OM: veroordeelde drugshandelaar moet nog 50 miljoen ophoesten

OM: veroordeelde drugshandelaar moet nog 50 miljoen ophoesten

Een 50-jarige man die in 2013 is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor handel in verschillende soorten (hard)drugs moet van het Openbaar Ministerie nu nog ruim 50 miljoen euro aan crimineel verdiend vermogen aan de Staat betalen. Voor de rechtbank in Rotterdam eiste het OM van hem 50.811.156 euro.

Australië

De man handelde in crystal meth naar Australië en bracht ook 135 kilo cocaïne uit Peru naar Europa. Het OM had voor de rechtbank tien jaar geëist.

Nu heeft justitie voor de berekening van het crimineel vermogen de uitgaven van de man in beeld gebracht. Er waren in 2013 doorzoekingen op meerdere locaties in Nederland en in Spanje in woningen van de veroordeelde en in woningen in de Verenigde Arabische Emiraten, waar informatie is verkregen. In Dubai werd administratie gevonden van inkomsten en uitgaven, die werden bijgehouden door de zus van de veroordeelde. De veroordeelde had een bedrijf in de Verenigde Arabische Emiraten, dat zich richtte op export van auto’s naar Nederland.

Uit onderzoek blijkt dat het bedrijf nauwelijks auto’s uitvoerde en er werd ook amper administratie gevoerd. Dat terwijl hij en familieleden een salaris ontvingen uit het bedrijf. ‘Het bedrijf lijkt een vehicel van betrokkene om niet legaal verkregen gelden wit te wassen, al dan niet via auto’s,’ zei de officier op zitting.

Daarnaast zijn zeker 50 bankrekeningen en 14 creditcards gerelateerd aan betrokkene. Uit onderzoek is gebleken dat de veroordeelde miljoenen betaalde aan andere criminelen. Hij investeerde ook miljoenen in vastgoedprojecten in Nederland, Spanje en Nicaragua. Van betrokkene is over de periode 2000 tot 2011 geen legaal inkomen of vermogen bekend. Alle geldstromen van of  in de invloedssfeer van veroordeelde worden daarom uit vermogen met onbekende herkomst gedaan.

Eindvermogen

Het OM komt alle informatie overziend op een eindvermogen van ruim 34 miljoen Euro. Hieronder is dus geld op bankrekeningen in Dubai en Zwitserland, investeringen in vastgoed, de investering in het autobedrijf in de VAE en wat investeringen in horeca in Nederland. Daar bovenop komen dan nog uitgaven uit het vermogen in die periode van ruim 16 miljoen. ‘Alles bij elkaar opgeteld is er is dus een vermogen aanwezig geweest van (minimaal) ruim 50 miljoen, waarvan geen legale herkomst is gevonden,’ zei de officier op zitting. Het OM verzoekt de rechtbank om het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op 50.831.156,00 met een betalingsverplichting van 50.811.156 euro.

De rechtbank doet 3 september 2020 uitspraak.