‘Alles wat ik heb geef ik aan de mensen’

‘Alles wat ik heb geef ik aan de mensen’

De Surinaamse vice-president van Suriname, Ronnie Brunswijk (59), wil de potentiële olierijkdom van het land eerlijk verdelen onder de bevolking van Suriname. Althans, dat voornemen wordt genoemd in een uitgebreid portret in de New York Times. Het arme jongetje, een nazaat van ontsnapte slaven uit de bossen van Oost-Suriname, werkte zich omhoog tot het hoogste niveau van de politiek in het land.

50 kinderen

Hij is in Nederland bij verstek veroordeeld voor cocaïnehandel. In Suriname klinkt kritiek over vriendjespolitiek door de benoeming van zijn eveneens bij verstek voor drugshandel veroordeelde streekgenoot als topambtenaar. Dat deert Brunswijk allemaal niet. Brunswijk is een beetje larger than life. En hij is populair.

Hij is een kind uit een gezin van tien kinderen, hun ouders zelfvoorzienende boeren, uit de buurt van Moengotapoe. ‘Het leven was niet geweldig’, zegt zijn moeder, ‘we moesten worstelen.’

Brunswijk werd elite-militair opgeleid in Cuba, parachutist, voetballer, gezochte bankrover, guerrillaleider, drugshandelaar, goudbaron, vader van ten minste 50 kinderen, en vice-president.

Zijn moeder vertelde dat Brunswijk zoveel nakomelingen heeft dat onbekende mensen haar soms willen omhelzen omdat ze beweren haar kleinkinderen te zijn.

Twee leiders

Brunswijk is als een soort Robin Hood die mogelijk illegaal verkregen rijkdom graag mag verdelen onder de mensen. En als wisselgeld politieke invloed verkrijgt. ‘Alles wat ik heb, geef ik aan de mensen’, zei Brunswijk aan The New York Times.

Chan Santokhi, president en coalitiepartner van Brunswijk, zei tegen de krant: ‘De heer Brunswijk heeft zijn geschiedenis. We zouden naar zijn geschiedenis kunnen kijken en dat als een barrière kunnen zien.’ Maar dat wil Santokhi niet doen. Hij zegt: ‘We kijken uit naar een betere toekomst, omdat we twee leiders zijn die zijn toevertrouwd om samen deze natie te leiden.’

Drugshandel heeft Brunswijk overigens altijd ontkend. Hij zegt dat zijn fortuin afkomstig is van hout- en goudmijnconcessies. Zijn eerste onderneming was een houtzagerij, die hij opzette met een bedrijfssubsidie ​​van de Nederlandse overheid.