NFI maakt forensisch onderzoek in cryptofoons makkelijker

NFI maakt forensisch onderzoek in cryptofoons makkelijker

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) werkt aan een methode die het makkelijker maakt om cryptofoons uit te lezen. Via een nieuwe cybertaal kan alle informatie uit verschillende communicatieprogramma’s bij elkaar worden gebracht, en doorzocht. Advocaten hebben kritiek op het gebrek aan inzicht in dit soort forensisch cyber-onderzoek.

door Joost van der Wegen

Speuren

Gmail, Outlook, of Apple Mail. Tot nu was het voor digitale opsporingsdiensten moeilijk om informatie uit deze programma’s samengevoegd te onderzoeken, omdat ze allemaal andere termen gebruiken.

In verschillende apps worden verschillende woorden gebruikt, zoals ‘mail’, ‘email’, of ‘mailbericht’. Hierdoor was het lastig om te speuren naar belastend bewijs, in in beslag genomen telefoons.

Cyber-taal

Het NFI komt daarom nu met een door haarzelf ontwikkelde cybertaal: CASE. Het is een taal waarin is vastgelegd hoe digitale sporen moeten worden genoemd, legt het NFI uit: ‘De universele taal voor forensische tools vergemakkelijkt internationale samenwerking op het vlak van onder andere cybercrime, online fraude, seksuele uitbuiting en terrorisme.’

Effectiever

Forensische instituten en opsporingsdiensten kunnen de digitale sporen straks beter met elkaar uitwisselen, omdat er een standaardcode voor is ontwikkeld.

Dit maakt ook de digitale zoekmachine waar de politie gebruik van maakt, met de naam Hansken, effectiever.

Het NFI werkt voor het project onder meer samen met TNO, het Amerikaanse instituut dat cybercrime aanpakt, en de Universiteit van Lausanne in Zwitserland.

Noffel

Zoekmachines voor het uitlezen van in beslag genomen telefoons spelen de laatste jaren een belangrijke rol in de opsporing, in grote zaken, bijvoorbeeld die van Noffel F. Advocaten maken daarin regelmatig bezwaar tegen het feit dat zij geen inzicht hebben in hoe de zoekslagen in informatiedragers worden gemaakt, of welke informatie hen wordt onthouden.