Officier van justitie: filmpje Martin Kok pas vorig jaar gevonden (UPDATE3)

Officier van justitie: filmpje Martin Kok pas vorig jaar gevonden (UPDATE3)

Een officier van justitie heeft donderdagmorgen tijdens het Marengoproces tegen Ridouan Taghi en medeverdachten gezegd dat de video met daarop Martin Kok die stond op de iPhone van kroongetuige Nabil B. pas is gevonden in oktober 2020, na een ‘tweede zoekslag’. Die stelling is in tegenspraak met het dossier. Maar uit informatie die de recherche zelf aanleverde in een proces-verbaal over de zaak valt te concluderen dat de video wel degelijk moet zijn gezien door de politie in januari 2017, en dat Martin Kok ‘ambtshalve’ werd herkend.

Door @Wim van de Pol

De officier van justitie zei dat het filmpje niet werd aangetroffen tijdens een eerste onderzoek van de telefoon, die bij zijn aanhouding in januari 2017 in beslag werd genomen. Volgens de officier van justitie is dat filmpje ‘door voortschrijdende techniek’ pas veel later gevonden. Maar oktober 2020 is onmogelijk. De recherche zelf schrijft dat op 28 februari 2020 onderzoek is gedaan naar de video.

Advocaat Guy Weski spreekt van een dik rookgordijn dat de officieren van justitie aanleggen over het filmpje:

Uit het proces-verbaal blijkt dat dat filmpje al na ontvangst van zijn telefoon moet zijn aangetroffen. Op zitting stelt het OM dat pas in oktober 2020 opnieuw zou zijn uitgelezen, de reden waarom is niet duidelijk, maar die tweede zoekslag lijkt slechts te duiden op het achterhalen van achterliggende data van onder meer dat filmpje.

Wat is er aan de hand?

Vorige week maakte de recherche een proces-verbaal op over de kwestie, waarover de rechtbank sinds dinsdag beschikt. De politie schrijft:

Toen Nabil Bakkali op 14 januari 2017 werd aangehouden had hij onder meer een Apple iPhone 6 op zak, die in beslag genomen werd. Deze telefoon werd door onderzoek 26Marengo overgenomen (…) Tijdens het onderzoeken van de data van deze iPhone werd een kort filmpje aangetroffen, waar een manspersoon op was te zien die ambtshalve werd herkend als zijnde Martin Kok.

Wanneer nu precies een agent het filmpje bekeek, en ‘ambtshalve’ Martin Kok herkende, staat er niet. Er staat (in de volgende zin) wel dat is onderzocht:

… of dit filmpje was gemaakt met deze iPhone en anders hoe dit filmpje op deze iPhone terecht was gekomen.

Dit onderzoek is pas gebeurd vanaf 28 februari 2020, zo valt te lezen in twee bijlages waarnaar de recherche verwijst (en al veel eerder dus dan ‘oktober 2020’ waarover de officier van justitie donderdag op de zitting sprak).

Het is heel moeilijk aan de indruk te ontkomen dat tussen de periode direct na de aanhouding van B. (die was op op 14 januari 2017) en 28 februari 2020 de recherche heus wel wist dat er een filmpje van Martin Kok op de iPhone van (eerst nog alleen) moordverdachte en kroongetuige Nabil B. stond.

Het proces-verbaal van een technisch specialist draagt bij aan die indruk.

Materiaal aanwezig

Die technisch onderzoeker van de politie kreeg de iPhone op 28 februari 2020 ter beschikking van de leiding van het 26Marengo-onderzoek.

De onderzoeksvraag voor de specialist was niet om te onderzoeken wat er op de telefoon stond. Kennelijk was al wel duidelijk wat er op de telefoon stond. De verbalisant moest iets anders onderzoeken. Hij schrijft over bepaald videomateriaal dat op de iPhone kennelijk aanwezig is:

Ik kreeg daarover de volgende onderzoeksvraag: hoe zijn de onderstaande bestanden op de telefoon terecht gekomen.

De verbalisant doelt op een jpg-bestand van een still van de bewuste video met Kok en een mp4-bestand van de video. Wanneer precies weten we niet, maar de recherche wist dus in ieder geval al voor 28 februari 2020 dat de Kok-video aanwezig was op de mobiele telefoon van de kroongetuige.

Uit WhatsApp

Wat kwam er verder naar voren uit het onderzoek van de technisch specialist?

De video is in ieder geval niet met de iPhone van Nabil B. gemaakt. De conclusie van de technisch onderzoeker is dat de video door de iPhone in WhatsApp is ontvangen vanaf een bepaald mobiel nummer. De telefoon van de verzender heeft naar alle waarschijnlijkheid de video direct vanuit WhatsApp opgestuurd. De verzender kan dus de video hebben doorgestuurd, of zelf hebben gemaakt. Omdat de telefoon van de verzender onbekend is en niet kan worden onderzocht is dat niet duidelijk. Overigens schrijft de recherche te vermoeden dat de sim-kaart die de video verzond in gebruik is geweest bij Mohamed Razzouki. (tekst gaat verder onder reclame)

Wanneer ontvangen?

Advocaat Jan-Hein Kuijpers merkte donderdagmorgen ter zitting terecht op dat het heel relevant is om te weten wanneer kroongetuige Nabil B. de video kreeg doorgestuurd, vóór of ná de moord op Martin Kok. Dat geeft namelijk meer zicht op de mate waarop er een verdenking van zijn betrokkenheid bij de moord kan bestaan. De officier van justitie liet daarop niet blijken of zij wist wanneer dat is geweest. Advocaat Guy Weski:

Het optreden van het OM ter zitting maakt de feiten nog mistiger dan dat ze al waren. Uit het proces-verbaal, wat wij pas op 1 juni hebben gekregen, blijkt dat Nabil B. het filmpje al op 26 november december heeft geopend en dus moet hebben gezien, terwijl het OM over dat exacte tijdstip niets wil bevestigen.

De officier van justitie zegt dus niets terwijl de technisch rechercheur van de politie daarover geen twijfel had.

Het videobestand is op 26 november 2016 vanaf 11.49.35 binnengekomen op de iPhone van Nabil B.. Een paar minuten later, om 11.58 is de video afgespeeld. Het feest in Rotterdam waar de video is gemaakt was op 25 november van 22.00 tot 05.00. De video is verzonden en binnengekomen op B.’s telefoon op de ochtend na het feest.

Het oorspronkelijke chat-gesprek waarin de video is binnengekomen is hoogstwaarschijnlijk gewist, concludeert de technisch rechercheur, op een niet meer vast te stellen moment.

De rechtbank behandelt donderdag de feiten over de moord op Martin Kok, op 8 december 2016. Kroongetuige Nabil B. is wel verdachte van medeplegen van moorden, maar niet van die op Martin Kok.

Advocaat Guy Weski:

Het heeft er alle schijn van dat het OM tracht te doen voorstellen dat pas na het aangaan van de deal met Nabil B. dit filmpje pas bekend zou zijn bij het onderzoeksteam en hij hier ook niet over kon worden bevraagd en dit feit niet hoefde te worden meegenomen in zijn deal.