Strafvervolging tegen oud-hoofdofficier toch voortgezet

Strafvervolging tegen oud-hoofdofficier toch voortgezet

De vervolging wegens seks met een minderjarige tegen de voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van het functioneel parket Vincent L. kan toch worden voortgezet. Dat adviseert de procureur-generaal bij de Hoge Raad in zijn conclusie dinsdag.

Fouten

Eerder oordeelde het gerechtshof Den Haag dat het bezwaarschift van de verdachte tegen de dagvaarding ongegrond was. Dat oordeel van het hof kan nu volgens de procureur-generaal in stand blijven. Doorgaans volgt de Hoge Raad conclusies van de procureur-generaal.

Vincent L. ging aanvankelijk van de haak door fouten van het Openbaar Ministerie bij de vervolging.

13Oscoda

Op 19 april 2017 werd L. door de Rijksrecherche aangehouden als verdachte van het plegen van zedenmisdrijven. Bij het politieonderzoek 130scoda werden zijn nog tien andere verdachten aangehouden.

Het onderzoek werd vanuit het arrondissementsparket Amsterdam geleid door Amsterdamse zaaksofficieren. De Hoge Raad bepaalde eerder in een zogenoemde procedure ‘Aanwijzen ander gerecht’ dat de rechtbank Den Haag bevoegd is in de zaak tegen de verdachte, zodat het OM bij die rechtbank moest oordelen of vervolging en berechting zou plaatsvinden. Die procedure zorgt ervoor dat wordt voorkomen dat een rechterlijk ambtenaar die wordt verdacht van een strafbaar feit, door zijn eigen gerecht wordt berecht.

Amsterdamse officieren

Door de hoofdofficier van justitie van het OM Den Haag is op 28 januari 2019 besloten dat de strafvervolging tegen L. diende te worden voortgezet. Rond 30 januari 2019 besloot hij dat de zaaksofficieren uit het arrondissementsparket Amsterdam als zodanig konden blijven functioneren, maar nu als plaatsvervangend officieren onder zijn gezag.

Volgens de verdediging van de verdachte was die beslissing in strijd met de uitspraak van de Hoge Raad omdat daaruit volgens hen voortvloeide dat de vervolging niet door Amsterdamse officieren van justitie kon plaatsvinden.

De verdediging diende daarom een bezwaarschrift in tegen de dagvaarding. De rechtbank Den Haag achtte dat bezwaarschrift gegrond en stelde de verdachte buiten vervolging. Tegen deze beschikking stelde het OM hoger beroep in en het gerechtshof verklaarde vervolgens het bezwaarschrift tegen de dagvaarding juist ongegrond. De advocaat van de verdachte stelde tegen deze beslissing weer beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De PG concludeert nu dat het oordeel van het gerechtshof in stand kan blijven. Onder meer omdat de Amsterdamse officieren niet tot “zijn” parket hoeven te worden gerekend.