van een brief op een kladbok die men vindt. Daarop staat een enigszins warrige, handgeschreven tekst: ‘Na al die tijd ben ik vorige week achter je karakter gekomen. Ik geef om je maar niet op zo’n manier. Nu wordt het tijd alleen zoeken en kan geen kant op. En jij wordt koppiger, zo gaat het niet. En een ander gaat nou… en dan nog…’. Aanvankelijk denkt de politie aan een afscheidsbrief die Herman zou schrijven omdat hij zelfmoord- of verdwijningsplannen had. Maar later wordt duidelijk dat deze brief hoogstwaarschijnlijk voor zijn maîtresse Suzanne was bedoeld.

Waarschijnlijk heeft Herman de brief nooit verstuurd want hij gaat na de ontdekking door met het echtelijke bedrog. Hij maakt nog steeds afspraken met Suzanne en tegelijkertijd blijft hij bij zijn gezin. Ex-vriend Han kan maar moeilijk verkroppen dat Herman zijn vriendin heeft afgepakt en pleegt anonieme dreigtelefoontjes naar het nummer van Herman. Midden in de nacht wordt hij dan wakker gebeld met teksten als: ‘Hoerenloper, ben je weer in mijn huis geweest?’ en ‘Ik sla je kop van je romp’. Het zijn nogal dreigende opmerkingen die Han maakt en wellicht heeft deze bedrogen echtgenoot ze letterlijk genomen en zijn overspelige vrouw willen treffen door Herman om het leven te brengen. Want kort na de telefoontjes verdween Herman van de radar. Dat Han veel moeite had om het einde van zijn relatie met Suzanne te accepteren, blijkt ook uit het feit dat hij antidepressiva slikte na de scheiding. En er zijn meer aanwijzingen dat Han mogelijk iets met de verdwijning had te maken. Een vrachtwagenchauffeur verklaart bij de politie dat Han op zijn werk zou hebben gezegd: ‘Als ik Herman in mijn handen krijg, dan is hij nog niet jarig’

Han heeft dus heel wat uit te leggen bij de recherche, maar die voelt hem niet echt stevig aan de tand. Er wordt vooral gevraagd naar de manier waarop de relatie tussen hem en Suzanne eindigde en hoe hij over Herman denkt .

Recherche: ‘Hoe zou je de verhouding tussen jou en Herman omschrijven?’

Han: ‘Ik vond het eerst een goeie gast, maar wel een Hollander dus je moet altijd op je hoede zijn (…) Ik had al snel in de gaten dat het niet goed zat met Herman. In januari heb ik zijn vrouw Sandra opgebeld. Ik vroeg aan haar of ze wist waar Herman mee bezig was. Ze zei zoiets van ‘Toch niet weer, hé?’ Ik heb ook een sms bericht gestuurd dat Herman vreemd ging met Suzan. (…) ‘Ik voelde me er slecht onder. Je ziet je standaard leven wegglippen. Herman is een sluwe vos, ik bedoel hiermee dat hij alles zo verborg.’

Recherche: ‘Heb jij Herman weleens in de nacht opgebeld?’

Han: ‘Ja, dat heb ik gedaan. Ik heb onder het genot van een paar biertjes Herman gebeld. Het huis waar Suzan woonde, stond nog op mijn naam en ik wilde niet dat hij daar binnen kwam. Hij was toen daar wel binnen geweest op tijdstippen dat hij normaal naar de duikclub ging. Ik was daar boos over en toen heb ik gebeld en gezegd ‘hoerenloper’ en verder weet ik het niet meer precies. Maar ik was boos. Ik heb toen mijn vriendin gebeld en kon met haar praten en toen ben ik tot bedaren gekomen.’

Recherche: ‘Wat heb jij gedaan op dinsdagavond 26 oktober 2010 tussen 19:00 uur en 24:00 uur?’

Han: ‘Ik was om 20:30 uur bij Natasja (zijn nieuwe vriendin, red.) en daarvoor heb ik gedoucht in de woning van mijn moeder in Zaamslag en daarvoor nog een half uurtje koffie gedronken bij Garage Robert de Putter op Zaamslag. Ik ben bij Natasja blijven slapen.’

Recherche: ‘Heb je iets te maken met de verdwijning van Herman Ploegstra?’

Han: ‘Nee.’

Recherche: ‘Heb je hem weleens achtervolgd?’

Han: ‘Nee, zeker niet’

Recherche: ‘Zijn we nog iets vergeten wat voor het onderzoek belangrijk is?’

Han: ‘Nee, er schiet mij niets te binnen’

Er wordt niet erg doorgevraagd door de Zeeuwse politie in dit verhoor. Maar ook het overige onderzoek naar deze bedrogen echtgenoot rammelt nogal. Han geeft als alibi voor de avond van de verdwijning dat hij bij zijn nieuwe vriendin Natasja in Terneuzen was, die hij had leren kennen na de scheiding van Suzanne. Natasja wordt gehoord en bevestigt dit. Maar het alibi wordt door de Zeeuwse politie niet objectief gecheckt. Er is weliswaar een uitgebreide telecom-analyse gedaan bij verschillende personen die iets met de zaak te maken zouden kunnen hebben, zoals Sandra en haar ouders. Er is gekeken naar de belhistorie en naar de locatie van hun mobiele telefoon op de avond van de verdwijning. Maar in die analyse is Han door de recherche compleet over het hoofd gezien. Zijn nummer is niet gecheckt en daardoor weten we niet met wie hij die avond heeft gebeld en waar hij zich daadwerkelijk bevond.

Opmerkelijk is ook dat een getuige, zoals we eerder schreven, een zwarte bmw X5 heeft zien staan op enkele honderden meters van de plaats waar Hermans bmw is aangetroffen. En laat Han nou jarenlang in precies zo’n zwarte bmw X5 hebben gereden. Twee maanden voor Hermans vermissing had Han zijn bmw verkocht aan Robert, de eigenaar van Garage de Putter in Zaamslag. En toevallig was Han net op de dag van de verdwijning nog bij Robert op bezoek. Circumstantial evidence zouden de Amerikanen dat noemen, maar in Zeeland wordt er niet op door gerechercheerd. Robert wordt niet gehoord en zijn telecom-gegevens worden niet gecheckt. De tip over de zwarte bmw kwam weliswaar binnen bij de politie nadat Han al was verhoord, maar hij is er nooit opnieuw over ondervraagd en de Zeeuwse politie deed ook geen onderzoek naar de vraag wie er allemaal nog meer in een zwarte bmw X5 reden ten tijde van de verdwijning.

Opvallend detail is dat Suzanne eerder een verhouding had met een vermiste man. Ze was gedurende enige maanden de vriendin van John Heijboer, een Zeeuwse crimineel die spoorloos is verdwenen. Hijboer was een indrukwekkende 43-jarige man met een kaal geschoren rond hoofd, boksersneus, diverse Keltische tatoeages en een getatoeëerde Viking op de rechterarm. Heijboer had kort voor zijn verdwijning gezegd dat hij bang was om vermoord te worden, nadat hij twee Belgische drugscriminelen had verraden. Hij verdween in augustus 2005 en er is sindsdien nooit meer iets van hem vernomen.

Familievete

Bij Herman zijn de verwikkelingen rond zijn buitenechtelijke relaties kennelijk niet in de koude kleren gaan zitten. Hij slikt in het jaar voor zijn verdwijning steeds meer medicijnen zoals middelen tegen een te hoge bloeddruk en ontstekingsremmers. Navraag bij zijn huisarts wijst uit dat hij geen antidepressiva slikte en ook niet geklaagd had over spanningen. Maar zijn vrouw merkt wel dat Herman doodsangsten heeft. Volgens Sandra wordt hij ‘s nachts soms huilend wakker en maakt toespelingen op zijn dood: ‘Ik zal altijd 35 blijven’, zegt hij een keer tegen zijn vrouw. Nadat er een foto is gemaakt bij de brandweer zegt hij: ‘Die is mooi voor op mijn kist’. En tegen een collega op het aannemingsbedrijf, die met hem spreekt over een nieuwe bouwkraan die zou worden aangeschaft: ‘ik weet niet of ik dat nog meemaak’. Voorvoelde Herman zijn naderende dood? Een collega op het werk zegt dat Herman op de dag voor zijn verdwijning zenuwachtig was en ‘helemaal de weg kwijt’. Ook zei hij dat hij de volgende dag onbereikbaar zou zijn omdat zijn bouwkraan gekeurd moest worden. Maar niemand weet iets van een keuring, ook zijn baas niet. En hij gaf een raadselachtige hint aan zijn maîtresse Suzanne, die in het golfstaatje Qatar was in de week van Hermans verdwijning: ‘Als je terugkomt van vakantie is alles anders’ zei hij tegen haar.

Maar wat is dan de verklaring voor die toespelingen op een naderende dood? Wellicht moet die gezocht worden in de familiaire sfeer. Herman had een buitengewoon slechte verhouding met zijn schoonvader Prudent Buyck. De vader van Sandra woont ten tijde van Herman’s verdwijning ook in IJzendijke en kampt al jaren met een serieus alcoholprobleem en een buitengewoon slecht huwelijk. Af en toe liep dat flink uit de hand. Op nieuwjaarsdag in 2007 was Prudent zwaar onder invloed en heeft toen zijn vrouw, zijn dochter en schoonzoon Herman met de dood bedreigd. Prudent was in blinde woede naar de woning van Herman gegaan en heeft daar een ruitje ingeslagen. De gealarmeerde politie arresteerde hem en vond bij een huiszoeking een wapen en munitie. Prudent moest zich uiteindelijk verantwoorden voor de politierechter in Middelburg, die hem 241 dagen gevangenisstraf oplegde waarvan 200 dagen voorwaardelijk. Bovendien moest hij verplicht in behandeling voor zijn alcoholverslaving

Prudent beschikt ook over contacten in het criminele milieu. Volgens een goed ingevoerde bron was Prudent in zijn jonge jaren een veesmokkelaar die in het Zeeuws-Vlaamse grensgebied opereerde. Hij onderhield contacten met een oud-collega, Mario T., een beruchte nachtportier uit België. Mario staat bij de Belgische politie bekend als vuurwapengevaarlijk en iemand met antecedenten op het gebied van geweld en afpersing. Op de dag dat Prudent zijn schoonzoon bedreigde zou hij deze Mario gebeld hebben met het verzoek ‘Herman af te maken’, althans dat beweert Hermans vrouw Sandra bij de politie. Zij verklaart ook: ‘Ik acht mijn vader ertoe in staat dat hij iemand inhuurt om voor hem een klusje op te knappen. Ik bedoel hiermee om Herman aan te pakken.’ En Prudents eigen vrouw, de moeder van Sandra, verklaart tegenover de politie dat haar man in een dronken bui had gezegd: ‘Ik ga er drie van kant maken. Ik ga het niet zelf doen, ik heb geld genoeg’. Mario T. weigerde het klusje overigens en belde Herman om hem te waarschuwen.

Als Prudent een dag na de verdwijning gehoord wordt door de politie, verklaart hij:

‘Tot drie jaar geleden was de verhouding met Herman goed, maar toen is er iets voorgevallen tussen ons. Ik kwam toen regelmatig in het café en als ik binnenkwam dan werd het stil. Ik hoorde achteraf dat dat kwam omdat Herman kennelijk iets met een andere vrouw had, terwijl hij met mijn dochter was getrouwd. Ik heb tegen Herman niet direct gezegd wat ik gehoord heb over hem. Ik heb er tegen mijn dochter ook niet over gesproken. Ik heb weleens gezegd tegen Herman dat hij zijn verstand moest gebruiken. Herman zei daar niets op. Nadat ik dat gehoord had over die andere vrouw viel het me op dan hij zich anders gedroeg. Ik heb hem toen een keer een klap in zijn gezicht gegeven. (…)

Nadat ik hem die klap heb gegeven, heb ik nooit meer rechtstreeks contact gehad met Herman. Hij is nog wel bij ons thuis geweest, maar op momenten dat ik er niet was. Ik weet niet met wie Herman omgaat, ik wist ook niet dat hij naar Breskens ging om te sporten. Ik ben gisteravond thuis geweest met mijn vrouw en heb tot middernacht televisie zitten kijken, een discussieprogramma met Marcel van Dam.(…)

Waarom mijn vrouw vanmorgen aan mij vroeg of ik er iets mee te maken heb, weet ik niet. Ik denk misschien door de spanning en door het eerdere voorval wat ik met Herman heb gehad.’

Prudent is behalve deze ene keer, nooit meer gehoord door de politie. Wel is zijn alibi gecheckt bij zijn vrouw en zijn de belgeschiedenis en locatiegegevens van zijn mobiele telefoon geanalyseerd. In dat onderzoek zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Eind 2016 is Prudent Buyck plotseling overleden op 67-jarige leeftijd.

Criminele connecties

De politie zoekt ook nog naar eventuele criminele contacten van Herman zelf, die zijn verdwijning kunnen verklaren. De hypothese is dat Herman wellicht in duistere zaken zou zitten en daarmee in de problemen is gekomen. Het zou niet voor het eerst zijn dat iemand vanwege een ripdeal of betalingsproblemen in een vaatje beton is beland. Bij de politie melden zich verschillende mensen die vinden dat het uitgavenpatroon van Herman wel erg breed was voor een kraanmachinist. Een collega verbaast zich over de vele vakanties en de dure auto van Herman: ‘Allemaal zaken die ik me als werkman niet kan permitteren’. En de eigenaresse van slijterij De Vuurtoren in Breskens meldt zich. Herman Ploegstra was een goede klant, vertelt ze aan de recherche. ‘Hij betaalde altijd contant en had een gevulde portemonnee met honderden euro’s. In de zomer kocht hij vooral champagne’.

Er zijn getuigen die beweren dat Herman contacten zou hebben met Evert de C., de eigenaar van een growshop in IJzendijke, die criminele antecedenten heeft. In 2005 werd de growshop beschoten met een vuurwapen. Evert de C. werd in april 2018 veroordeeld in de Belgische Kasteelmoord. Hij blijkt de moordmakelaar te zijn geweest. Een collega van Herman zei in 2010 over Evert: ‘Ik heb Herman en Evert jaren geleden samen op de kermis gezien in IJzendijke. Ik denk dat als je contacten hebt met Evert je daar volgens mij nooit vanaf komt. Ook toen John Heijboer vermist werd, was bekend dat hij met Evert omging. Ik kan mij herinneren dat de naam van Evert ook wel genoemd werd door Herman in gesprekken’. Een ander: ‘Het viel me op dat Herman een avond erg amicaal optrok met een groep mannen waaronder Evert en ene Yves, een kleerkast uit de grensstreek die een eind boven Evert uitsteekt.’ Hermans vrouw Sandra zegt dat haar man Evert inderdaad kende, maar alleen omdat hij iedereen kende die weleens in het plaatselijke café kwam. Ondanks het feit dat meerdere getuigen de contacten met de growshop-eigenaar noemen, werd Evert in de eerste twee jaar na de verdwijning niet gehoord door de Zeeuwse politie. De Criminele Inlichtingen Eenheid heeft ook geen enkel dossier over Herman, wat betekent dat zijn naam in het Zeeuwse misdaadmilieu nooit is gevallen, wat overigens niet hoeft te betekenen dat hij er niet actief in was.

Hermans financiële situatie is wel uitvoerig bekeken, want hoe kan een eenvoudige kraanmachinist in een dure bmw X5 rijden en een koopwoning bezitten? Het blijkt bij de bmw te gaan om een tweedehands exemplaar, dat was aangeschaft met spaargeld. De ouders van Sandra zijn niet onbemiddeld en hadden meebetaald aan de koopwoning. Uit verder onderzoek blijkt dat Herman geen schulden had en het financiële onderzoekstraject loopt daarmee al snel dood. Een verklaring voor de honderden euro’s contant geld die hij bij zich had in de slijterij, wordt niet gevonden.

Echt of verzonnen

Zoals gezegd, in IJzendijke is niets wat het lijkt. Gedurende het onderzoek vertellen verschillende getuigen dat Herman anonieme bedreigingen heeft ontvangen in de maanden voor zijn verdwijning. Herman vertelde aan kennissen en collega’s dat hij hinderlijk was gevolgd door een donkerkleurige auto op dezelfde Duivelshoekseweg waar hij uiteindelijk verdween. Omdat hij zich bedreigd voelde, had Herman altijd een busje traangas in het zijvak van zijn autoportier. Hij had bovendien een dreigbrief en een kogel onder de ruitenwisser van zijn auto aangetroffen en alle vier de banden van zijn werkbus werden een keer lek gestoken. Was dit allemaal het werk van Han, de ex-echtgenoot van Suzanne? Zat schoonpappa hier achter? Of kwam het wellicht toch nog uit een andere hoek? Als de recherche de dreigementen natrekt, doet men een verrassende ontdekking: er blijkt geen enkel objectief bewijs te zijn dat ze hebben plaatsgevonden. Recherchechef Guido van Schaik: ‘Bij de garage waar Herman zijn werkbus in onderhoud heeft, zijn die lekke banden nooit gerepareerd. Hermans werkgever heeft ook niets gehoord van lekke banden. De kogel is nergens gevonden en Herman heeft hem ook aan niemand laten zien. Net als de dreigbrief. Er was maar één zegsman voor die dreigementen en dat was Herman zelf.’

Het roept de vraag op of Herman ze heeft verzonnen en wat daar dan de reden voor was. En het zaait twijfel over de ‘doodsangsten’ die Herman soms uit zijn slaap hielden. Het scenario van een vrijwillige verdwijning wordt daardoor weer waarschijnlijker. Herman had de dreigementen en doodsangsten kunnen verzinnen en een plaats delict hebben geënsceneerd. Om zodoende zijn overlijden te suggereren en te kunnen verdwijnen naar een ander land. Er zijn enkele serieuze aanwijzingen voor een dergelijk scenario. Niet alleen de man met de rolkoffer op de avond van de verdwijning en de mysterieuze auto die hard wegreed over de Duivelshoekseweg. Er komen ook andere tips binnen bij de politie. Zo zegt een tipgever dat Herman kort voor zijn vermissing nog een andere minnares had met wie hij afsprak bij buurtschap Nummer Eén, dat een paar honderd meter verwijderd ligt van de plek waar zijn auto is aangetroffen. En Herman zou nog een derde telefoon hebben gehad om heimelijke gesprekken te voeren met een minnares. Een andere getuige beweert dat Herman een relatie heeft gehad met een vrouw ‘van Turkse of Marokkaanse afkomst’ en weer iemand anders meent hem op het Griekse schiereiland Pilion te hebben gezien met een Nederlandse auto en in het gezelschap van een vrouw: ‘een hippietype met lang haar en zwarte wijde broek’.

Tegen zijn vrouw Sandra zei hij kort voor zijn vermissing: ‘Als ik ooit weg ben, dan is het huis hypotheekvrij. Onze dochter heeft een leeftijd dat het wat makkelijker is om ermee om te gaan als ik er niet meer ben.’ Een voorspelling die lijkt te kloppen, want Hermans vrouw heeft inmiddels een voorschot uitbetaald gekregen van de levensverzekering. De politie heeft ook gekeken naar een mogelijke betrokkenheid van Sandra, maar haar alibi is goed gecheckt en bleek te kloppen. Is Herman dan toch vrijwillig vertrokken met een andere vrouw? Hermans broer Kees schat die kans inmiddels op vijftig procent en ook de politie houdt het scenario open: ‘Voor wie dat wil is het niet zo moeilijk om een vals paspoort te regelen en te verdwijnen naar een ander land. We houden nog steeds serieus rekening met deze mogelijkheid.’ Tegelijkertijd is dan wel de vraag met wie hij dan weg zou zijn gegaan, want er is in de periode van Hermans verdwijning, oktober 2010, geen jonge vrouw vermist geraakt in Zeeland of België. En het is maar zeer de vraag of Herman zijn gezin en familie jarenlang in onzekerheid zou laten, wetende dat er naar hem gezocht wordt. Inmiddels houdt ook de politie geen rekening meer met een vrijwillig vertrek.

Dood spoor

Twee jaar na de verdwijning van Herman Ploegstra zit de zaak op een dood spoor en is omgeven met vraagtekens. Als Herman het slachtoffer van een misdrijf is geworden, dan is de kans dat hij nog leeft uiterst klein. De mysterieuze verdwijning op een verlaten polderweg heeft alle kenmerken van een moord of gewelddadige ontvoering en Herman heeft zich mogelijk zo ernstig bedreigd gevoeld, dat hij zelfs rekening hield met een fatale afloop. Herman zou natuurlijk zelfmoord kunnen hebben gepleegd, maar het is niet zo eenvoudig voor een zelfmoordenaar om zijn eigen lichaam spoorloos te laten verdwijnen. Als hij in de Westerschelde is gestapt, zou hij vroeg of laat toch ergens zijn aangespoeld.

De daders zijn gezocht in kringen van jaloerse mannen, die Hermans seksuele escapades wilden vergelden en in de familie waar een opvliegerige, alcoholistische schoonvader met criminele connecties rondloopt. In beide gevallen werd er onvoldoende bewijs gevonden voor betrokkenheid bij de verdwijning. Het is moeilijk voor te stellen dat Prudent zijn eigen schoonzoon wilde laten vermoorden vanwege overspel, maar tegelijkertijd is de bedrogen echtgenoot Han slecht bekeken door de Zeeuwse politie.

Blijft over een tot nu toe onbekend scenario. Leidde Herman soms nog een extra dubbelleven dat hij zo goed verborgen hield dat zelfs de recherche met al zijn opsporingsmiddelen er geen vinger achter kreeg? Zat hij in de wiethandel en had hij criminele contacten die hij voor vrienden en familie verborgen wist te houden? Zit Herman met een nieuwe liefde in het buitenland? Raadsels die de politie in Zeeland tot op de dag van vandaag niet heeft kunnen oplossen. De kans dat hij een toevallig slachtoffer van een roofoverval was, lijkt in elk geval uiterst klein. Maar wat was het dan wel? Wie het weet mag het zeggen.

Wat zit er volgens u achter de verdwijning van Herman Ploegstra? Praat mee, geef uw mening, of stel vragen aan de auteur van dit artikel via ons tipformulier.