Zo steel je miljoenen uit gelddrukkerij Joh. Enschedé

Zo steel je miljoenen uit gelddrukkerij Joh. Enschedé

De daders die miljoenen roofden bij de Haarlemse gelddrukker Johan Enschedé zijn spoorloos. Donderdag werd bekend dat het bedrijf stopt met drukken van geld en circa 200 mensen wil ontslaan. Hier de gedetailleerde reconstructie van een met militaire precisie voorbereide operatie en hoe het Openbaar Ministerie het contact met de man die de zaak kon oplossen verbrak. (€)


Door Wim van de Pol / Crimesite

Buiten stroomde het van de regen. Het was een ijzige namiddag in december vorig jaar. Een jonge man zakte tegenover me aan een tafeltje van het bruin café Mulder aan het Amsterdamse Weteringcircuit. Hij had een mooi verhaal, zo had hij van tevoren over de telefoon aangekondigd. ’Ik heb nou iets, dat heb je vast nog nooit gezien’, zei hij. Uit een map bedekt met regendruppels haalde hij tussen allerlei paperassen een biljet van vijftig euro tevoorschijn. Hij schoof het tussen de bierviltjes en de koffiekopjes door over het kroegtafeltje. Het was een gewoon 50 euro biljet. Ik pakte het vast. Het voelde als een perfect eurobiljet. ‘Zie je niks?’, vroeg hij en hij tikte op een hoek van het biljet. Ik keek nog eens goed. Toen zag ik het. Het serienummer ontbrak.

De jonge man wilde er die middag verder niet teveel over uitweiden. Hij prevelde wat over de perfecte misdaad en we spraken verder over andere zaken. Nadat hij in de schemering met een muts over zijn hoofd was verdwenen in de druilerige avondspits volgden in de maanden erna nog talloze kopjes koffie in allerlei café’s in verschillende Amsterdamse stadsdelen. Stukje bij beetje vertelde hij een verhaal over een grote diefstal bij gelddrukkerij Joh. Enschedé in Haarlem.

Werknemers in dat bedrijf laten dagelijks astronomische bedragen aan bankbiljetten door de vingers gaan. Zoiets is altijd goed voor een fascinerend verhaal aan de borreltafel. Wie stelt zich niet voor hoe het zou zijn om na het werk een doos splinternieuwe euro-briefjes mee naar huis te nemen? Deze verleiding blijft voor werknemers waarschijnlijk altijd lonken maar zo’n diefstal is nog zo simpel niet. Joh. Enschedé kent een uitgebreide fysieke en procedurele beveiliging. Toch rijpte er eind 2013 tussen vier mannen een plan om de perfecte misdaad te plegen. Een spectaculaire beroving van de enige Nederlandse gelddrukkerij, Joh. Enschedé, een bedrijf met een lange historie. Joh. Enschedé drukt eurobiljetten, postzegels en ook bankbiljetten en waardepapieren voor andere dan de Euro-landen. De roof was inderdaad bijna de perfecte misdaad. De politie heeft de zaak nog steeds niet opgelost. In februari 2016 lekte wel uit dat er in het geheim een politieonderzoek gaande was. En nu is een betrokkene tegenover Crimesite uit de school geklapt. Tot in de puntjes heeft hij uitgelegd hoe de grootscheepse diefstal van bankbiljetten mogelijk was. Over de namen van de personen die erbij betrokken waren bleef hij zwijgen.

Bundesbank

Twee van de vier vrienden werkten in de drukkerij, de andere twee maakten gebruik van hun interne informatie over de beveiliging om het plan te helpen uitdenken. Een van die twee lijkt de mastermind geweest te zijn. Aan de basis van het plan stond de ontdekking van één van de werknemers dat op een van de kasten in de kelderkluis een scharnier verkeerd zat. De kast was op slot maar het scharnier was er eenvoudig uit te demonteren. De kastdeur kon er worden uit getild, zonder dat er braaksporen achterbleven en de kast gewoon op slot leek te zijn. In die kast stonden vele dozen met eurobiljetten die in opdracht van de Duitse Bundesbank waren gedrukt. Dat het Duitse biljetten waren wisten de daders. Ze konden het aan de serienummers aflezen. Het waren echter geen gewone biljetten. In feite ging het om misdrukken met afwijkingen die zo minimaal zijn dat ze zelfs door kenners niet met het blote oog te zien zijn. Deze misdrukken zijn proefdrukken die zijn gedraaid voor de uiteindelijke drukslag, waarbij de machine nog net niet helemaal juist is ingesteld. Zo kunnen bijvoorbeeld enkele pixels ontbreken. De series met misdrukken waren van elkaar onderscheiden door kleine ronde stickertjes waaronder met een loep het probleem te vinden was. Zo liggen er op elk moment in de kelderkluis van de drukkerij vele tientallen miljoenen aan misdrukken in grote kasten te wachten op vernietiging. De daders wisten dat vernietiging van de misdrukken ongeveer eens in de drie jaar plaatsvindt. Op zeker moment kwamen ze erachter dat de biljetten in de kast pas twee jaar later zou plaatsvinden. Die kennis bracht hen een grote stap vooruit in hun criminele schema: want een diefstal uit de kast zonder scharnier zou dus hoogstwaarschijnlijk pas bijna twee later, vlak voor de gang naar de verbrandingsoven worden ontdekt. De kast kon helemaal worden leeggehaald. En niemand zou deze niet van echt te onderscheiden biljetten voorlopig missen.

Naast deze Duitse euro’s ontvreemdden de daders nog andere eurobiljetten: het waren biljetten van 50 euro, zonder serienummers. Aan dergelijke biljetten kleefden voor de daders bijzondere voordelen. Geld waar een serienummer op zit is immers geregistreerd maar geld zonder nummer niet. Zelf serienummers op bankbiljetten drukken is technisch niet heel ingewikkeld. Met een ordinaire typemachine zou je al heel wat mensen om de tuin kunnen leiden. Veiligheidskenmerken zitten er niet aan vast.

Ontslagen

De mastermind had zich terdege verdiept in het bedrijf Joh. Enschedé. Voorheen drukte het familiebedrijf de Nederlandse guldenbiljetten en postzegels in een complex in het centrum van Haarlem. Inmiddels huist het op een bedrijventerrein aan de westelijke rand van de stad, niet ver van de IKEA. Na de eeuwwisseling raakte de drukkerij in acute problemen. Het comfortable monopolie van de guldentijd was voorbij, e-mail deed de vraag naar postzegels kelderen en de concurrentie op de Europese markt voor het drukken van euro’s en andere bankbiljetten was scherp. Het jaar 2013 bracht voor Joh. Enschedé een verlies van 13,7 miljoen euro. Begin 2014 werd bekend dat de Zeister investeringsmaatschappij Nimbus de drukkerij door een overname van een ware ondergang had gered. Al deze troebelen waren de calculerende mastermind niet ontgaan en hij voorzag een reorganisatie. Er zouden in de loop van 2014 bij Joh. Enschedé rond de vijftig gedwongen ontslagen moeten vallen, had hij gelezen. Hij herkende opnieuw een omstandigheid die hij en zijn mederovers in hun voordeel konden gebruiken, want hiermee werd het ideale tijdstip voor de roof gegeven. Het begin van de de operatie moest kort voor de ontslaggolf vallen. Er zouden werknemers de laan uitgaan die al twintig jaar in dienst waren geweest. Indien de diefstal uit zou komen zouden deze werknemers het ideale dwaalspoor voor de recherche vormen. Een wraakactie van een verbitterde oud-werknemer zou immers eerste gedachte van de speurders zijn. Als de werkelijke daders zouden ontkomen aan ontslag zouden ze niet de eerste verdachte zijn, als ze werden ontslagen waren ze slechts één van de velen.

Frisdrank

Een obstakel dat het groepje uit de weg moest ruimen was het probleem van de beveiligingscamera’s. De mastermind liet plattegronden maken en daarop iedere camera aanwijzen. De rovers hadden geluk: op de precieze locaties waar geld moest worden weggehaald stonden geen camera’s gericht. Het was echter wel zaak om de pakken met geld op een veilige manier door het gebouw te loodsen en dan alle camera’s te ontwijken. Op de dagen dat er geld naar buiten ging sloegen de daders de biljetten voorzichtig tijdelijk op in hun persoonlijke tassen en jassen die in een ruimte in de buurt van de kantine lagen. Ook daar wisten ze ongezien met hun contrabande hun gang te gaan. Daarna volgde nog de route naar de uitgang en ten slotte de laatste grote hindernis. Hoe moesten de pakken met geld door de uitgangscontrole worden geleid? Bij de uitgang lag hun grootste uitdaging. De mastermind buiten had hiervoor een list bedacht.

Bij aankomst, en tevens bij vertrek, wordt de identiteit van elke werknemer van Joh. Enschedé geregistreerd en hij of zij wordt gewogen. Het valt dus direct op als er extra gewicht in de vorm van een pak bankbiljetten wordt meegenomen. Het plan van de mastermind viel uitéén in twee onderdelen. De eerste tactiek bestond uit intensieve training op de sportschool, speciaal gericht op toename van de spiermassa zodat de twee dieven er geleidelijk wat groter uit gingen zien. Tegelijk namen ze gedurende een langere periode steeds wat extra gewicht mee naar binnen. Bij binnenkomst werd er niet gefouilleerd. Uiteindelijk waren ze in staat ze bij de ingang twee pakken frisdrank van 1,5 liter onder hun kleren mee te nemen. Ze goten die leeg en stapten dan met een pak bankbiljetten van drie kilo weer naar buiten. Maar dan resteerde er nog het risico op een fouillering door de beveiligers. De mastermind buiten had in de voorbereidingsperiode samen met de werknemers van het bedrijf uitgedokterd hoe de beveiligers bij in- en uitgang het beste om de tuin geleid konden worden. Hij had de kompanen die in het bedrijf werkten voortdurend het hemd van het lijf gevraagd over de procedures. De daders wisten daarom na analyse van de mastermind precies de juiste tijdstippen waarop ze naar buiten moesten lopen. Ze deden dat op de momenten dat er het minste risico was dat ze zouden worden aangesproken. Door te tellen waren ze erachter gekomen wat de sequenties waren waarmee dagen zonder steekproefcontroles werden afgewisseld met controles met fouillering. Verder wisten ze van iedere dag op welke tijdstippen de beveiligers elkaar aflosten. Op die manier konden de daders juist op het moment dat er een beveiliger werd afgelost door de poortjes lopen. Op die momenten was de controle minder strikt of zelfs geheel afwezig, zeker als het werknemers en beveiligers betrof die al jarenlang met elkaar werkten. Dat gold zeker op momenten als er een klein plukje bekenden tegelijk naar buiten liep. De twee dieven waren zo zeker van zaak dat ze nauwelijks zenuwachtig waren op de dagen dat ze met de kilo’s geld naar buiten liepen. Ze waren perfect gedrild, en met militaire precisie voorbereid. Ze wisten dat er niks mis kon gaan.

Volgens onze bron is er in mei 2014 op één dag in ieder geval 750.000 euro naar buiten gebracht. Hoeveel miljoen er precies naar buiten is gebracht durft hij niet te schatten.

Ruzie

Toch was de misdaad niet perfect. Het verhaal lekte uit omdat de voorraad papiergeld witgewassen moest worden. Het kon niet anders dan dat meerdere buitenstaanders op de hoogte raakten. De pakken met biljetten kwamen eerst tijdelijk in een geïmproviseerde opslag terecht, bijvoorbeeld een oven onder het fornuis of in een vak achter de vrieskist.

De euro’s konden natuurlijk niet naar de bank worden gebracht. Ze moesten dus wel in het criminele milieu belanden. Er werden partijtjes drugs van gekocht, zo zegt onze bron. Er werden volgens hem ook grote partijen geld verkocht bij in dit werk gespecialiseerde criminele wisselaars. Hij zegt dat er een Chinese groep betrokken werd die zou zijn ingeschakeld om 10 miljoen te wisselen.

Toen de grote bedragen eenmaal binnen begonnen te komen rezen er ook de eerste conflicten tussen de vier betrokkenen van het eerste uur. Eerst was er wantrouwen ontstaan, later ruzie. Hoeveel geld was er daadwerkelijk meegenomen? Toen er iets bij iemand werd opgeslagen, was er wat verdwenen? Later breidden die conflicten zich uit in bredere kring. Steeds ging het over de verdeling van het geld. Hoeveel geld was er overgedragen, wat was de prijs van de verkoop en hoe moest de winst worden verdeeld?

Daarnaast werden er fouten gemaakt bij de verwerking van de biljetten zonder serienummer. In april 2015 doken er berichten op bij GeenStijl en onder meer RTV-Noord over vals geld van ‘extreem goede kwaliteit’. Op markten en vrijmarkten in het noorden bleken valse biljetten te zijn gevonden, sommigen met hetzelfde serienummer. Kennelijk was het serienummer er niet voldoende deskundig opgedrukt, hoewel dat drukproces bepaald geen raketwetenschap is. Ook in Limburg werden in het voorjaar van 2016 valse biljetten van 50 euro gesignaleerd door middenstanders.

Afpersen

Onze bron was niet betrokken bij de roof van de bankbiljetten, zegt hij. Maar hoe kwam hij dan aan al deze kennis? Zijn antwoord is dat hij het te weten is gekomen doordat men hem en een clubje vrienden erbij haalde toen er eenmaal conflicten waren ontstaan. Eén van de daders wilde mededaders afpersen of bestelen, zo is zijn verhaal. Aan de “security service” waar hij bij betrokken zegt te zijn was de taak om dat geld terug te halen. Hij zegt daarna door ‘een speling van het lot’ verdachte te zijn geworden in de zaak, nadat de politie een briefje zonder serienummer bij hem in beslag heeft genomen. Hij heeft meerdere malen contacten en gesprekken gehad, eerst met de politie en daarna ook met het Openbaar Ministerie. Begin 2016 is er na het aantreffen van het briefje van 50 euro zonder serienummer dat bij de getuige in beslag genomen is en op basis van zijn stelling dat het afkomstig was van Joh Enschedé een strafrechtelijk onderzoek gestart naar diefstal van bankbiljetten. Maar de bron zei verder niks tegen de politie. Crimesite was in februari van dit jaar het eerste medium dat berichtte over de diefstal bij Joh. Enschedé, op basis van – toen nog summiere – informatie van de getuige en nadat er een bevestiging van het Openbaar Ministerie lag dat er inderdaad een onderzoek gaande was.

Dat rechercheonderzoek was in meerdere opzichten uitzonderlijk van karakter. Het bedrijf en de politie wisten namelijk wel dat er bankpapier was ontvreemd maar op welke wijze, wanneer en door wie was volstrekt duister. Er was geen begin van een aanwijzing en alleen de getuige had de benodigde informatie, maar hij wilde die niet zomaar op tafel leggen.

De bron wilde wel met een officier van justitie onderhandelen over de voorwaarden waarop hij alle informatie zou delen. En dat is geheel en al misgelopen. Een woordvoerder van justitie in Haarlem zegt aan Crimesite dat binnen het Openbaar Ministerie is bekeken of aan de voorwaarden van de bron tegemoet kon worden gekomen. De woordvoerder zegt dat dit ‘niet bleek te kunnen’. En verder: ‘Wij hebben er vervolgens voor gekozen om geen zaken met X. te doen.’ De woordvoerder van het OM vertelt tegenover Crimesite verder dat de bron twee keer te laat op een afspraak is verschenen. Afgelopen september was er opnieuw een afspraak met de getuige, op het Haarlemse parket. De getuige was te laat maar zegt tegen Crimesite het parket onderweg wel op de hoogte te hebben gesteld van zijn vertraging. De woordvoerder van het Openbaar Ministerie in Haarlem: ‘In verband met andere afspraken is het gesprek toen niet tot stand gekomen.’ Hadden de officieren van justitie geen tijd om te spreken met een getuige die te laat kwam of was er een andere reden om hem verder te negeren?

Een week later belde de politie Noord-Holland op eigen initiatief met de redactie van Crimesite met de mededeling  dat het onderzoek binnen enkele maanden zou zijn afgerond. De woordvoerder meldde ook dat er al ‘veel getuigen’ waren gehoord en dat er nog nieuwe getuigen zouden worden gehoord. Er was tevens onderzoek gaande naar vingerafdrukken en andere sporen. Volgens de politiewoordvoerder was een periode van ‘een aantal jaren’ onderzocht. Vorige week heeft het Openbaar Ministerie desgevraagd aan Crimesite laten weten dat het onderzoek inmiddels is afgerond. Volgens de woordvoerder is een officier van justitie het dossier aan het bestuderen en is een vervolgings- of sepotbeslissing nog niet genomen.

Of er buiten de bron nog verdachten in beeld zijn wil het Openbaar Ministerie natuurlijk niet zeggen. Wat er achter de schermen speelt valt moeilijk te raden. Het kan echter niet anders dan dat de zaak gevoelig ligt. Een diefstal van bankbiljetten zoals de getuige die heeft beschreven, is niet een zaak die het Openbaar Ministerie graag op zijn beloop zal willen laten, en Joh. Enschedé al helemaal niet. Als er bij politie en justitie informatie beschikbaar is om de zaak op te lossen dan zal er ongetwijfeld snel een strafrechtelijke vervolging bij de rechtbank op gang komen. Zo niet dan blijft de affaire een mysterie, een pijnlijke cold case.

Of de aankondiging van Joh. Enschedé om te stoppen met drukken van geld al dan niet te maken heeft met deze roof, moet nog blijken.