Een woedende en ontlastende getuige (UPDATE)

Een woedende en ontlastende getuige (UPDATE)

Van de drie getuigen tegen de hoofdverdachten in de zaak van de 4.050 kilo cocaïne op de Otton is Hensley J. het meest belastend. Op deze wat hij noemt ‘rancuneuze getuige’ is volgens advocaat van Thom B.’s advocaat nogal wat af te dingen.

Door @Wim van de Pol

Hensley J. is anders dan de andere twee getuigen (Harry W. en Wout van K.) zelf een prominent acteur in het Otton-transport geweest en heeft dus kennis uit eerste hand. Hij is er zelf ook voor veroordeeld. Een aantal getuigen hebben zijn sleutelrol beschreven.

Dat Hensley J. met name Thom B. (en ook M. P.) ervan beschuldigd heeft de grote man erachter te zijn is daarom volgens het Openbaar Ministerie zeer belastend bewijs. Tegen beiden is maandag zes jaar cel geëist.

Sinds 2003

Zowel Thom B.’s advocaat Marnix van der Werf als Rutger Lonterman van M. P. vroegen de rechtbank het OM niet ontvankelijk te verklaren omdat sinds 2003 de redelijke termijn volledig verstreken is volgens hen. Lonterman:

In 2009 wordt deze strafzaak, die met gemak al in 2003 of 2004 tot wasdom had kunnen komen, nieuw leven ingeblazen, waarna het tengevolge van een ontremd opsporingsonderzoek nog eens zeven jaar duurt voordat de zaak inhoudelijk op zitting komt.

Lonterman vindt de drie getuigen een ‘rariteitenkabinet’ van wie alle beschuldigingen niet zijn gestaafd met feiten. Hij vindt het:

onvoorstelbaar dat het OM met zulke lieden in zee is gegaan. Alles wat ze belastend uitkraamden en uitbraakten is door politie en OM als zoete koek geslikt.

Woedend

J. heeft meer dan dertig verklaringen afgelegd over de zaak. Pas in zijn laatste paar verklaringen noemde hij Thom B. als opdrachtgever van het transport. Over zijn eigen rol als scharnier en contactpersoon met de Colombianen in Medellín zweeg hij.

Advocaat Marnix van der Werf zei bij pleidooi dat het erop lijkt dat J. zijn client op zeker moment de schuld is gaan geven omdat ‘tijdens zijn eigen strafzaak het steeds duidelijker werd dat hij de grote klap zou gaan krijgen. Daar wilde hij onderuit komen.’ Bovendien veronderstelt Van der Werf dat J. woedend was omdat hij dacht hij B. de Otton had ‘weg getipt’.

Tumult

Op een recente zitting vertoonde de temperamentvolle, explosieve en ook agressieve J. met zijn imposante postuur als getuige op luide toon groot ongenoegen over de politie en het Openbaar Ministerie. Hij ontkende alles wat hij eerder had verklaard. De politie en het Openbaar Ministerie zouden volgens hem zelfs hebben gefraudeerd in de processen-verbaal.

Door alle tumult verdween op die zitting hetgeen dat voor de verdachten het belangrijkste was naar de achtergrond. Van der Werf:

Op verschillende momenten onderschreef hij wel de theorie van B., namelijk dat hij in zijn eigen zaak uit woede over de veronderstelling dat B. de boot zou hebben weggetipt, belastend heeft verklaard, maar dat hij dat nu niet meer doet omdat hij er inmiddels van overtuigd is dat B. dat niet heeft gedaan. Het was voor de verdediging fijn geweest als hij dat rustig en onderbouwd had uitgelegd.

De Tweeling

De personen die aan Colombiaanse zijde de verzending van de megapartij op zich namen hebben ook uitgebreid hun verhaal gedaan bij de politie. De Colombiaanse “manager” van de ‘kaasroute’ zei dat hij Hensley J. op diens verzoek in contact heeft gebracht met de “Tweeling” (Los Mellizos) in Medellín, de top van de groepering die de drugs afzond.

Deze man spreekt in het geheel niet over Thom B. of over M. P. Volgens Van der Werf was J. de persoon die in Nederland de zaken voor de Colombianen regelde. Dat de Colombiaan tijdens een ‘toevallige ontmoeting’ door J. is voorgesteld aan Thom B. doet daar volgens hem niets aan af. van der Werf: ‘J. had aantoonbaar contacten met de Colombianen, Thom B. niet.’

De uitspraak is over enkele weken.

Alle berichten over het Otton-transport.