Zo rommelt de politie met processen verbaal

Zo rommelt de politie met processen verbaal

Processen verbaal (pv’s) vormen de hoekstenen van het Nederlandse strafrecht. Rechters, Openbaar Ministerie en advocaten moeten er daarom vanuit kunnen gaan dat de inhoud van pv’s correct is. Dat is echter lang niet altijd het geval, zo blijkt uit een uitzending vanavond van het tv-programma EenVandaag. Onderzoekster Marijke Malsch van het NSCR spreekt van een ‘verontrustende situatie’.

Mr. dr. Marijke Malsch van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) heeft verschillende onderzoeken gedaan naar de kwaliteit van pv’s in het Nederlands strafrecht. In een van haar onderzoeken vergeleek Malsch de originele opnames van verhoren met de uiteindelijke verslaglegging in de pv’s. Zo kwam ze er achter dat in de verslaglegging nogal wat zaken ontbraken. Van alle antwoorden die tijdens de verhoren werden gegeven, kwam slechts 19 tot 21 procent terug in het pv.

Ontlastende zaken weg gelaten

Een rondgang langs advocaten bevestigt dat beeld en levert talloze voorbeelden op waaruit blijkt dat er grote verschillen zijn tussen wat er daadwerkelijk is gezegd door een getuige of verdachte en wat daarvan uiteindelijk in een proces verbaal op papier is gekomen. Niet zelden zijn het voor een verdachte ontlastende zaken die zijn weggelaten. Of er zijn juist belastende dingen toegevoegd die helemaal niet zijn gezegd. Soms gaat het om onjuist weergegeven tapverslagen, soms worden getuigenverhoren op papier niet correct weergegeven.

Vermoeden

Stijn Franken verdedigde Adil K., een Nederlandse Koerd die al sinds zijn veertiende in aanraking is geweest met justitie en is veroordeeld voor verschillende misdrijven. In een zaak waarin K. verdacht werd van het opdrachtgeven van een mishandeling waarbij ook werd gestoken, vergeleek Franken de originele audio-opnames van de getuigenverhoren met de verslaglegging in de pv’s. Hij concludeert dat voor K. ontlastende delen niet in de pv’s terecht zijn gekomen. Zo verklaart een getuige dat hij denkt dat K. opdracht heeft gegeven voor een mishandeling, maar zo laat hij ook weten: ‘Ik kan ook niet zeggen dat ik er bij was toen hij de opdracht gaf.’ De passage waaruit blijkt dat de getuige een vermoeden uitspreekt, wordt weggelaten uit het pv. Franken komt nog verschillende andere voorbeelden tegen. (Tekst loopt door onder de advertentie.)

Niet ontvankelijk

Advocaat Bert de Rooij uit Eindhoven stond enkele jaren geleden in hoger beroep een verdachte bij die eerder door de rechtbank tot 2 jaar cel was veroordeeld voor een zedenmisdrijf. De man zou een minderjarig meisje verschillende malen hebben verkracht. De rechtbank veroordeelde de verdachte vooral op basis van het feit dat het slachtoffer 83 keer de naam van de man had genoemd – althans zo stond het in het proces verbaal van aangifte. Ook De Rooij luisterde in de voorbereiding van het hoger beroep de opnames af van het verhoor van het slachtoffer. Hij kwam tot de verbijsterende conclusie dat het slachtoffer geen enkele keer de naam van de verdachte had genoemd. De Rooij: ‘Processen verbaal worden door de agenten op ambtseed opgemaakt. Je kunt dus stellen dat hier sprake was van fraude. 83 keer werd in een pv een naam genoemd, die in de originele audio opname niet uit de mond van de aangeefster te horen is.’ Het Openbaar Ministerie werd in hoger beroep mede om die reden niet ontvankelijk verklaard.

Strafontslag

Navraag leert dat de politie intern onderzoek doet naar de integriteit van de eigen medewerkers. Politiewoordvoerder Suzanne Rijnaars – Van de Graaf: ‘Daar waar een vermoeden van een integriteitsschending aan de orde is vindt intern onderzoek plaats. In bewezen gevallen leidt dat tot disciplinaire maatregelen zoals strafontslag.’

Uit een analyse van tuchtrechtzaken van de politie blijkt dat er in de periode juli 2015 – april 2018 ruim 850 disciplinaire straffen zijn opgelegd. Daarbij bleek het in 28 gevallen te zijn gegaan om “schending van de verbaliseringsplicht”. Als er een redelijk vermoeden bestaat van gepleegde strafbare feiten (valsheid in geschrifte, meineed) dan kan het Openbaar Ministerie ook een strafrechtelijk onderzoek instellen door de rijksrecherche of een afdeling VIK (Veiligheid Integriteit en Klachten). Cijfers hierover zijn noch bij de politie noch bij het OM bekend.

Rijnaars – Van der Graaf hecht er aan te melden dat de korpsleiding onlangs de ontwikkelagenda opsporing heeft vastgelegd. ‘Hierin staat dat de politie een kwaliteitsstrategie voert die is gericht op verbetering van opsporing, onder meer door het  verder terugdringen van zogenoemd herstelwerk.’ De politiewoordvoerder herkent zich niet in de kwalificatie “verontrustend” waarmee onderzoekster Malsch de kwaliteit van de pv’s aanduidt.

Lees hier een uitgebreid artikel over de materie, met ook de positie van de Hoge Raad in deze: Doet de politie zelf ook aan ondermijning?

Hieronder het item van EenVandaag.