Tien jaar extra cel voor in brand steken garagehouder

Tien jaar extra cel voor in brand steken garagehouder

Het gerechtshof in Den Bosch heeft de 53-jarige Janie H. (foto) in hoger beroep veroordeeld tot 30 jaar cel omdat hij de garagehouder Ger van Zundert (49) uit Breda heeft vermoord door hem in brand te steken. De rechtbank in Breda legde hem eerder 20 jaar cel op, plus tbs met dwangverpleging, na een eis van 20 jaar. Het hof vindt dat H. volledig toerekeningsvatbaar was ten tijde van de moord en legt geen tbs op.

Wasbenzine

Op 8 april 2019 had Van Zundert een afspraak met twee mannen die auto-onderdelen kwamen ophalen. Deze mannen bonden het slachtoffer met tiewraps en ducttape vast op een stoel en plakten zijn ogen dicht. Na enige tijd werd de tape van zijn ogen gehaald en zag het slachtoffer Janie H.. De mannen die hem hadden vastgebonden waren inmiddels weg. H. vertelde dat hij het slachtoffer in brand zou gaan steken en goot steeds een beetje wasbenzine over hem heen.

Nadat H. op zijn gemak een biertje had gedronken en een sigaret had gerookt, goot hij ook wasbenzine in het kantoor van de garage. Hij stak een bundeltje lucifers aan en gooide dit naar het slachtoffer. De man stond toe te kijken hoe het slachtoffer in brand stond en zichzelf probeerde te blussen nadat de tiewraps door de hitte waren geknapt. De man is daarna weggereden met de auto van het slachtoffer.

Van Zundert overleed enkele uren nadat hij in brand was gestoken in het brandwondencentrum, in het bijzijn van zijn vrouw en zoon. Hij heeft voordat hij overleed tegen de politie nog een verklaring kunnen afleggen over wat er was gebeurd en wie hem in brand had gestoken. In die verklaring wees hij Janie H. aan als de dader. Die verklaring is een belangrijk deel van het bewijs.

Moord

De verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door onderzoek van de technische recherche, dna-materiaal dat is aangetroffen op de sigarettenpeuk en het blikje bier en camerabeelden afkomstig van het pand tegenover dat van de garagehouder. Uit het bewijs komt volgens het gerechtshof naar voren dat H. ruim de tijd had om na te denken over de gevolgen die zijn daad zou kunnen hebben en zich te beraden. Het hof spreekt daarom van voorbedachte raad en dus moord.

Wel toerekeningsvatbaar

De rechtbank legde hem eerder tbs met dwangverpleging op omdat hij verminderd toerekeningsvatbaar zou zijn. Het hof gaat daar niet in mee. In deze zaak heeft H. geweigerd om mee te werken aan een onderzoek naar een psychische stoornis. Er zijn, onder meer uit een eerdere strafzaak, wel een aantal rapporten over de verdachte bekend. In de rapporten komen de deskundigen echter niet tot een eenduidige diagnose.

Dat leidt ertoe dat het hof niet voldoende aanknopingspunten heeft om vast te stellen dat er bij H. sprake is van een psychische stoornis die op de een of andere manier heeft doorgewerkt bij het plegen van de moord. Daarom is hij volgens het hof volledig toerekeningsvatbaar. Omdat er ook onvoldoende aanknopingspunten zijn om vast te stellen dat er sprake is van een zodanige stoornis dat sprake is van gevaar voor personen, wordt hem geen tbs opgelegd.

Omdat er geen tbs wordt opgelegd, ziet het hof voldoende aanleiding om de maximale tijdelijke gevangenisstraf op te leggen. Het hof vindt dat H. ‘een weerzinwekkende daad’ heeft gepleegd door het slachtoffer uit wraak levend in brand te steken. Het hof is van oordeel dat de maatschappij zeer lang moet worden beschermd tegen Janie H., die in staat is zeer weloverwogen een levensdelict te begaan.