Vier jaar cel voor invoer 1.000 kilo cocaïne via Rotterdamse haven

Vier jaar cel voor invoer 1.000 kilo cocaïne via Rotterdamse haven

De rechtbank in Rotterdam heeft vrijdag de 29-jarige F.M. veroordeeld tot vier jaar celstraf waarvan één jaar voorwaardelijk vanwege zijn betrokkenheid bij de invoer van bijna 1.000 kilo cocaïne via de Rotterdamse haven. De partij coke werd in april 2020 aangetroffen in het havengebied.

Procesafspraken

In het vonnis is rekening gehouden met zogenoemde procesafspraken over de hoogte van de straf die door de officier van justitie en de verdediging zijn gemaakt. Rekening houdend met de procesafspraken legt de rechtbank in plaats van vijf jaar gevangenisstraf, dat passend zou zijn, een gevangenisstraf op van vier jaar waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Uithaler en controleur

F.M. (zonder vaste woon- of verblijfplaats) is als uithaler en controleur naast de invoer van 998,5 kilo cocaïne (met anderen) ook veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, het bezit van een vuurwapen en munitie, een jammer en het witwassen van 60.500 euro. Hij is in Nederland niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.

Sky ECC

Op 7 april 2020 kwam in de Rotterdamse haven een zeecontainer binnen die was geladen met 998,5 kilo cocaïne. Na de inbeslagname door de douane werd de container weer vrijgegeven en door een transporteur opgehaald. Nadat de container was opgehaald, werd deze onder andere door F.M. verder vervoerd en uiteindelijk liet hij aan medeverdachten via chatdienst Sky ECC weten dat de container leeg was.

Volgens justitie had de 29-jarige verdachte als gebruiker van een Sky ECC-account van maart 2020 tot en met juli 2021 veelvuldig contact met andere Sky-gebruikers. Hierbij werd onder andere gesproken over het uithalen, vervoeren en bewerken van verschillende partijen drugs en werden foto’s van partijen drugs uitgewisseld. Ook werd er veel gesproken over ‘ijzers’ (vuurwapens), waarbij onder andere werd gezegd: ‘weet ik veel wat voor ijzers het zijn, misschien is ermee gedood’.

Ook werden zorgen geuit over vijf vuurwapens die de criminele organisatie nodig had.

‘Hebben jullie alle ijzers weggehaald hoe moet het nu dat we het werk hebben? De ijzers zijn nodig wat als iemand jullie komt beroven wat dan. Ik heb 2 ml euro voor jullie betaald omdat jullie in elkaar werden geslagen in de garage. Denken jullie na of niet? Het is de eerste en laatste keer. In elk huis moet er een ijzer aanwezig zijn dit mag niet meer gebeuren.’

Via SKY ECC werden daarnaast foto’s van vuurwapens verstuurd. De rechtbank leidt hieruit af dat met ‘ijzers’ vuurwapens bedoeld worden.

Albanië

De uitspraak van de rechtbank is conform de eis van het OM. De officier van justitie eiste vier jaar cel waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De rol van de verdachte typeert de officier van justitie als een vooruitgeschoven post voor de organisatoren in – met name – Albanië. De verdachte fungeerde als uithaler van cocaïne en hij controleerde of de containers werden opgehaald en dat de cocaïne uit de containers werd gehaald.

Tijdswinst

Bij de eis heeft de officier van justitie nadrukkelijk gewezen op de gemaakte procesafspraken. Zij heeft in dat verband opgemerkt dat ondermijnende drugszaken – zoals deze – vaak een lang tijdsverloop kennen. De procesafspraken leveren tijdswinst op en hebben tot gevolg dat een opgelegde straf gelijk kan worden uitgezeten. Er bestaat dan namelijk geen risico dat de verdachte geschorst wordt uit voorlopige hechtenis en hij bijvoorbeeld vlucht naar het buitenland.