Emotie nadat hof besluit dat dodelijke messteek toch zelfverdediging was

Emotie nadat hof besluit dat dodelijke messteek toch zelfverdediging was

Het gerechtshof Den Bosch heeft verdachte Niels H. (36) in hoger beroep gevrijwaard van straf voor de steekpartij waarbij Joeri Veenstra (31) om het leven kwam. H. is wel schuldig aan de dood van Veenstra maar krijgt geen straf omdat er sprake was van zelfverdediging. Familieleden van Veenstra liepen uit frustratie over het arrest boos en schreeuwend weg. De rechtbank had in eerste aanleg H. wel bestraft en het beroep op noodweer juist verworpen.

Nieuwe partner

De worsteling vond op 4 april 2020 plaats op de galerij van de Eindhovense flatwoning van Veenstra. Niels H. (36) was de nieuwe partner van de ex van Veenstra en wilde met hem spreken omdat hij wantrouwend was, en dacht dat Veenstra en diens ex nog altijd contact hadden. H. zei dat hij naar de woning van Veenstra was gekomen voor een gesprek.

Boven kwam het slachtoffer de galerij oplopen terwijl H. bij de toegangsdeur van de galerij stond. Veenstra had een pepperspray en een sterk op een echt vuurwapen gelijkend balletjespistool in zijn hand en liep op H. af. Toen Veenstra vlakbij H. was trok die een vlindermes en haalde daarmee één keer uit in opwaartse richting waardoor Veenstra een dodelijke verwonding in de hartstreek opliep.

Tussen het moment dat de verdachte het flatgebouw binnenkwam en weer verliet zat slechts 3 minuten.

Schuldig aan doodslag

Het gerechtshof vindt dat H. schuldig is aan doodslag omdat hij de voorwaardelijke opzet had om Veenstra te doden. Hij kon weten dat zijn messteek dodelijk kon zijn en hij heeft dat risico aanvaard.

Vervolgens moest het hof de vraag beantwoorden of H. ook daarvoor strafbaar was. Advocaat Michel van Stratum had betoogd dat H. heeft gehandeld uit noodweer. De advocaat stelde dat H. zich zag geconfronteerd met een onmiddellijk dreigend gevaar om ernstig gewond te raken of te worden gedood.

H. heeft verklaard dat Veenstra hem direct pepperspray in de ogen spoot en hem begon te schoppen. Omdat hij in paniek raakte heeft hij in de worsteling zijn mes gepakt en gestoken. Vluchten was niet mogelijk, zei H., omdat hij bang was in de rug te worden geschoten met het pistool van Veenstra.

Eenmalig steken

Opmerkelijk is dat het hof zegt dat zowel de verdachte als twee getuigen niet naar waarheid hebben verklaard. Dat H. verblind was door pepperspray gelooft het hof bijvoorbeeld niet. Het hof maakt de beoordeling vooral op basis van een andere getuige, politieverbalisanten en camerabeelden.

Het hof stelt vast dat vluchten inderdaad geen optie was voor H. omdat hij mocht vrezen voor het vuurwapen als hij zich om zou draaien. Het hof volgt het oordeel van een getuige die in antwoord op de vraag of H. makkelijk weg kon komen heeft verklaard: ‘Als ik heel eerlijk ben, zeg ik nee. Hoe graag ik ook ja zeg, het is niet zo.’

Verder vindt het hof het eenmalig steken met een mes niet disproportioneel gelet op de omstandigheid dat H. werd aangevallen door Veenstra met een pistool dat net echt leek.

Geen provocatie

Het hof zegt verder dat niet is gebleken dat H. Veenstra heeft geprovoceerd en zou hebben uitgelokt. Als dat wel zo was geweest zou het feit dat H. een mes in zijn zak had gedaan (omdat hij een agressieve reactie van Veenstra verwachtte) in de weg hebben kunnen staan van een beroep op noodweer.

Belangrijk verschil met de beoordeling van de rechtbank is dat het hof nu – anders dan de rechtbank – concludeert dat juist Veenstra de agressor was, en niet andersom.

Al met al oordeelt het gerechtshof dat er sprake was van een noodweersituatie en dat H. binnen de grenzen van de noodzakelijke verdediging gehandeld heeft. Hij krijgt daarom geen straf.

Lees het arrest.