Voortvluchtig Belgisch heroïnekopstuk na 11 jaar opgepakt in Montenegro

Voortvluchtig Belgisch heroïnekopstuk na 11 jaar opgepakt in Montenegro

In een rechtbank in Montenegro stond donderdag de veroordeelde heroïnesmokkelaar Bayram B. terecht. B. werd in 2009 samen met twee familieleden bij verstek veroordeeld tot vijf jaar cel voor heroïnetransporten van Turkije naar Antwerpen, maar was vervolgens elf jaar voortvluchtig. In augustus 2020 werd hij opgepakt in Montenegro. Dat schrijft De Gazet van Antwerpen.

“Bende van 700 Miljoen”

Bayram B. werd in 2009, samen met zijn familieleden Gurhan en Fuat B., bij verstek veroordeeld tot vijf jaar cel. Het Turks-Gentse drietal behoorde tot de zogenoemde “Bende van 700 Miljoen”, een organisatie rond de Antwerpse “meestersmokkelaar” Paulus Meyer. De drie Turken organiseerden in opdracht van Meyer schroottransporten van Turkije naar Antwerpen. Dat bleek een dekmantel voor de smokkel van heroïne. De opsporingsdiensten onderschepten tijdens het onderzoek een partij van bijna 100 kilo heroïne, destijds een record voor België.

B. zat enkele maanden in voorarrest, maar werd voordat het proces begon door de dienst Vreemdelingenzaken het land uitgezet. Desondanks bleek Bayram B. volgens justitie in België te verblijven zonder geldige verblijfsdocumenten.

Geen dagvaardig

Volgens de Gazet van Antwerpen kreeg B. door de uitwijzing geen dagvaarding en werd hij ook niet officieel op de hoogte gebracht van zijn veroordeling tot vijf jaar. Nadat hij elf jaar voortvluchtig was, werd B. in augustus opgepakt in Montenegro. Daar bleek dat België hem nog steeds zocht voor zijn veroordeling. Kort voordat de zaak zou verjaren, tekende hij beroep aan.

Door de coronacrisis worden er nauwelijks gevangenen uitgeleverd van Montenegro naar andere landen. Daardoor zit Bayram B. zit nog altijd vast in het land. Donderdag werd de strafzaak uit 2009 behandeld voor de correctionele rechtbank. De advocaten van B. zeggen dat hun cliënt de feiten niet betwist:

‘We vragen de rechtbank wel om rekening te houden met de specifieke omstandigheden in dit dossier. Onze cliënt werd door de Belgische overheid het land uitgezet, waardoor hij zijn proces niet kon bijwonen. Na al die jaren wordt hij plots geconfronteerd met een oude straf waarvan hij niet eens op de hoogte was. Onze cliënt heeft al vele maanden in de gevangenis gezeten. Wij vragen hem om hem een opschorting te geven, of de straf te beperken tot de al ondergane voorhechtenis.’