‘Brabander komt voor de rechter om verdwijning Jelle Leemans’

‘Brabander komt voor de rechter om verdwijning Jelle Leemans’

Roosendaler Eduard “Brutus” F. (50) moet zich voor de rechtbank in Breda verantwoorden voor de moord op de in 2013 verdwenen Belg Jelle Leemans. Het lichaam van het slachtoffer is nooit gevonden. Hij is verdwenen nadat hij drugs kwam kopen in Nederland, van onder meer Brutus F. Een jaar na de verdwijning werd F. gearresteerd en ondervraagd over de zaak. Volgens BN/De Stem liggen er nu nieuwe onderzoeksresultaten op tafel en zijn nieuwe getuigen gehoord. In de affaire speelde de in 2019 overleden Nederlandse drugsbaron Kobus Lorsé een bijrol.

Wiet

Leemans verdween op 23 november 2013. Hij zou een afspraak hebben gehad om wiet te kopen bij autohandelaar John Wassink en diens compagnon Brutus F.. De politie denkt dat Leemans is vermoord en beroofd van tienduizenden euro’s die hij bij zich had voor de deal. Mogelijk is zijn lichaam begraven in het bosrijke grensgebied.

In de auto van Leemans was dna aanwezig van F.. De telefoons van F. en van medeverdachte François van V. legden op de dag van de verdwijning deels dezelfde route af als die van het slachtoffer. Dat alleen vormde echter onvoldoende bewijs voor moord, ook al omdat er waarschijnlijk een drugsdeal was geweest, en dus een ontmoeting die de sporen zouden verklaren.

Opvallend is dat François van V. nu geen verdachte meer is.

De politie zocht in de grensstreek uitvoerig naar resten van Leemans en andere sporen. In 2017 was er voor het laatst aandacht in Opsporing Verzocht.

Kobus Lorsé

Wassink

Brutus’ compagnon John Wassink werd in 2014 vermoord op het terrein zijn auto(sloop)bedrijfje in Roosendaal waar hij ook woonde. Zijn schoonvader Kobus Lorsé werd voor deze moord veroordeeld tot 12 jaar cel. Wassink’s familie beschuldigde Lorsé en Wassink’s vrouw van de moord.

Maar Lorsé en zijn dochter verklaarden dat juist F. erachter had gezeten. Lorsé verklaarde dat Wassink mogelijk aanwezig was geweest toen F. Jelle Leemans doodschoot en dat Wassink niet met die liquidatie kon leven. Wassink was zwaar verslaafd aan cocaïne. F. zou Wassink hebben doodgeschoten om te voorkomen dat die naar de politie zou stappen. Dat geloofde de rechtbank in Breda uiteindelijk niet en Lorsé werd in 2016 veroordeeld.

Voordat Lorsé in 2014 met zijn verklaring kwam had Eduard F. juist Kobus Lorsé van de moord op Wassink beschuldigd.

‘Wespennest’

Henk van Asselt, de advocaat van F., verwijst in De Stem naar een ‘wespennest’ waaruit nu mogelijk nieuwe getuigenverklaringen zijn voortgekomen. Mogelijk is de dochter van Lorsé (en weduwe van Wassink) een van de getuigen die nieuwe verklaringen heeft afgelegd. Maar wat het nieuwe bewijs inhoudt is nog volledig duister.

Ook over wat de doorslag heeft gegeven om wel F. en niet zijn kompaan Van V. te vervolgen blijft het voorlopig gissen.

Lorsé verbleef zeven jaar in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught en gold lange tijd als een soort staatsvijand omdat hij zaken zou hebben gedaan met de toenmalige Surinaamse legerleider Desi Bouterse.

Zie ook:

‘Ik heb mijn schoonzoon niet vermoord’