Justitie eist lange celstraffen tegen verdachten in moordzaak Ida Kleinstra

Justitie eist lange celstraffen tegen verdachten in moordzaak Ida Kleinstra

Justitie heeft tien en zes jaar gevangenisstraf geëist tegen twee mannen die worden verdacht van de moord op Ida Kleinstra, in 2008. De zaak kwam naar aanleiding van een verklaring van een van de verdachten tot een proces.

Ida Kleinstra werd in 2008 om het leven gebracht in haar huis in het Friese De Blesse.

door Joost van der Wegen

Verhaal

Een van de twee verdachten meldde zich in oktober 2021 met een verhaal dat meer duidelijk gaf over de moord op Ida Kleinstra.

Zij werd op 23 juni 2008, rond 17.30, dood aangetroffen op de keukenvloer van haar woning in het Friese dorp De Blesse, in een plas bloed. Sporen wezen uit dat ze door een vuurwapen om het leven was gebracht. Kleinstra paste op dat moment op haar zes maanden oude kleinkind.

Zij werd gevonden door haar man en haar dochter.

Verdachte

Vier dagen na de moord had de politie een verdachte op het oog, een 50-jarige man uit Franeker. Maar vlak voor een inval door het arrestatieteam, maakte de man een einde aan zijn leven door zich door het hoofd te schieten.

Dna

In 2013 besloot het Openbaar Ministerie de zaak al eens te heropenen, omdat er dna-materiaal was aangetroffen. Op de veter van de man uit Franeker zaten bloedsporen van het slachtoffer. Ook werden nieuwe getuigen gehoord.

Er werd een verdachte aangehouden, maar deze werd weer vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs.

Verklaring

Meer dan 13 jaar na het misdrijf meldde de inmiddels 40-jarige zoon van de hoofdverdachte die zichzelf ombracht, zich bij de politie.

De officier hierover voor de rechtbank donderdag: ‘Hij verklaarde dat zijn vader hem en zijn broertje die dag had opgepikt, dat hij voor zijn vader had getankt en dat hij vervolgens zijn vader en broertje naar de Blesse had gereden en dat hij hen daarna weer had opgepikt. Dat zijn broertje toen in paniek was. Dat hij wel begreep dat er iets ergs was gebeurd. Dat beiden naar binnen zijn geweest. Dat hij van zijn broertje hoorde “dat hij een schot had gehoord en dat er iemand op de grond had gelegen”.’

Conclusie

De conclusie van de officier is dat het niet anders kan dat de vader de schutter was. De 40-jarige verdachte heeft zijn vader en broer, de 35-jarige tweede verdachte, naar de Blesse gereden. Daar zijn de vader en hij in de woning geweest, waar een dodelijke schietpartij plaatsvond. De andere zoon heeft de twee later opgehaald.

Hoewel de vader zich niet kan verdedigen, vond de officier het belangrijk om te concluderen dat de vader zich volgens justitie schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde doodslag: namelijk doodslag met de bedoeling om een poging tot diefstal (met geweld) te verhullen.

Hij kan alleen niet meer worden vervolgd, in verband met zijn zelfdoding op 27 juni 2008.

Justitie vond niet genoeg bewijs voor medeplegen van de moord voor de chauffeurende zoon. Dat was er wel voor diefstal met geweld, de dood tot gevolg hebbende.

De 35-jarige verdachte was daaraan wel medeschuldig. De officier donderdag: ‘Gelet op het sporenbeeld en de verklaring van zijn broer kan er in het geval van 35-jarige verdachte naar mijn mening geconcludeerd worden van een gezamenlijke uitvoering. Hij was bij het schietincident aanwezig en volgens zijn achtergebleven schoensporen vlak bij het slachtoffer na het schietincident. Zijn rol kan worden gekwalificeerd als medepleger van de poging diefstal met geweld, er was sprake van bewuste en nauwe samenwerking.’

Bij de 40-jarige verdachte wordt wel rekening gehouden met zijn ‘proceshouding’. Zonder zijn verklaring in 2021 zou er geen proces zijn geweest.

Straf

De officier wil voor de 40-jarige verdachte een gevangenisstraf van zes jaar. De 35-jarige verdachte hoorde tien jaar tegen zich eisen.