De ondergang van Martin Hoogland

De ondergang van Martin Hoogland

Hij schoot Klaas Bruinsma dood, de eerste Nederlandse godfather. Hij werd veroordeeld voor de moord op zijn voormalig boezemvriend Tonny van Hijzelendoorn. Hij werd in 2004 in Hoorn van zijn fiets geschoten tijdens een proefverlof. Dood. We hebben het over Martin Hoogland.

Zoon

Vico Olling, oud-chef misdaad van Panorama, schreef een boek over de voormalig politieman die overstak naar de zware misdaad. Olling is niet over een nacht ijs gegaan en sprak met tientallen mensen over het onderwerp van zijn boek. Met Ingrid, de ex van Hoogland, met zijn zoon Jeoffry, met oud-agenten, voormalig collega’s, vrienden en kennissen. Het heeft een indringend en uitputtend boek opgeleverd over de man die vooral bekend is geworden van de moord op Klaas Bruinsma in juni 1991 bij het Hilton-hotel.

Coke

Voor het zover kwam was Hoogland die als tiener nog bij de Amsterdamse politie begon, langzamerhand afgegleden. Olling, ook mede-auteur van de bestseller De kouwe ouwe, beschrijft gedetailleerd hoe Hoogland langzaamaan ontspoort. Het begint eigenlijk met collega’s op bureau Warmoesstraat die het niet zo nauw nemen en het verkeerde voorbeeld geven. Geld aanpakken van criminelen, uitbaters van illegale casino’s die cash toestoppen. Hoogland doet er al gauw aan mee. En dan gaat het van kwaad tot erger. Hij gaat een beetje in drugs handelen en gebruikt zijn dienstwapen tijdens zijn vrije tijd in het uitgaansleven. Hoogland wordt ook steeds meer een groot verbruiker van coke, de drugs die in de jaren tachtig de heroïne van de straten van Amsterdam heeft verdrongen. (tekst loopt door onder de reclame.)

Duja

Uiteindelijk verlaat hij het politiekorps en sluit zich op een gegeven moment aan bij de Joegoslavische criminelen van ‘Duja’ Becirovic. De Joegoslaaf en de Amsterdammer worden bloedbroeders, totdat Duja wordt doodgeschoten. Sreten Jocic wordt daarop de nieuwe leider van de Joegoslavische Serviërs en Hoogland lijkt een steeds minder belangrijke rol te gaan spelen binnen het bastion van de Joego-criminelen.

Vrijgesproken

Aanvankelijk wordt Hoogland vrijgesproken voor de moord op Klaas Bruinsma, maar in juni 1993 wordt de voormalig agent veroordeeld tot totaal 20 jaar cel: 10 jaar voor doodslag op Klaas Bruinsma en 10 jaar voor de moord op Tonny Hijzelendoorn. Het hof hecht daarbij veel waarde aan de getuigenissen van Steve Brown, een bekende van Hoogland uit het criminele circuit.

Hieronder een passage uit het boek Martin H. Van politieman tot moordenaar van Klaas Bruinsma.  Aan het woord is Ferry, ooit collega van Hoogland.

Als hij [Ferry – red.] daar op een warme lentenacht in 1982 zijn dienst draait, komen twee toeristen helemaal over de rooie binnen: ‘Duitsers, een man en een vrouw. Ze vertelden dat ze een café waren binnengestapt en er niet weg mochten, en toen ze dat toch wilden, kregen ze ineens een vuurwapen tegen hun hoofd. Ze waren helemaal in shock. Dus de dienstdoende brigadier zegt: “Kom op mannen, we gaan ernaartoe.” Het was in een café net voorbij de Schreierstoren, naast de Sint-Nicolaaskerk, aan de Prins Hendrikkade. Wij gaan er dus op af met een man of vijf en stormen die tent binnen en wie zit er aan de bar? Martin. Hij herkent mij natuurlijk van Noord en begint meteen: “Hé, Ferry, hoe is het man?”’

Dirk de Goede zit naast Martin aan de bar. Martin heeft zijn agentenjasje aan. Ze hebben allebei een dikke sigaar in hun mond en zijn overduidelijk compleet de weg kwijt. In de kroeg staan verder nog een man of drie, vier. ‘Wij praten met al die gasten, niemand heeft iets gezien en er was natuurlijk niks aan de hand. Toen vroegen we of ze wilden gaan staan. En ja hoor: bingo. Martin zat op een vuurwapen. Moesten zowel Martin als Dirk de handjes op de rug doen, handboeien om en meekomen. In een rijtje van een paar man liepen we naar de Warmoesstraat. Martin begon toen nog van: “Hé, Ferry, je kent me toch…? Kom op nou man…” Hij probeerde wat te regelen.

Een van mijn collega’s zei de hele wandeling van die kroeg naar het bureau tegen Hoogland in zijn oor dat hij zich moest schamen. “Je bent een schande voor het korps!” Dat zei die gozer. Martin verblikte of verbloosde niet.’

Op het bureau wordt een rapport opgemaakt. Daarna is het bio, het Bureau Interne Onderzoeken, ermee aan de slag gegaan. ‘En dan zet je iets in gang. Dan kun je eigenlijk niet meer terug…’ zegt Ferry.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de Duitsers ruzie hadden gekregen met een paar mensen op straat. Die ruzie werd gesust. De Duitsers wilden doorlopen, maar iemand haalde ze over om nog wat te drinken. Als ze dan na één drankje weg willen gaan, moeten ze blijven zitten: ze krijgen weer wat te drinken. Nog meer jonge jenever, bier, whisky, alles door elkaar… De Duitse toeristen zijn er klaar mee en maken voorzichtig aanstalten om weg te gaan, tot een van hen vanuit het niets een pistool tegen het hoofd krijgt. ‘Sitzen bleiben, du!’ wordt geroepen. Ze mogen niet weg, moeten ‘gezellig’ zitten aan de bar en zullen drinken wat ze voorgeschoteld krijgen. Wie uiteindelijk het pistool trok is nooit bekend geworden, maar deze actie brengt Martin in grote problemen. Hij en Dirk de Goede worden aangehouden en als de politie de auto’s van de mannen die verderop geparkeerd staan onderzoeken, vinden ze lange lijsten met kentekens. Nader onderzoek wijst uit dat het de kentekens zijn van alle auto’s waarin het observatieteam rijdt.

De scène met de Duitsers heeft alles in zich: grootheidswaan, de wil om de omgeving iets op te leggen en onverschilligheid. Stel dat Martin bij zinnen was geweest en door zou hebben gekregen dat die Duitsers het café hadden verlaten, dan was hij er zeker vandoor gegaan. Hij weet immers als geen ander dat het politiebureau vlak bij de kroeg is. Nu blijft hij gewoon aan de bar zitten. Wachtend op wat komen gaat. Een totaal verkeerde inschatting.

(…)

De situatie rond Martin Hoogland is vanwege dit voorval eigenlijk niet meer te houden. ‘Ik denk dat die ene keer in die kroeg, met Dirk de Goede erbij, hem zijn kop heeft gekost. Toen was de korpsleiding klaar met hem.’ Aldus Ferry Mesman.