Voor de vierde keer: foto’s van kroongetuige in dossier

Voor de vierde keer: foto’s van kroongetuige in dossier

Er zijn opnieuw foto’s van kroongetuige Nabil B. meegezonden met processtukken van een strafdossier, dat meldt Peter R. de Vries, die de kroongetuige bijstaat als adviseur. Het is de vierde keer dat foto’s van B. zijn verspreid, ondanks herhaaldelijke beloften van het Openbaar Ministerie dat deze fout niet meer voor zal komen.

Beterschap

In het liquidatieproces Marengo is Nabil B. verdacht van medeplegen van enige moorden maar hij is ook kroongetuige tegen onder meer hoofdverdachten Ridouan Taghi en de broers Razzouki. Nabil B. en zijn familie zijn omringd door veiligheidsmaatregelen. B. is gedetineerd op een afgezonderde geheime lokatie. Broer Reduan B. is vermoord, net als een advocaat die B. bijstond.

Uit veiligheidsbelang is afgesproken dat het beeld van de kroongetuige, en bijvoorbeeld namen van familieleden of relaties, niet publiek worden gemaakt.

Toch gebeurde dat verschillende keren. Het Openbaar Ministerie beloofde beterschap. De laatste keer liet het landelijk parket weten dat de werkwijze rond het samenstellen van de (digitale) strafdossiers opnieuw tegen het licht zou worden gehouden en aangepast.

Roos en Doorn

De advocaten van B. hebben woensdag een bericht van het Openbaar Ministerie ontvangen dat toch weer foto’s van B. blijken te zijn verspreid.

Dat is gebeurd in juni van dit jaar in een ander proces, het Eris-proces, tegen een groep moordverdachten die lid zijn van Caloh Wagoh MC. De foto’s zijn rondgezonden aan advocaten van verdachten in dat proces.

Ze zaten in de stukken over de zaken “Doorn” en “Roos”, respectievelijk over de liquidatie van Hakim Changachi en de voorbereiding van de (niet uitgevoerde) liquidatie van Khalid H.. Die zaken maken deel uit van Marengo.

De zaken Marengo en Eris overlappen soms, bepaalde namen figureren in beide dossiers. Het Openbaar Ministerie ziet bijvoorbeeld Ridouan Taghi als de man die opdracht gaf voor sommige moorden in de Eris-zaak, maar Taghi staat alleen terecht in het Marengo-proces.