‘Verziekte sfeer in top OM door liefdesrelatie’

‘Verziekte sfeer in top OM door liefdesrelatie’

Binnen de top van het Openbaar Ministerie zijn de onderlinge verhoudingen ernstig verstoord geraakt door ruzies als gevolg van een intieme relatie tussen twee hoofdofficieren van justitie. Dat schrijft de NRC.

Niet integer

De relatie tussen de hoofdofficier van justitie van Rotterdam Marc van Nimwegen en en zijn collega van het functioneel parket Marianne Bloos is jarenlang verzwegen. Van Nimwegen had ook al een relatie met de huidige hoofdofficier in Den Bosch Heleen Rutgers. Volgens de NRC verwijten nu ‘vier hooggeplaatste aanklagers’ de betrokkenen en de leiding van het Openbaar Ministerie ‘niet integer te handelen’.

Ontkend

Ze vinden het onacceptabel dat vanaf 2014 het bestaan van de verhouding tussen Van Nimwegen en Bloos is ontkend terwijl zij in een gezagsrelatie stonden. De regels binnen Justitie zijn dat er openheid moet zijn over liefdesrelaties op het werk. Bloos werd in 2011 onder verantwoordelijkheid van Van Nimwegen benoemd tot hoofdofficier van justitie van het functioneel parket.

Nepotisme

In 2014 heeft een aantal aanklagers bij het ministerie geklaagd over nepotisme. Meerdere bronnen vertelden aan de NRC dat toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten en zijn staatssecretaris Fred Teeven bepaalden dat Van Nimwegen per direct uit het college van procureurs-generaal moest worden gezet (waar hij toen lid van was). Van Nimwegen werd toen hoofdofficier in Rotterdam.

Ruzie

Sinds vorig jaar komen Van Nimwegen en Bloos openlijk uit voor hun relatie. Binnen het hoogste overlegcollege van het OM (de Groepsraad met alle hoofdofficieren) is nu ruzie ontstaan en een verziekte sfeer omdat bepaalde hoofdofficieren niet vrij durven te praten. Ook wordt gesuggereerd dat Bloos en Van Nimwegen inhoudelijk strafzaken bespreken die ze niet geacht worden te delen omdat ze binnen hun eigen parket spelen. Ook over de recente benoeming van de ex van Van Nimwegen als hoofdofficier in Den Bosch is wrevel.

Uit angst voor represailles willen de vier aanklagers die de NRC informeerden niet met naam en toenaam in de krant.