Maximale celstraf voor doodslag van 15 naar 25 jaar

Maximale celstraf voor doodslag van 15 naar 25 jaar

De maximale gevangenisstraf voor doodslag gaat omhoog van 15 jaar, naar 25 jaar. Dat heeft het kabinet vrijdagmiddag bekendgemaakt. Een van de aanleidingen voor de verhoging was de bekritiseerde veroordeling voor doodslag, voor de moordenaar van de 16-jarige Hümeyra.

door Joost van der Wegen

Meer recht

Reden voor de wetswijziging is om de straf meer in de buurt te laten komen van de maximale straf voor moord. Volgens de regering doet dat ‘meer recht aan de ernst van het misdrijf.’

In 2006 is de maximumduur van de gevangenisstraf voor moord al verhoogd van 20 naar 30 jaar, als alternatief voor de levenslange gevangenisstraf. Door nu het maximum voor doodslag te verhogen naar 25 jaar, wordt het gat tussen doodslag en moord verkleind, stelt het kabinet.

Doodslag ligt soms heel dicht aan tegen moord. Doodslag is het opzettelijk doden van een ander mens. Doodslag met voorbedachte raad is moord.

Onherstelbaar leed

Het voorstel hiervoor kwam van minister Grapperhaus (CDA) van Justitie en Veiligheid en minister Dekker voor Rechtsbescherming, op aangeven van de Tweede Kamer.

‘Verhoging van het strafmaximum geeft de rechter de armslag die nodig is om in alle gevallen van doodslag een passende straf op te leggen’, aldus Grapperhaus.

Minister Dekker (VVD) over de invoering van de wet: ‘Doodslag veroorzaakt onherstelbaar leed bij nabestaanden van slachtoffers, daar hoort een straf bij die daar recht aan doet.’

Aanleiding

De belangrijkste aanleiding voor de aanpassing van de straf is de moord op het 16-jarige meisje Hümeyra (zie foto), in 2018. Zij werd bedreigd en gestalkt door de moordenaar (zie foto), haar ex-vriend Bekir E. (32). De Inspectie Justitie en Veiligheid publiceerde hierover een rapport.

De rechter pleitte bij hoge uitzondering in het vonnis van het hoger beroep voor een verhoging van de maximumstraf voor doodslag, omdat er volgens hem te hoge eisen worden gesteld aan de ‘voorbedachten rade’ die bij de aanklacht van moord aanwezig moet zijn.

Onvoldoende bewijs

Het OM had voor de rechtbank in eerste instantie twintig jaar celstraf en tbs met dwangverpleging geëist, wegens moord. De rechtbank vond echter dat er onvoldoende bewijs was voor een ‘vooropgezet en doordacht plan’. Bekir E. werd veroordeeld voor doodslag en kreeg de maximumstraf van 15 jaar. Het leidde tot woedende taferelen in de rechtszaal.

Ook de Tweede Kamerleden Kuiken (PvdA) en Van Wijngaarden (VVD) vonden de straf te laag en waren gevoelig voor het geluid van de rechters. Zij pleitten voor een verhoging van de maximumstraf naar 25 jaar bij het kabinet.