Wie besluit over levenslang: de minister of de rechter?

Wie besluit over levenslang: de minister of de rechter?

Als een levenslang gestrafte op termijn in aanmerking komt voor vrijlating onder (strenge) voorwaarden, moet de minister van Rechtsbescherming of een rechter daarover de knoop doorhakken? Die vraag komt woensdag aan de orde als de Tweede Kamer debatteert over (onder meer) de manier waarop moet worden omgegaan met de praktijk van levenslang straffen.

Appie A.

In veel andere Europese landen bestaat geen letterlijk levenslange straf, maar in Nederland tot 2016 nog wel. In 2016 nam de Hoge Raad kritiek daarover van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ter harte. Levenslang is ‘onmenselijk’ als er geen enkel zicht is op vrijlating. Sindsdien is er het Adviescollege Levenslanggestraften die na 25 jaar cel onderzoekt of een levenslang gestrafte in aanmerking zou kunnen komen voor re-integratie en uiteindelijk zelfs voor vrijlating. Minister van Rechtsbescherming Franc Weerwind liet na een positief advies van het Adviescollege Appie A., de dader van de supermarktmoorden in Oosterbeek in 1990, in een kliniek plaatsen waar die kan werken aan re-integratie. Van daaruit kan hij werken aan zijn terugkeer.

Weer bij de rechter

Weerwind zegt woensdag in een interview met het Algemeen Dagblad dat hij er voor is om het besluit over een oordeel van het Adviescollege door een rechter te laten nemen en niet, zoals nu nog, door de minister. Weerwind is bang dat als een minister een positief advies niet overneemt, bijvoorbeeld uit politieke overweging, de zaak onnodig vertraagd wordt: ‘Een minister kan dan wel afwijken van dat advies en vrijlating weigeren, maar dan pakt die gedetineerde een advocaat en zitten we weer bij de rechter. En dan haal ik keer op keer bakzeil. Want die wijst er op: de spelregels zijn zo dat er perspectief moet kunnen zijn voor de levenslang gestraften.’

Weerwind wil wel de voorwaarden ‘haarscherp’ hebben omdat de levenslang gestraft nu een eenmaal ‘onpeilbaar leed’ hebben toegebracht aan nabestaanden en de samenleving. Recidive bij levenslang gestraften die tot nu toe zijn vrijgekomen is er vrijwel niet. Er zijn in Nederland nu 62 mensen die levenslang hebben. Dat zijn bijvoorbeeld Willem Holleeder, Gökmen T., Mohammed B., Omar L., Naoufal F. en mogelijk binnenkort Ridouan Taghi.

Weerwind: ‘Als ze toch vrijkomen, zullen we het moeten uitleggen. Maar dat er vaker vrijlating gaat komen voor levenslanggestraften is nu onderdeel van de spelregels, waaraan de bevolking zal moeten wennen. En we zullen helder moeten maken dat heel scherp is gekeken of het verantwoord is, ook met het oog op het beschermen van de samenleving.’

‘Eerlijke boodschap’

Verschillende Nederlandse rechters, onder wie de Rotterdamse rechter Jacco Jansen, hebben in het verleden de aanbeveling gedaan dat strafrechters het beste de finale herbeoordeling over een opgelegde levenslange straf zouden kunnen geven, en dus niet een minister.

Over het verwijt dat in de samenleving soms klinkt over “softe D66-rechters” zegt minister Weerwind (D66): ‘Zijn alle rechters D66? Kom nou zeg. Ik dacht het niet. Niet de rechters die ik spreek.’ Weerwind spreekt van een ‘harde maar eerlijke boodschap’ aan nabestaanden: ‘Ik vertegenwoordig de samenleving, maar in de breedste zin des woords, dus ik kijk ook naar het belang van de levenslanggestraften. Maar ik heb er geen principieel bezwaar tegen als iemand de rest van zijn leven vastzit, als hij een gevaar blijft voor de samenleving.’

Re-integratiefase verruimen

Rieke Samson, voorzitter van het Adviescollege Levenslanggestraften, pleit er bij de minister voor om de re-integratiefase van levenslang gestraften te verlengen. In die fase leren gedetineerden stap voor stap te werken aan een terugkeer. Ze krijgen bijvoorbeeld les over internet en hoe je daarmee toegang krijgt tot allerlei overheidsdiensten, bijvoorbeeld met Digid. De re-integratiefase duurt nu 1,5 jaar. Samson vindt die tijd te kort en wil dat verruimen naar drie jaar.

Ze wil ook dat er meer mogelijkheden voor langer verlof komen. Tijdens de re-integratiefase mag een levenslanggestrafte één dag naar buiten, van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds.

Overigens stijgt het aantal levenslang gestraften de laatste jaren flink. Uit onderzoek, ook onder personeel van penitentiaire inrichtingen, blijkt dat het systeem op dit moment nauwelijks realistische mogelijkheden biedt voor levenslang gestraften om op termijn buiten te komen.

Zie:

‘Levenslang is in Nederland in de praktijk nog altijd gewoon levenslang’ (UPDATE)