‘Geheimhoudersinformatie gebruikt om Encro-gebruiker te identificeren’

‘Geheimhoudersinformatie gebruikt om Encro-gebruiker te identificeren’

In een grote cocaïnezaak waarin straffen tot twaalf jaar cel zijn geëist is in het dossier als bewijs zeker één bericht van een advocaat gevoegd, zo blijkt uit een stuk dat Crimesite heeft ingezien. Indien politie geheimhoudersinformatie tegenkomt in een onderzoek, moet dat worden gemeld aan een officier van justitie en moet die informatie direct worden vernietigd. Dat is niet in dit geval niet gebeurd. Integendeel: de informatie is zelfs gebruikt om de naam van een verdachte te koppelen aan een alias die Encro-berichten verstuurde. Het bericht van de advocaat was dus cruciaal voor het bewijs.

Door @Wim van de Pol

Voor de rechtbank in Den Haag staan negen verdachten terecht op verdenking van het vormen van een criminele organisatie die jarenlang cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk zou hebben gesmokkeld. Het gaat vooral om verdachten uit Scheveningen en de Haagse wijk Duindorp. De cocaïne werd verstopt tussen printercartridges.

Regiezitting

Maandag toonde advocaat Cem Polat in zijn pleidooi een op Encro doorgestuurde foto van een bericht van (kennelijk) een advocaat aan deze Encro-gebruiker die volgens justitie de verdachte is, en de cliënt van Polat:

Vanmiddag ga ik naar de zitting in jouw zaak. Jij hoeft zelf niet te komen, is een regiezitting.

De Encro-gebruiker zegt verder in de chat op die dag ‘de rechtbank’ vergeten te zijn. De recherche schrijft in het dossier te hebben gecheckt of de verdachte inderdaad een zitting had op die dag. Inderdaad was er in een andere zaak een zitting bij het gerechtshof in Amsterdam met de verdachte op de rol.

Dus gaat achter de alias van de Encro-gebruiker de verdachte schuil, concludeerde de recherche. Tegen de man werd vorige week tien jaar cel geëist.

Live

De tekst in het bericht kan niet anders dan een bericht van een advocaat zijn, stelt advocaat Polat. En dat is in principe onmogelijk omdat geheimoudersinformatie vernietigd moet worden en in ieder geval nooit mag worden gebruikt om een verdachte te identificeren. Ook doorgestuurde foto’s van berichten van geheimhouders, zoals advocaten, vallen onder dat soort informatie.

De Encro-berichten en de foto zijn van juni 2020, uit de fase tussen april en juni 2020, toen de politie in staat was live mee te lezen met berichten die Encro-gebruikers verstuurden. Justitie heeft steeds gezegd dat er moeite is gedaan om alle informatie van geheimhouders die in die onderschepte berichten aanwezig was te onderkennen en te vernietigen. Daarvoor zouden zelfs zoektermen als “zitting” en “rechtbank” zijn ingevoerd.

‘Vormverzuim’

Omdat dit kennelijk niet is gebeurd is dit een zeer ernstig vormverzuim door het Openbaar Ministerie, zo stelde advocaat Polat maandag voor de rechtbank. Het is volgens hem aannemelijk dat het geheimhoudersbericht voor de politie het middel voor de identificatie van de verdachte is geweest.

De sanctie daarop moet volgens hem zijn dat het Openbaar Ministerie in de zaak niet ontvankelijk wordt verklaard, of dat de EncroChat-chats worden uitgesloten van het bewijs.

Over twee weken doet de rechtbank uitspraak.