‘We zijn er volgens mij wel in geslaagd het beeld over Willem Holleeder te nuanceren’

‘We zijn er volgens mij wel in geslaagd het beeld over Willem Holleeder te nuanceren’

Over een kleine week doet de rechtbank uitspraak in de zaak Willem Holleeder. Het proces nam 60 dagen in de Amsterdamse bunker in beslag. Hordes mensen stonden in de rij om een van de zittingen bij te kunnen wonen. Crimesite sprak met Holleeders advocaat Sander Janssen. Hoe kijkt hij terug op het proces? ‘We hebben kunnen laten zien dat er nog veel meer spelers actief waren en dat het beeld van Holleeder als ultra-boef niet klopt’.

Door Timo van der Eng

Nadat Stijn Franken de verdediging van Holleeder had neergelegd zijn jij en Robert Malewicz zijn advocaten geworden. Hoe is dat eigenlijk gegaan? Heeft Holleeder jullie gebeld?

‘In z’n algemeenheid kan dat op verschillende manieren gaan. Je kan door de cliënt zelf gebeld worden, maar het kan ook via iemand anders plaatsvinden. We hebben afgesproken dat we niet specifiek zullen vertellen hoe dat in dit geval gegaan is. Maar ja, op enig moment is ons gevraagd of wij de verdediging van Willem Holleeder zouden kunnen doen. Daarop zijn we in overleg gegaan met allemaal verschillende partijen, waaronder Holleeder zelf natuurlijk. En uiteindelijk hebben we gezegd van nou dat kunnen we wel doen.’

Heeft Holleeder zelf ook aangegeven waarom hij wilde dat jullie de verdediging zouden gaan doen?

‘Nee, niet specifiek met zoveel woorden. Maar wat natuurlijk wel een rol heeft gespeeld is dat we als advocaten in het Passage-proces zaten (voor Jesse R. – tvde) waardoor ik de dossiers van Kees Houtman en Thomas van der Bijl al heel goed kende. Twee zaken waar Holleeder nu ook verdachte in is. En Robert heeft Enclave gedaan, het onderzoek naar de moord op Willem Endstra. Ook een zaak waarin onze cliënt terecht staat.

We hadden bovendien geen tegenstrijdig belang, dat maakte natuurlijk ook nogal uit. In een zaak als deze, waar zoveel jaren misdaad voorbij komen, heb je dat al snel. We hadden in het verleden niet iemand bijgestaan waardoor de verdediging van Holleeder een probleem zou kunnen worden.

En waarschijnlijk sprak hem aan wat hij van ons gezien had en van ons wist. Maar dat heeft hij toen niet met zoveel woorden gezegd.’

Was het voor jullie een moeilijke beslissing om de verdediging op jullie te nemen?

‘Wat voor mij een belangrijke afweging is geweest: heb je nog een keer zin in een zaak die je hele praktijk plat legt? Het Passage-proces, dat ook ontzettend veel tijd in beslag heeft genomen, was nog niet eens afgerond toen dit op ons af kwam. En je moet er wel zin in hebben, in al het gedoe rond zo’n zaak. We hebben natuurlijk vooraf ook met Stijn Franken gesproken over zijn ervaringen met Holleeder, daar werd destijds van alles over gezegd. Dat hij in de tang zou zitten bij zijn cliënt en zo. Stijn heeft ons op het hart gedrukt dat daar helemaal geen sprake van was. Tenslotte hebben we het natuurlijk ook met het thuisfront besproken. En kijk, als je de gelegenheid krijgt om zo’n zaak te doen dan is dat natuurlijk wel een mooie kans. Dan moeten er goede redenen zijn om dat niet te doen.’

Waarom vind je dit zo’n mooie zaak?

‘Het is natuurlijk een enorm grote zaak, met heel veel dynamiek er omheen. Alles wat in een strafproces kan gebeuren, gebeurt in deze zaak. Maar het is vooral ook professioneel gezien buitengewoon interessant. En dan kijk ik met name naar de bewijsrechtelijke kant van de zaak. Wat je tegenwoordig ziet is dat er veel technisch bewijs wordt opgevoerd, met name allerhande registraties: telecomgegevens, zendmastgegevens, kentekenregistraties, enzovoorts. In de zaak Holleeder is dat afwezig. In die zin is het een klassieke, misschien wel bijna ouderwetse zaak. We zijn de afgelopen jaren bezig geweest met een hele, hele grote puzzel te leggen. Het mooie is dat we allerlei puzzelstukjes hebben gekregen die daarvóór onbekend waren. Ook uit allerlei aanpalende dossiers. Daarmee is het eigenlijk een soort misdaadgeschiedenis-project geworden. Zoals je ook kunt teruglezen in het boek van Wim van de Pol.
Bij het leggen van die puzzel ging het uiteindelijk om de vraag ‘wat is nu waar, wat heeft zich daadwerkelijk afgespeeld?’ Al die verhalen, al die verhaallijnen, al die personen en gebeurtenissen die in die 20 jaar Amsterdamse misdaadgeschiedenis gebeurd zijn, dat is natuurlijk geweldig fascinerend. Zeker als je dat kan gaan onderzoeken met nieuwe invalshoeken en nieuwe informatie. En dan heb je eureka-momenten, bijvoorbeeld als je een keer een of ander tapgesprek tegenkomt in een dossier dat je nog nooit eerder gezien hebt en dat je dan denkt verrek, dat is die persoon uit dossier A die belt met die andere persoon uit dossier B, dat gaat over dit of dat conflict of over deze moord. Dat er puzzelstukjes op hun plaats vallen. Dat vond ik een heel erg mooi traject.’

Maar hoe zoek je in die tienduizenden pagina’s dossier, hoe pak je dat aan?

‘Het scheelt natuurlijk dat ik al een behoorlijk beeld had door het Passageproces. Je gaat lezen met een bepaalde invalshoek en daarbij begin je niet met pagina 1. Het gaat in deze zaak natuurlijk om de kant van de opdrachtgevers, niet zo zeer om de uitvoering. Daardoor kun je heel veel overslaan. De moord op Cor van Hout bijvoorbeeld is een flink dossier, maar alles over de plaats delict, de eerste tig pagina’s, die kun je in eerste instantie links laten liggen. Die kun je eventueel bewaren voor een later moment.
Je gaat op zoek naar aanknopingspunten in zo’n dossier. Bijvoorbeeld naar verhoren van getuigen waarvan de naam je iets zegt, mensen van wie je weet dat ze in de buurt zijn geweest van de belangrijke spelers wiens positie je in kaart wil brengen. Later hebben we ook digitale dossiers gekregen waardoor het zoeken veel makkelijker werd. Je kon dan gewoon zoektermen gebruiken.’

Hoe hebben jij en Robert de taken verdeeld? Hebben jullie afzonderlijk van elkaar aparte dossiers zitten doorvlooien?

‘Zo zijn we wel gestart inderdaad. Ik deed Van Hout, Houtman en Van der Bijl en Robert deed Endstra en Mieremet. Dat leek effectief, omdat we al veel over die dossiers wisten. Maar die aanpak bleek in de praktijk al snel niet te werken omdat er teveel samenhang bestaat tussen de verschillende dossiers. Het gevaar was te groot dat we informatie zouden missen. Holleeder was daar zelf ook terecht bezorgd over. Dus hebben we het op een gegeven moment over een andere boeg gegooid en heb ik het voortouw genomen. Het uitzetten van de grote lijnen, het bestuderen van de dossiers, het verhoren van de getuigen en het schrijven van de pleitnota’s, dat heb ik grotendeels gedaan. Robert heeft zich gericht op meer geïsoleerde thema’s waar we iets mee moesten. Op een gegeven moment kwamen bijvoorbeeld al die bandopnames van Astrid er bij. Dat was ongelooflijk veel werk, dat heeft Robert op zich genomen. Hij kwam er achter dat de uitwerking van de audio-opnames op papier niet klopte en heeft dat vervolgens samen met Holleeder helemaal opnieuw uitgewerkt.’

De media hebben ook een hele grote rol gespeeld tijdens het proces. Daarbij werd niet geschuwd om bijvoorbeeld onwaarheden als feiten te presenteren. Denk daarbij aan het nieuws dat Holleeder vanuit de EBI een aanslag op zijn zussen zou hebben voorbereid. Jullie zelf hebben jullie steeds heel terughoudend opgesteld als het gaat om aanwezigheid in de media. Waarom hebben jullie daarvoor gekozen? 

‘De media-aandacht in deze zaak is zeker uniek. Dat komt niet alleen voort uit het feit dat de media heel erg geïnteresseerd zijn in Willem Holleeder, maar ook door de band die de getuigen Astrid en Sonja hebben met sommige journalisten die zich meer of minder openlijk aan de kant van de zussen hebben geschaard. Peter de Vries heeft daar bijvoorbeeld niet moeilijk over gedaan, die heeft gewoon duidelijk gemaakt dat hij zich in het kamp van de zussen bevindt. Dat geldt voor John van den Heuvel en enkele anderen tot op zekere hoogte ook.
Peter de Vries was natuurlijk ook een procespartij. Hij is niet alleen journalist in dit verhaal, hij is ook een getuige die contact heeft gehad met Cor van Hout, met de zussen, met Holleeder zelf en met vele andere betrokkenen. Hij is niet meer de buitenstaander die je in beginsel als journalist wel bent. Dat is helemaal geen diskwalificatie maar gewoon een gegeven.
Het gevolg was wel dat hij zijn journalistieke mogelijkheden kon inzetten waar dat zo uitkwam, en dat is ook gebeurd. Dat bracht ontegenzeggelijk extra dynamiek. Het gebeurde meermalen dat er daags voor een zittingsdag weer iets naar buiten werd gebracht via een dubbelslag in De Telegraaf en de NRC, dat John van den Heuvel er dan nog eens over sprak in RTL Boulevard en dat Peter nog bij een talkshow aanschoof. Dat was niet toevallig, daar zat een idee achter. Dat is wel echt iets nieuws geweest.’

En aan dat spel hebben jullie niet mee willen doen?

‘Nee, dat hebben we niet gedaan. Kijk je hebt meerdere schaakborden. Je hebt het schaakbord van de rechtbank waar de procedure plaats vindt met procespartijen: de rechtbank, het openbaar ministerie en de verdediging. Daarnaast heb je het journalistieke of maatschappelijke schaakbord waar ook van alles gebeurt. Maar wij hebben van het begin af aan gezegd: deze zaak hoort bij de rechtbank. Dat is waar je een strafzaak behandelt. Wij denken dat de rechtbank dat ook zo bekijkt en dat ook waardeert.
Op het moment dat wij ons meer op het schaakbord van de journalistiek zouden begeven ontstaat er ook scheefgroei op het schaakbord bij de rechtbank. Want andere procespartijen doen niets in de media. De rechtbank sowieso niet, en het OM niet of nauwelijks. Dus dat wilden wij ook niet. Dat geeft gedoe. We wilden het zuiver houden en het niet via de media uitvechten.
Dat neemt niet weg dat we twee keer een moment hebben gekozen om toch in de media op te treden. De eerste keer was aan het begin van de zittingen. Er werd toen in talkshows van alles verkondigd, ook over ons en wat onze plannen waren, dat niet klopte. Dat wilden we recht zetten. En de tweede keer dat we in de media verschenen, was tijdens ons pleidooi, nadat we in de rechtbank hadden aangegeven dat de verklaringen van Astrid Holleeder mogelijk gekleurd zouden kunnen zijn door een Post Traumatische Stress Stoornis. We vonden dat dat een goede toelichting behoefde.’

We staan nu een kleine week voor de uitspraak. Als je terugkijkt op het hele proces, waar ben je dan het meest tevreden over?

‘Ik vind dat we er goed in zijn geslaagd om het beeld van Willem Holleeder te nuanceren. Toen we begonnen was het nog heel erg zwart-wit allemaal. Hij was het monster dat de zussen van hem hadden gemaakt. Het algemene gevoel was bijna waarom is de rechtszaak nog nodig, het is toch wel duidelijk? Mede dankzij het Openbaar Ministerie, dat ons toegang heeft gegeven tot een groot aantal nevendossiers, is het mogelijk geweest om veel meer informatie naar boven te halen over hoe het nu echt gegaan is in die tijd.
Neem de moord op Cor van Hout. Er werd simpel gesteld gezegd dat Holleeder dat heeft gedaan om de Achterdam (toentertijd hoerenpanden in Alkmaar – tvde) van Cor af te pakken. Daar klopt als je de dossiers bekijkt echt helemaal niets van en dat hebben we echt wel boven water gekregen vind ik. Er was veel meer aan de hand rond Cor van Hout en dat hebben we terug gevonden in de verschillende dossiers. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de rol van Stanley Hillis en John Mieremet. Al die intriges en dwarsverbanden in de Amsterdamse onderwereld, daar was voorheen geen goed beeld van. We hebben kunnen laten zien dat er nog veel meer spelers actief waren en dat het beeld van Holleeder als ultra-boef gewoon niet klopt.’

En waar ben je, zo terugkijkend, het minst tevreden over?

‘Wat ik als heel teleurstellend heb ervaren is dat het OM nauwelijks is ingegaan op al die bewijsmiddelen die we in de loop van dat onderzoek naar boven hebben gehaald. Vooral omdat ik in de periode dat we dat onderzoek deden echt de indruk had dat we een beetje samen met hen optrokken, dat we met de officieren en de rechter-commissaris met een open blik op zoek waren naar de waarheid. Daar is in het requisitoir zo ontzettend weinig van terug te zien, en ook na het heel uitgebreide pleidooi hebben zij over heel veel zaken waar we volgens mij de werkelijkheid echt hebben weten ter reconstrueren gewoon geen standpunt ingenomen. Ik vind dat echt een zwaktebod. Je kunt er anders tegen aan kijken, maar vertel dan waarom je het anders ziet. Ze lijken gewoon het zwart-witte beeld te willen handhaven. Ik had de indruk gekregen dat het Openbaar Ministerie met ons zag dat er veel meer aan de hand was en dat de werkelijkheid achter de schermen veel complexer en veel genuanceerder was. Nou ja, zij zullen ook onder grote druk staan vanuit hun organisatie en misschien zien ze het ook echt wel anders, maar voor veel belangrijke onderwerpen snap ik het nog steeds niet. Daar kan ik maar matig goed mee omgaan, hahaha.’

In april verscheen het boek Holleeders Onderwereld van Wim van de Pol. Het boek is gebaseerd op de dossiers van de zaak Holleeder.